Vanaf de bank meelachen met mensen in de zaal

Nederlandse cabaretiers doen het goed op televisie. En ze hoeven er niets extra voor te doen, alleen camera's toe te laten bij hun zaaloptredens.

Of het nou toneel is of politiek: vrijwel elke publieke activiteit wordt vervormd voor televisie. Cabaret is de uitzondering. Cabaretiers floreren voor een zaal vol publiek. Zoals in het echt wordt het ook voor de televisie gebracht: in een theater met lachende mensen. En hoewel het optreden is bestemd voor de mensen in de zaal en niet voor kijkers in de huiskamer, is het een gegarandeerd kijkcijfersucces. In die zin lijkt zaalhumor op stadionvoetbal.

Aan de top staat de traditionele oudejaarsconference, waar Youp van 't Hek afgelopen keer driëenhalf miljoen kijkers mee kreeg; dat is meer dan de meeste voetbalwedstrijden. Miljoenen kijkers voor Brigitte Kaandorp, Freek de Jonge of Herman Finkers. Ook mindere goden hebben kijkcijfers waar menig programmamaker jaloers op is. Zelfs de prilste cabaretiers scoren 's nachts op het voor een hoog opgeleid publiek bestemde Nederland 3 nog een publiek van 600.000 mensen. En dan hoeft het voor de kijker niet eens zo grappig te zijn als voor de mensen in de zaal.

Bezoekers worden gegrepen door de sfeer van saamhorigheid die een cabaretier weet te scheppen en die op televisie niet is te voelen. Meer ervaren figuren als Brigitte Kaandorp of Freek de Jonge weten hun zaaloptredens uit te buiten voor het medium televisie. Hun intimiteit met de zaal slaat over op de kijker. Omdat ze als persoon bekend zijn, heeft het publiek ook meer geduld bij minder hilarische gedeelten dan bij nieuwelingen.

Uiteindelijk is toch de zaal, niet de camera, het hoogst bereikbare voor cabaretiers. De tv-registratie van de programma's zijn goede reclame voor de volgende toernee. Hans Floberg van de cabaretproductiegroep Hekwerk beschouwt tv-registratie als visitekaartje en doet van te voren proefopnames om tot een ideale, coherente televisieregistratie te komen. Dat brengt bij nieuwe cabaretiers nauwelijks meer op dan het kost. En toch is het tv-publiek op één avond groter dan in drie theaterseizoenen. In een economische neergang wordt het publiek selectiever, dus het luistert nauw.

Als de Vara een nieuwe satirische programmareeks Daar Vliegende Panters wil maken – misschien eind 2004 – moeten de cabaretiers, Diederik Ebbinge, Remko Vrijdag en Rutger Bekking, anderhalf jaar van te voren worden geboekt. In inkomen doen ze een stap achteruit. Een theaterprogramma van anderhalf uur kost tien maanden werk en kan twee tot drie seizoenen mee. Tussendoor kan het door de ervaringen in de zaal worden gepolijst. Maar voor vierenhalf uur televisie hebben ze slechts zeven maanden de tijd. Na de negen uitzendingen is het voorbij. Aan Daar vliegende Panters kan bij de montage bijna niets meer worden veranderd. Te duur. ,,Bij theater kun je met zijn drieën honderd procent maken wat je wil doen. Niemand die zeurt. Geen onderhandelingen over budgetten. Geld speelt geen rol'', zegt Diederik Ebbinge. Hekwerk-producent Floberg, zou graag willen dat negen programma's tot zes zouden kunnen worden ingedikt, maar wat is besteld, moet ook worden geleverd.

Terwijl Nederlandse komieken het liefst in het theater staan, verschijnen ze in Groot-Brittannië bij voorkeur op televisie. De hiërarchie ligt daar andersom. Op de Britse televisie (Channel 4, BBC, ITN) komen veel satirische programma's en hilarische comedy-series.

De Nederlandse televisie besteedt minder geld en aandacht aan humor, heeft weinig eigen satire of scherpe comedy-series en moet voor humor vooral meerijden op de bagagedrager van echte zaaloptredens. De Vara is gespecialiseerd in cabaret. Het is voor de omroep ideale publieke televisie, niet plat en toch populair.

De commerciële televisie concurreert niet, omdat ze veel slordiger met het materiaal omspringt. Freek de Jonge verloor publiek toen zijn programma's verschenen op RTL4 en RTL5. Zodra hij terugkeerde naar Nederland 3 bloeide hij weer op. De reclames zijn een groot nadeel van commerciële televisie. Ze breken de opbouw en het ritme van een cabaretavond, doen de subtiele variaties op een eerder thema vergeten.

Volgens Caroline van der Horst, onderzoekster voor Nederland 3, is Freek de Jonge ideaal voor het netprofiel: progressief en hoger opgeleid. Bij het publiek van Youp van 't Hek zakt het opleidingspeil al enigszins. Brigitte Kaandorp trok rond de kerstdagen veel vrouwen en zelfs 80.000 kinderen voor een slapstick-nummer met de handen op haar borsten die zogenaamd per ongeluk onbedekt waren.

Er is een beeldindustrie ontstaan om humor zo veel mogelijk uit te baten. Het beste is het programma Kopspijkers met als afsluitend nummer cabaretiers die bekende Nederlanders op originele wijze nadoen. Rissen tekstschrijvers en een heel goede voorbereiding. Erik van Muiswinkel doet komische tv-nummers: hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal, trainer in een voetbalshow, zwevende kiezer Cor van de Capelle in de uitzending van Barend en Van Dorp. In Dit was het nieuws bedenkt een koppel vaste komieken met bekende Nederlanders grappen over het nieuws, minder scherp dan het Britse voorbeeld en toch een miljoen kijkers. Andermans Veren recyclet de hoogtepunten van het Nederlandse cabaret voor ook weer meer dan een miljoen kijkers.

Als er geen nummer in zit, is de cabaretier nog te gebruiken als niet-grappige, bekende Nederlander. Ze worden veel gevraagd als gast bij talkshows als Barend en Van Dorp of allerhande persoonlijke praatprogramma's. Freek de Jonge is vaak te zien met zijn persoonlijke gewetensconflicten over een komende oorlog, nieuwe politieke plannen of een koninklijk huwelijk. Zelden grappig. Maar televisiemakers snakken naar bekende Nederlanders en als de humor op is, kunnen ze het altijd met de restjes opinie doen.