Vrije hand, geen verstand

Wanneer je (al) je geld toevertrouwt aan een ander, hem of haar de vrije hand geeft om er meer van te maken, loopt het weleens slecht af. Vandaar het kille beursgezegde: vrije hand, geen verstand.

Veel lezers komen daar nu achter en vragen zich vertwijfeld af of ze nog geld moeten onderbrengen bij een vermogensbeheerder, vaak een grote of kleine bank. Want, klagen zij, die berekenen een vergoeding gekoppeld aan de omvang van mijn vermogen en geven je geen garantie dat er een (flink) rendement op tafel komt. Dat is nogal wiedes.

Bekijk het eens zo: wie beschikt over een som geld, kan die beschouwen als een vorm van werkkapitaal waarmee je als kleine zelfstandige door het kopen en verkopen van effecten geld kan verdienen. En juist in een beursklimaat waarin bijna alle koersen soms op één dag op en neer springen als nooit tevoren. Veel actieve handelaren en bedrijven moeten hun vermogen in de afgelopen twaalf maanden verdubbeld (of meer) hebben.

Zij zijn de profiteurs én de veroorzakers van de wilde koerssprongen. Maak je gemiddeld per week bijna 2 procent, dan verdien je 100 procent in een jaar, en 200 procent is vast haalbaar. Voor die handelaren is Irak een welkome onruststoker, want daardoor wisselen pessimisme en optimisme elkaar af. Zij hebben geen belang bij stabiele koersen.

Wie niet tegen die hitte kan, moet zich er verre van houden. Wat niet wil zeggen dat je niets in aandelen moet doen, hoewel je van alle kanten gewaarschuwd wordt van de beurs weg te blijven. Zo lichten effectenbanken (wettelijk verplicht) hun beleggingsklanten door om vast te stellen hoe sterk ze in hun schoenen staan. Alsof beleggen een enge ziekte is. Hoewel? Zo'n beursprofielschets moet voorkomen dat klanten besmet raken, door hebzucht of onnozelheid.

Kortom: je kan best wat doen in aandelen, en dan hoef je niet dagelijks naar de koersen te kijken. Je hoeft evenmin je geld in een jaar tijd te verdubbelen. Maar doe eens wild en mik op vijf jaar 100 procent, wat een jaarrendement van 15 procent (opbrengst op opbrengst) vraagt aan koersstijging plus dividend.

Zoveel rendement is als regel alleen haalbaar als je goedkoop sterke bedrijven inslaat. Dat zat er niet in tijdens de beurshausse, toen was alles overgewaardeerd. Nu zien de koersen er op sommige dagen ondergewaardeerd uit, zeker als je vijf jaar of langer de tijd neemt om met je werkkapitaal geld te verdienen. Bij die stand geven enkele internationals al dividenden van 5, 6, 7 procent. Die heb je dus al binnen.

Hoe je het ook bekijkt, je bent als belegger een kleine geldbedrijfje, omdat je risico's loopt en in feite een fikse opbrengst verlangt, anders dan bij een spaarrekening of een pensioenregeling. Een niet-beursondernemer staat voor dezelfde problemen: risico en opbrengst. Hij kan zijn bedrijf niet zomaar uitbesteden aan een ander, achteroverleunen en kritisch kijken hoe die ander het doet.

Veel effectenbeleggers besteden hun bedrijf wel uit, aan een vermogensbeheerder of een beleggingsfonds. Of ze verlangen als (onervaren) zelfbelegger van hun bank dat die (gratis) vertelt welke aandelen ze moeten kopen of verkopen. Met minimaal risico en maximale opbrengst. De bank als bedrijfsadviseur. Die zijn daar van teruggekomen, want één onduidelijk woord en zo'n klant staat tegenwoordig voor het loket met zijn advocaat om een schadevergoeding te eisen. Zo'n ondernemer wil wel de opbrengst, maar geen risico's.

Na deze overwegingen wordt de rol van een vermogensbeheerder duidelijk: hij is bedrijfsleider in het bedrijf van zijn opdrachtgever, niet de baas, en moet zijn kennis en ervaring inzetten om een goed resultaat te behalen. Je moet als baas je bedrijfsleider een beperkte volmacht geven, niet de vrije hand. Maar onervaren bazen zien dat anders. `Wanneer ik hun contract invul, moet ik al beslissingen nemen over het beleggingspatroon, terwijl ik daar juist hun advies over wil en hen ervoor verantwoordelijk wil stellen.' Dan vermeng je dus twee zaken die niet in een hand horen: bedrijfsstrategie en uitvoering. Die zaken moet je scheiden.

Een bedrijfsleider wil evenmin verantwoordelijk zijn voor het resultaat, want hij heeft niet alle omstandigheden zelf in de hand. Hij verlangt ook een minimum kapitaal. Je kan een topkok niet laten werken met eenpitsgasstel.