Verdronken in het Maasmoeras

Meer dan honderd lezers reageerden op het zwartboek (kleine) criminaliteit dat Paul van den Berg bijhield. Hij schetste vorige week in het artikel `Ik ga jou steken, man' hoe hij de afgelopen zeven jaar overleefde op de grens van een achterstandswijk in Rotterdam. Lezers zijn woedend en verbijsterd en hun reactie is nagenoeg eensluidend: `Waarom steekt de politie geen poot uit?'

Er is hoop

Wat ik las in het artikel `Ik ga jou steken, man' door Paul van den Berg (Z, 1 februari) is weerzinwekkend. Wat een mentaliteit! Over en weer. Toch zijn er oplossingen voor een comfortabeler leefsituatie. Neem de volgende maatregelen: 1. Deelgemeente, claim de bevoegdheid van politie voor een looppatrouille door de wijk, ook in de avond. Dat kan in het centrum, dus ook in Kralingen-West; 2. Deelgemeente, claim de bevoegdheid om samen met buurtbewoners een burgerwacht in te stellen; 3. Deelgemeente, claim de bevoegdheid om ouders van lastposten tot de orde te roepen en ze sancties te geven; 4. Wanneer al deze oplossingen niet mogelijk zijn wegens overheidsprocedure, laat de deelgemeente dan het initiatief nemen en de `noodtoestand' voor dit gebied uitroepen. (Dan krijg je aandacht!); 5. Organiseer een herdruk van bewust artikel voor huis-aan-huis distributie in de wijk, met oproep tot een dialoog; 6. Laat bewoners in deze wijk zich verenigen en laat ze met elkaar gaan praten. De buurtbewoners die zich afzijdig houden blijven leven in immateriële armoede. Dus actie voor allen.

J. Just Donker Sassenheim, voorheen Kralingen

Collectieve wegkijkziekte

Een overheid die niet handelt

levert op den duur een groter gevaar op voor de openbare veiligheid dan de directe criminaliteit die ons bedreigt. Hoe feilloos snijdt het minutieus opgetekende verslag `Ik ga jou steken, man' het openbare veiligheidsbeleid van de gemeente Rotterdam aan flarden. De burger die alleen gelaten wordt tegenover een toenemende overvloed aan geweld. De verantwoordelijken verschuilen zich achter ambtelijk jargon, dat wel duur klinkt, maar niets oplost. De overheidsfunctionarissen die we hebben aangesteld om problemen op te lossen lijden aan de collectieve wegkijkziekte. Wat we niet zien, dat bestaat niet.

Een ander gevaar dat ons burgers bedreigt is de naïviteit van de staats-ordebewaarders. De naïviteit, het vergoelijken, het ontkennen, klagende burgers niet serieus nemen, de verkleinwoordjes (boefjes, kleine criminaliteit) en het minimaliseren van problemen staan aan de basis van ons uitdijende veiligheidsprobleem. Deze boterzachte ondergrond vormt een uitstekende voedingsbodem voor het harde kwaad. Het woord `onderwereld' kunnen we wel uit de Van Dale schrappen, want die bestaat niet meer. Criminaliteit staat in Nederland in het volle daglicht. Er bestaan, zoals we inmiddels wel weten, wijken waar jonge criminelen op straat de macht hebben overgenomen. Van het gezag hebben ze niets te vrezen.

Waarom niet? Nou, die gezagsdragers zijn druk met het jeugdoverlastoverleg, de buurtscan, de wijkvisie met tijdshorizon, het actieprogramma en het driehoeksoverleg. Afleidingsmanoeuvres die een welkom excuus vormen om het échte probleem maar niet te hoeven aanpakken. Ik begrijp het niet. Het was toch juist diezelfde overheid die de burger op zijn verantwoordelijkheden wijst als hij getuige is van criminaliteit. Bel de politie, geef het aan, kijk niet weg. Dat beeld dat Zadkine voor Rotterdam heeft gemaakt slaat niet alleen op de verwoestingen tijdens de oorlog. Zadkine was een visionair.

