UITSLAG ENQUÊTE

Geen verrassing, de topposities voor Youp van `t Hek en Freek de Jonge, wier populariteit waarschijnlijk nog extra is vergroot door het feit dat ze alletwee nog maar kortgeleden prominent op de televisie waren. Maar wel is deze score een treffende bevestiging van hun beider reputatie: Freek de Jonge blijft de man die nog altijd sterke pro- en contra-gevoelens oproept, terwijl Youp van 't Hek bij net iets meer verschillende kampen in de smaak valt. En ook interessant te zien is, dat Freek (58) en Youp (binnenkort 49) nog steeds niet van hun hoge tronen zijn gestoten. Ondanks de sterke opkomst van de geestverwante dertigers Hans Teeuwen en Theo Maassen, die in hun optreden een heel ander soort engagement vertonen – uitgesproken sinister soms, maar veel minder direct dan de grote twee.

Opmerkelijk is voorts het hoge puntental van Herman Finkers, die al bijna drie jaar niet meer optreedt. ,,Ik heb even niks meer te vertellen'', zei hij toen, maar sindsdien is bekend geworden dat Finkers aan een milde vorm van leukemie lijdt. Of hij ooit terugkeert, is daarom onbekend. Maar zo te zien heeft die afwezigheid zijn populariteit niet geschaad – en laatst werd op de tv nog weer een oude show van hem herhaald.

Meer dan honderd cabaretiers telt deze lijst, want het genre is rijk bedeeld. En eenkennig zijn onze kiezers niet. Hun punten gaan naar kassuccessen als Acda en de Munnik en de Vliegende Panters, naar aanstormers als Najib Amhali en Javier Guzman, maar ook naar Paul van Vliet, die tegenwoordig alleen nog maar optreedt ten bate van Unicef, en naar Adèle Bloemendaal, wier laatste theatertournee van drie jaar geleden dateert. Puristen zijn ze evenmin, want ook Tineke Schouten – die volgens de critici niet onder cabaret valt – staat op de lijst, evenals Jack Spijkerman die al jarenlang tv-maker is, en Raoul Heertje die als stand-up comedian geen cabaretvoorstellingen wil maken. Plus zijn eigen Comedytrain, net iets hoger dan de Amerikaanse grappenmakers van Boom Chicago, die het Leidsepleintheater in Amsterdam in ere hebben hersteld.

Net als bij de laatste parlementsverkiezingen blijkt ook hier, dat de grootste namen veruit de hoogste concentratie aan punten hebben verzameld. Zo haalde de nummer één bijna 5.000 punten méér binnen dan de laatste in de toptien. En na de toptwintig beginnen de puntenaantallen danig te dalen. Maar eervol blijft het ook in de lagere regionen, waar zelfs allerlei nauwelijks bekende namen nog een respectabele score hebben gehaald. Ook allemaal winnaars, eigenlijk.