`Wij gaan Irak bevrijden, wij gaan het civiliseren'

Een rondgang langs Amerikaanse denktanks geeft verschillende visies te zien op De Oorlog tegen Irak: van enthousiaste steun tot grote aarzelingen. Gaat Amerika Irak democratie brengen of zal een oorlog de VS juist duur te staan komen?

In het voortuintje van de Paul H. Nitze School of Advanced International Studies (SAIS) in Washington staat een betonnen segment uit wat eens de Berlijnse Muur was, compleet met bevrijdingsgrafiti. Het is aangeboden door de Senaat van de stad Berlijn ,,ter ere van de Amerikaans-Duitse vriendschapsbanden''.

Als één vriendschapsband dezer dagen serieus te lijden heeft, dan is het wel de Amerikaans-Duitse. Het begon tijdens de Duitse verkiezingen vorige zomer. Minister van defensie Donald Rumsfeld trok de wond begin januari nog wat verder open met zijn bij volle bewustzijn geplaatste snauw tegen `Old Europe'. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken vond men dat minder tactvol, maar in een week waarin de Amerikaanse hoofdstad gonsde van maar één ding: De Oorlog tegen Irak, is bijna niemand het oneens met de geharnaste scepticus Rumsfeld.

Bij het American Enterprise Institute, de denktank die het nauwst is verbonden aan de regering-Bush, kon men er nauwelijks genoeg woorden voor vinden om te beschrijven hoe laag en irrelevant zij zijn, de Duitsers, de Fransen en die andere Europese landen die niet luid en duidelijk achter het Amerikaanse standpunt staan. Kanselier Schröder zou zijn draai niet meer kunnen maken en president Chirac zou natuurlijk toch meedoen, op puur tactische gronden.

,,De Fransen willen niet buiten spel staan als de olie weer gaat vloeien. Zo cynisch is dat'', merkte Richard Perle op. Hij sprak als deskundige van het American Enterprise Institute, maar hij is ook voorzitter van de Defense Policy Board op Rumsfelds ministerie. Perle verwoordde wat velen die het regeringsbeleid van harte steunen, denken of hopen.

,,De loop van de geschiedenis is duidelijk'', zei hij. ,,Er komt geen bloedig gevecht van huis tot huis in de steden. Alles wijst er op dat het volk van Irak schoon genoeg heeft van Saddam en niet bereid is voor hem te vechten of te sterven. Wij gaan Irak bevrijden. De hele wereld zal zien hoe Amerika Irak op het pad van democratie en burgerrechten heeft gebracht. De leugens over Amerikaanse begeerte naar olie zullen worden ontmaskerd.''

Perle was niet de enige die vol nationaal zelfvertrouwen sprak over het voorspelbare succes van een operatie tegen Saddam Hussein. De bekende defensie-analist Elliot Cohen, directeur strategische studies van de Paul Nitze School was bijvoorbeeld even stellig: ,,De geallieerden gaan oorlog voeren, met of zonder tweede resolutie van de Veiligheidsraad. Het enige slachtoffer van geen resolutie zal de VN zelf zijn.''

Er zijn ook voorzichtiger geluiden. Francis Fukuyama, die begin jaren '90 wereldnaam maakte met zijn essay en boek `The End of History and the Last Man' is tegenwoordig decaan van het zelfde instituut voor buitenlands beleid, curieus genoeg als opvolger van Paul Wolfowitz, de onderminister van Defensie en bedenker van de `Bush Doctrine' van aanvallen voor je wordt aangevallen. Fukuyama vindt dat de mogelijkheden van afschrikking van Saddam onvoldoende zijn uitonderhandeld. Hij uitte voor een zaal vol SAIS-studenten, die pamfletten `tegen een overhaaste oorlog' verspreidden, grote aarzelingen. Schoorvoetend kwam hij tot de conclusie dat verdere inspecties in Irak weinig zin hebben en oorlog waarschijnlijk onvermijdelijk is. Maar: ,,Ik betwijfel of democratie in Irak op enige termijn in het verschiet ligt''.