G.A. Veerling, Ede

Huiveringwekkend

In 1938 ben ik geboren in de buurt die Paul van den Berg beschrijft. Dat huiveringwekkend relaas gaat over mijn buurt. Het lijkt erop alsof in allerlei overheidsgebouwen op een zekere nacht de lamlullen het bewind hebben overgenomen. Valt die overheid (gemeente) niet juridisch te vervolgen? Ze hebben toch verplichtingen jegens de belastingbetalende burgers? Ooit wel eens nagedacht over het oprichten van een `weerbaarheidskorps'?

Gerard Hanselman, Bergen op Zoom

Vertrokken

Ongelooflijk. Ik ben al weg uit Rotterdam en heb er geen spijt van. Dit is te gek.

J.Quist

De Faria, doe wat!

Met oplopende boosheid en tegelijk met respect voor het doorzettingsvermogen van beeldend kunstenaar Van den Berg heb ik zijn bewonersrapport Kralingen-West gelezen. Hoe de overheid een buurt laat verzieken en er niets tegen onderneemt.

Ik hoop dat Leefbaar Rotterdam kan bereiken wat de Rotterdamse politiek sinds 1995 (het jaar dat Paul van den Berg met zijn gezin in Kralingen is komen wonen) niet heeft gedaan: de teloorgang stoppen van wat ooit de mooiste wijk van de stad was: Kralingen. Ik ben als oud-Rotterdammer door het schrijnende relaas van Van den Berg opnieuw bevestigd in wat ik om mij heen hoor en zie over pesterijen, intimidatie en geweld door jonge rotschoffies. Ons wordt wijsgemaakt dat preventieve projecten zullen helpen. Uit het verhaal blijkt dat dat valse hoop is. Mijn oplossing: politie eropaf en zero tolerance.

Waarom doet de politie niks? Absoluut onacceptabel. Wat mij het meeste steekt na lezing van het eerlijke verhaal van Paul van den Berg is dat ouders zich blijkbaar totaal niet verantwoordelijk voelen voor het belachelijke gedrag van hun kinderen. In die gevallen zeg ik: uit huis plaatsen die schoffies en onderbrengen in een opvoedkundige inrichting. Net zolang tot er behoorlijk gedrag en respect is aangeleerd. Wethouder De Faria: doe er wat aan!

Joost Eerdmans Tweede-Kamerlid LPF, Den Haag

Voorbeeldfunctie

Vorige week donderdag zat ik in de Amsterdamse tram vanuit het centrum richting Osdorp omstreeks de tijd dat de scholen uitgingen. De passagiers in de tram waren voor het overgrote deel luidruchtige scholieren met een gemiddelde leeftijd van circa 16 jaar en met een Noord-Afrikaans uiterlijk, om precieser te zijn, merendeels van Marokkaanse afkomst. Op een gegeven moment vloog er in de redelijk volle tram een rauw ei door de lucht afkomstig van een van deze lieden en dat besmeurde mijn kleding. Ik stond even perplex en na van verbazing en eerste ergernis te zijn bekomen, nam ik de diverse reacties op.

Voor de scholieren was dit een verhoging van de feestvreugde, wat zich uitte in spottende en provocerende opmerkingen, gedeeltelijk in mijn richting. Men probeerde een reactie van mij uit te lokken en hoopte kennelijk op escalatie van het incident. De overige `autochtone' passagiers vertoonden niet de minste reactie. Men bleef, zoals daarvoor, voor zich uitkijken alsof er niets was gebeurd. Dit ondanks het feit dat ik door mijn verontwaardiging kenbaar te maken, hoopte bijval te genereren voor deze merkwaardige bejegening.

Ik besprak dit incident later met de politie. Deze maakte mij duidelijk dat het publiek niet reageerde uit angst dat hun zelf iets zou overkomen. Het is overigens bekend dat bepaalde gebieden in Amsterdam-Osdorp worden geterroriseerd door jeugdige, onopgevoede Marokkaanse jongeren.

H.W. Bakhuys Roozeboom, Amsterdam

Sterk hellend vlak

Jammer genoeg blijkt heel duidelijk uit dit artikel `Ik ga jou steken, man', maar ook uit de vele andere berichten, statistieken en uit datgene wat we allemaal elke dag om ons heen zien, dat de overheid niet (meer) in staat is om de meest elementaire grondrechten van haar bewoners te garanderen. We zitten op een sterk hellend vlak, waarbij we al gewend zijn geraakt aan alarminstallaties, dievenklauwen, elektronische contactsloten, beveiligingsbedrijven en vooral de andere kant opkijken. De volgende stap is actieve beveiliging door een wapen aan te schaffen: het einde van de rechtsstaat. Alle regeringen probeerden dat op te lossen door meer blauw (maar in de praktijk meer overhead, statistieken en papier), meer cellen (feitelijk luxe-hotels) en nu dan een discussie over waarden en normen.

