WITTE DOLFIJNEN BRENGEN TROG BIJ SPITSBERGEN IN KAART

Onderzoekers in Noorwegen en Schotland hebben met behulp van een witte dolfijn de temperatuur en het zoutgehalte van het water in Storfjorden, een ondiepe `diepe trog' bij Spitsbergen in de Barentsz-zee, in kaart gebracht. De dieren waren voorzien van een instrumentenpakket, waarvan de metingen periodiek naar een satelliet werden gezonden. Na analyse van de meetresultaten ontdekten de onderzoekers een nog niet eerder gemelde `tong' van warm water op de bodem van de trog, zo melden Christian Lydersen en zijn collega's (Geophysical Research Letters, 1 dec 2002).

Witte dolfijnen (ook wel witte walvissen of beloega's genoemd) zijn zoogdieren die in de arctische en subarctische zeeën leven. In de zomer verblijven ze in de kustwateren, maar als die dichtvriezen worden ze gedwongen meer zeewaarts te gaan leven. Om zich te voeden duiken ze dan regelmatig naar diepten van 160 meter. Twee van deze witte dolfijnen, die in het noorden van Storfjorden waren gevangen, werden voorzien van een instrumentenpakket dat het verloop van de temperatuur en het zoutgehalte met de diepte kon meten. Het werd zo ingesteld dat deze metingen alleen tijdens het opstijgen werden verricht.

Hoewel al eerder zoogdieren voor het bemonsteren van de zee zijn gebruikt, moest men toen het dier eerst weer vangen om ook over de metingen te kunnen beschikken. Nu werden deze metingen telkens als het dier weer aan het oppervlak kwam naar een satelliet gezonden. Op dat moment werd ook de positie van het dier bepaald. Tijdens het dichtvriezen van de Storfjorden werden in de loop van ruim twee weken van één van de twee dolfijnen vanaf 540 punten metingen ontvangen: de zender van het andere dier was kennelijk onklaar geraakt. Ondanks dit halve succes zouden deze metingen met behulp van schepen of boeien in dit ijsgebied veel moeilijker zijn geweest.

De onderzoekers hadden verwacht dat zich in deze ondiepe trog uitsluitend koud water zou bevinden. Uit de temperatuurprofielen blijkt echter dat het water in het diepste deel van de trog twee graden warmer is dan er boven (-1 graad Celsius). De meest waarschijnlijke verklaring is dat hier periodiek een `tong' warmer water uit het noorden van de Atlantische Oceaan binnenstroomt: iets wat de ijsvorming lokaal zal verminderen en daarom nu in de oceanografische modellen van dit gebied moet worden opgenomen.