Een waarschuwende toon treft ook Joseph Nye, directeur van Harvards Kennedy School of Government, die twaalf jaar geleden het begrip `soft power' bekend maakte. Verwijzend naar zijn recente boek `The Paradox of American Power – Why the World's Only Superpower Can't Go It Alone' constateerde Nye deze week dat Amerika de laatste jaren aantrekkingskracht heeft verspeeld: ,,Het sterkste land in de wereld sinds het Romeinse Rijk krijgt zijn zin niet op andere dan militaire gebieden. We hebben onze `soft power' verkwanseld. Dat is dom, je hebt veel medewerking nodig om bijvoorbeeld Al-Qaeda wereldwijd te bestrijden. Dat zal ons duur te staan komen.''

Nye sprake tijdens een debat over `Grenzen van de hegemonie', georganiseerd door het blad Foreign Policy om een belangrijke non-fictieprijs uit te reiken aan Walter Russell Mead, schrijver van `Special Providence: American Foreign Policy and how It Changed the world'. In dat boek heeft Mead Amerika's geheugen opgefrist wat betreft de binnenlandse politieke wortels van het buitenlands beleid. De `Jacksonians', die weinig moeten hebben van multilateralisme en internationale organisaties, hebben sinds de aanslagen van 11 september de overhand, zei Mead nu, maar: ,,Deze regering gebruikt veel Jacksonian retoriek, maar luisteren naar Colin Powell geeft een beter idee van wat de regering doet.''

Volgens Mead is president Bush uiteindelijk een realist die beseft dat er internationale grenzen zijn aan de macht van de Verenigde Staten. Hoewel hij Amerika's rol als wereldsheriff nuttig en nodig vindt, was Mead het wel eens met Nye's verwijt: ,,Wij zijn heel slecht in het delen van de macht''.

Samantha Power, de schrijfster van het net verschenen boek `A Problem from Hell: America and the Age of Genocide', trok de lijn nog even door. ,,Het groeiende zelfbewustzijn van Amerika's rol als `hegemon' heeft geleid tot slonzige omgangsvormen. Clinton zou in dezelfde situatie grotendeels hetzelfde hebben gedaan, maar op een aardiger manier.''

Power, ook verbonden aan de Kennedy School van Harvard, observeerde: ,,Wij denken dat men in andere landen het Irak-beleid losstaand beoordeelt, maar we vergeten dat men het ziet in verband met [het afwijzen van] Kyoto, met [het afzeggen van] het ABM-verdrag en al die andere stenen des aanstoots. In dat licht gezien wordt het opeens een vorm van leiderschap om níet op te treden''.

Bij de Brookings Institution werd deze week een ochtend grondig doorgepraat over `de invloed van religie op het Amerikaanse buitenlands beleid'. Ook daar bleek dat twijfel aan de `rechtvaardige oorlog' moeilijker dwingend te formuleren is dan de vlammende verdediging. Michael Walzer (Princeton) probeerde het eerste. Washington Post-houwdegen en columnist Charles Krauthammer had minder last van twijfel: ,,Wij gaan Irak civiliseren, niet op grond van religieuze motieven''.

Krauthammer zag niet in waarom een door de VN gezegende actie moreel hoogstaander is dan een actie zonder dat stempel. ,,Bij een organisatie waarin Libië de commissie mensenrechten voorzit, en Irak binnenkort de commissie ontwapening?'' Volgens deze visie, die het Amerikaanse regeringsbeleid goeddeels dekt, wordt de huidige wereldorde alleen gegarandeerd door Amerikaanse macht. ,,De angst voor die overmacht zorgt voor vrede. Het idee dat alleen een multilaterale structuur voor vrede kan zorgen is absurd.''