Het zal tot niets leiden. Zolang de politie wordt gedomineerd door managers in plaats van leiders en justitie door juristen, blijven we in een situatie steken waarin de veiligheid van de burger wordt afgebroken door beleidsnotities, productieafspraken, topadvocaten, regeltjeszucht en volkomen onbekendheid (en misschien zelfs gebrek aan belangstelling) met de werkelijkheid op straat.

Criminelen zijn tuig. Laten we ze ook zo behandelen, totdat ze tot inkeer komen. Dat betekent velen in één cel, hard werken, geen automatische korting van de straf meer bij goed gedrag. Verder bij een tweede, derde of volgende overtreding sterke progressieve toename van de minimale straf. Voorts ophouden met topadvocaten in te schakelen bij het strafrecht. Zorg voor een goed niveau aan pro-Deo-advocaten. Ten slotte: politie op straat in plaats van achter de pc.

I.J. Duine

Treintje in de speeltuin

Afgelopen zaterdag viel mijn oog op het rode treintje uit de speeltuin bij de Oude Dijk in Rotterdam-Kralingen. Het betreft een persoonlijk verslag van kunstenaar Paul van den Berg over zijn ervarvingen in Kralingen-West. Zonder de suggestie te willen wekken te twijfelen aan zijn ervaringen, vind ik het toch van groot belang een ander verhaal te schetsen over dezelfde wijk, waar ik vanaf 1985 tot 2001 met veel genoegen en een groot gevoel van veiligheid heb gewoond.

In al die jaren heb ik slechts één keer het gevoel van onveiligheid gekend. Dat was toen ik een Marokkaanse jonge automobilist aansprak op het feit dat hij de asbak van zijn auto meende te moeten legen bij ons in de straat. De reactie van deze jongen was uitermate agressief en ik ben daar dan ook behoorlijk van geschrokken. Ik heb dit incidentje echter niet gekoppeld aan een verminderd gevoel van veiligheid in de wijk Kralingen-West.

De speeltuin grenzend aan de Oude Dijk is er één waar Rotterdam trots op kan zijn. Groot, schoon, veilig. Met veel sociale controle door buurtbewoners. Er werken speeltuinmedewerkers die op een plezierige manier ,,de orde weten te handhaven'' en kindergekibbel in goede banen weten te leiden. Waar in het voorjaar de plantenbakken worden gevuld met tulpen en narcissen en waar met Koninginnedag spelletjes worden gedaan. Een speeltuin waar ouders van allerlei nationaliteiten bij mooi weer op de bankjes zitten en met elkaar in contact komen. Waar door al die spelende kinderen het woord integratie overbodig lijkt te zijn. We zijn immers allemaal vaders en moeders en zien onze kinderen graag spelen. Het gevoel van veiligheid was zo groot dat ik met een gerust hart mijn dochtertje van destijds 4 jaar zelf naar de speeltuin kon laten gaan. Ze hoefde niet over te steken en ik had goed zicht op de speeltuin.

Ook ik heb de buurt in 16 jaar zien veranderen. Kleurrijker is het er zeker op geworden. De kruidenier op de hoek heeft plaatsgemaakt voor een Turkse ondernemer die de beste tomaten verkoopt. Ook ik zie het verschil tussen de Ramlehwegkant en de overkant. Koopwoningen en sociale woningbouw. Nou en. Ik heb nooit overlast gehad. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er op zondagmorgen een auto werd opgeblazen. In mijn auto is nog nooit ingebroken. Ik heb nooit bij de bewoners van de overkant overmatig asociaal gedrag geconstateerd. Kortom, ik herken in het verhaal van Paul van den Berg alleen het rode treintje van de speeltuin op de foto.

Het hele artikel gaat in op de beleving van één bewoner van de wijk. Ik erger me daaraan. Dat biedt nauwelijks ruimte voor een genuanceerde kijk op de zaak. Persoonlijk ben ik zeer benieuwd hoe het mogelijk is dat één bewoner met zoveel overlast te maken heeft. Het gevoel van onveiligheid bij de mensen wordt door dergelijke artikelen alleen maar onnodig groter gemaakt. En dan lijkt me in deze tijd niet verstandig.

Ik woon nu sinds een jaar in Schiebroek/Hilligersberg. Een groter huis wilden wij, de noodzaak voor een veiliger buurt is niet in ons opgekomen. Mijn loyaliteit naar de wijk is nog steeds groot. Zo groot dat ik graag een tegengeluid wilde laten horen.

Mieke van der Linden, voormalig bewoner Ramlehweg

Gore vuilnisbelt

Ik wil reageren op het moedige en uitstekende relaas van Paul van den Berg, mijn (bijna-)buurman. Hij is een van de zeer weinigen die zijn nek nog probeert uit te steken in ons buurtje. De verloedering is dusdanig dat ik (Kralingse sinds 1941!!) niets, maar dan ook niets, meer herken van wat ooit was. Eens was dit een prachtige wijk die deel uitmaakte van het zgn. deftige Kralingen, bestemd voor mensen met iets minder of veel minder inkomen. Iedereen had toen respect voor elkaar en voor de schitterende natuur om ons heen. Maar sinds de vloedgolf van allochtonen (meest arme Turken en Marokkanen) in onze buurt is het geheel gedaan met de levensvreugde hier. Een gore vuilnisbelt.

Ik moet toegeven dat Paul van den Berg er niet verstandig aan doet telkens direct te reageren op wat hem overkomt; daardoor zaait hij extra haat. Ik moet dus tegen mijn zin in zeggen dat je beter `chapeau bas' kunt spelen, net doen of je het niet ziet. Dan overleef je wel in deze buurt. Ook ik heb vele vervelende incidenten meegemaakt, vier fietsen gestolen, een massale inbraak in mijn huis en ontelbare keren in mijn auto ingebroken, inhoud gestolen, met een mes behandeld etc. etc. Inderdaad is politieassistentie een vergeten goed, de politie is banger voor die gasten dan wij.

Langzamerhand krijgen de allochtonen ook qua winkels de overhand, alle Nederlandse eigenaren (op twee na) hebben de pijp aan Maarten gegeven en de Vlietlaan, onze winkelstraat, is een eenzijdige Marokkaanse groentewinkel annex slagerij geworden (er zijn er nu drie!). Het postkantoor en de pinautomaat zijn wegens de herhaalde overvallen definitief gesloten, lege panden met gore graffiti erop zijn talloos, overal ligt glas en rotzooi op straat, er wil geen bloem of plant meer groeien, het is troosteloos.

Graag zou ik Paul van den Berg willen helpen met zijn pogingen om onze buurt weer leefbaar te maken.

Birgitta Feith, Rotterdam

Ga verhuizen!

Met afgrijzen en verbijstering heb ik het rapport gelezen van Paul van den Berg over zeven jaar Kralingen-West, misdaad en verloedering. Mijn grootste vraag is: wat doet deze man zichzelf en zijn vrouw aan door daar te blijven wonen? Hij noemt Rotterdam een fantastische stad en wil daarom niet verhuizen, maar zijn er dan in Rotterdam geen betere plekken om te wonen? Denkt hij nu echt dat het beter wordt als hij maar in Kralingen-West blijft? Wat bereik je ermee door jezelf een permanent slachtoffer te laten zijn van al die rotjochies en je leven te laten beheersen door misdaad en geweld?

Dus, beste Paul, kwel jezelf en je vrouw niet langer en laat die hele rotzooi toch lekker in de prut zakken. Verhuis naar een andere wijk of een andere stad. Je zult je ongekend bevrijd voelen, want zoals jij woont, dat is niet normaal, hoor. Dat kan ook heel anders. De buurt zal er na jouw verhuizing ongetwijfeld nog verder op achteruitgaan, maar laat de illusie los dat jij daar de boel zou moeten redden.

Ad van der Zee, Almere

Onveilig Kralingen-Oost

Als bewoner van Kralingen-Oost moet ik tot mijn grote spijt het drama van de `kleine criminaliteit' in onze hele wijk (dus oost en west samen) bevestigen. Ik kan mij voorstellen dat een argeloze lezer uit een veiliger woonomgeving bij lezing van een artikel als dat van afgelopen zaterdag denkt dat hier wel overdreven zal worden. Of dat leed en frustratie van vele jaren op één hoop zijn gegooid. Het artikel klopt echter van A tot Z en mij moet vooral van het hart dat de deelgemeente en daarachter de gemeenteraad van de laatste ongeveer 15 jaar hier ernstig debet aan zijn. In mijn straat woont niemand meer die nooit het slachtoffer is geweest van de `kleine' misdaad in al zijn grove verschijningsvormen. Vanaf midden jaren '80 hebben wij regelmatig en veelvuldig contact gehad over de leefbaarheid van onze straat met deelraad en politie. De mentaliteit daar was echter zodanig dat niet de kleine criminineel als afwijkend en problematisch werd gezien, maar de oplettende en waarschuwende burger. Zo kon het gebeuren dat in Nederland (democratie en rechtsstaat) de lokale overheid en het bevoegd gezag ons gedrag aan de kaak stelden. Na een ernstige bedreiging kregen wij agenten op de thee die ons probeerden te overtuigen van hun prioritering (waar onze problemen zeker laag in voorkwamen), hoe vervelend het is als burgers almaar de politie bellen voor `kleine' ongemakken, want weet u wel hoeveel tijd dat kost? En al werd de wet zeker overtreden, wij hadden ongelijk dit steeds weer te melden en de veelplegers gingen altijd vrijuit.

In de loop der jaren hebben burgers zich aan deze prioritering aangepast: `gewone' huizen werden omgebouwd tot onneembare vestingen, een aantal straten `kocht' met elkaar particuliere bewaking in, niemand laat meer iets in z'n voortuin staan, want alles wat los mee te nemen is ben je kwijt. Fietsen, kinderfietsjes, bloempotten, en met kerstmis de krans aan de voordeur, niets is veilig. Vanaf vorige zomer is onze gebarricadeerde achterschutting plus deur tot zes keer toe opengebroken. Omdat we een steeds steviger constructie aanbrengen, hebben we ook steeds meer schade.

Het feit dat wij als buurtbewoners door overheid en gezagdragers steeds zijn genegeerd, heeft een diep spoor getrokken. In de afgelopen jaren hebben we de deelraad regelmatig te spreken gevraagd op spreekuren of anderszins en de conclusie was helaas altijd dat deze democratisch gekozen volksvertegenwoordigers er niet voor ons zijn, maar wel erg tegen ons zijn. Omdat het nooit een politiek issue was, konden de deelraadleden ongemoeid in hun ivoren torens blijven. Inmiddels is het klimaat veranderd: men moet wel, de protestgeluiden zijn te massaal geweest om te negeren. We zien tegenwoordig zelfs wel eens politie op straat, misschien dat er nu toch eindelijk iets gedaan gaat worden aan de kleine groep criminelen (met naam en toenaam bekend bij de politie) die voor kapitalen materiële schade aanrichten en mensen ook bang maken met hun brutale inbraken en andere delicten.

Ik hoop dat de toenmalige en huidige verantwoordelijke raadsleden en deelraadsleden zich nu eindelijk eens bewust zijn van hun verantwoordelijkheden en hier ook naar handelen. Ik verwacht dat het bijvoegsel regelmatig aandacht aan dit thema zal blijven besteden.

Inekee van der Vaart, Rotterdam

Geen zeurpiet

Als getuigenverklaringen onvoldoende zijn om feiten te schragen en `heterdaad' door een gebrek aan politietoezicht onmogelijk lijkt, stel ik voor dat serieuze waarnemers en/of stelselmatige slachtoffers zoals Van den Berg door de overheid worden uitgerust met camera's om de waarnemingen onverkort vast te leggen. Die mogen dan verzegeld zijn terwille van de bewijslast.

Bovendien dient intimidatie en bedreiging van slachtoffers even strafbaar te zijn als poging tot misdrijf. Deze dader(tje)s, van welke huidskleur ook, zullen moeten leren dat misbruik van hun vrijheid gecorrigeerd behoort te worden. In deze liberale samenleving bestaat geen vrijheid voor hen die zich van de vrijheid van (onschuldige) anderen bedienen.

Vroeger droeg een partij van het liberale gedachtegoed de slogan: `Een matig mens is zijn vrijheid waard'. Mij dunkt dat diegenen die dit aan hun laars lappen tuchtrechtelijk gestraft moeten worden en een keiharde inburgeringscursus moeten ondergaan, die gericht is op maatschappelijk aanvaardbaar gedrag. Om normen en waarden te leren in een concrete aanpak.

Destijds stelde premier Lubbers werkkampen voor. Hij was zijn tijd niet vooruit. Dat had al lang moeten gebeuren. Nu gaat men `veiligheidsprogramma's' maken met een tijdshorizon van vijftien jaar, en dat terwijl Paul van den Berg en zijn buren reeds acht jaar lang onder de onveiligheid van de buurt lijden.

Het is goed dat NRC Handelsblad deze ongelooflijke misstanden eens duidelijk aan de kaak stelt. Paul van den Berg is voor mij een held in plaats van een zeurpiet.

J.J. van Oostendorp, Rotterdam

Combinatie los zand

Met stijgende verbazing heb ik het verhaal van Paul van den Berg gelezen. Na herlezing is mijn verbazing nog groter geworden. Ik vroeg me af hoeveel andere Nederlanders als Paul van den Berg in de grote steden zuchten onder dezelfde terreur. Zijn daar gegevens over?

Nou is het vreemde dat ik Paul begrijp. (Hij wil in rust wonen en werken.)

Ik begrijp de jongens die ongehinderd hun gang willen gaan. (Die ouwe lul moet niet zeuren. We moeten wel stelen en roven. Waar moeten we anders het geld vandaan halen?)

Ik begrijp de politie, die met handen en voeten gebonden is. (Aan vermoedens en sentimenten hebben we niks.)

Het is de combinatie van de drie groepen waarover ik me verbaas. Een combinatie van los zand. Als ik het verhaal goed begrijp.

Hun belangen zijn volkomen tegengesteld.

Normaal is, denk ik, een positieve samenhang tussen bewoners van een wijk. Of een neutrale. Hier is wel een samenhang, maar negatief. Het is destructief. Noch de wijk, noch de overheid is in staat rust in de tent te brengen, om het tij te keren. Dus verstandige bewoners vluchten, de wijk verpaupert. Een proces dat zichzelf versterkt. Einde verhaal.

Ik ben benieuwd hoe lang Paul het nog volhoudt.

Fred Koning Delft

Taak voor mariniers

Ruim een dag na het lezen van het verslag van Paul van den Bergs ervaringen ben ik nog altijd volslagen verbijsterd. Deels door de beschrijving van alle ellende die door onvoorstelbaar tuig (blank en zwart, jong en oud) kan worden aangericht bij willekeurige burgers. Helaas weten we ook dat dit op vele plaatsen in Rotterdam gebeurt. De onmacht en moedeloosheid stemmen droef en het is bewonderenswaardig maar ook onbegrijpelijk dat Van den Berg niet allang naar een leefbaar deel van de stad verhuisd is.

Mijn grote ergernis geldt echter de houding van onder meer de politie bij alle klachten. Aangiftes waar men niets mee kan, terwijl ondertussen de zoveelste buurt in de stad naar de verdoemenis gaat. Wel eens gehoord van permanente controle of is het wachten op escalatie of op burgers die het heft in eigen hand nemen? Een deelraadsvoorzitter met een ,,wijkvisie met een tijdhorizon van vijftien jaar'' (verdomd het stond er echt!) die vindt dat Van den Berg al heel aardig bediend is; dank u wel zeer beleefd, meneer de kiezer. Wat een arrogantie en wat een volledig gebrek aan inlevingsvermogen. En dan nog wordt pas actie ondernomen als blijkt dat het verhaal ook bij de krant ligt. De lokale politici kunnen bij volgende verkiezingen niet verbaasd zijn als de kiezers en masse wegblijven of overstappen naar partijen die de problemen wel benoemen en willen aanpakken.

Het is onthutsend dat buurtbewoners geterroriseerd kunnen worden zonder dat de lokale overheid zelfs maar de indruk wekt zich er al te veel aan gelegen te laten liggen. Misschien dat de mariniers van de nabijgelegen Van Ghentkazerne binnenkort eens gedurende enkele avonden de buurt hardhandig kunnen `schoonvegen' en ontdoen van asociale bewoners.

J.W. Verbeek, Rotterdam