Theelepeltheorie

Hoeveel antrax heeft Saddam achter de hand, dat gaan we vandaag uitrekenen. Maar we beginnen met het raadsel van de vensterbank. Dat raadsel ontstaat op de dag dat men een klein stekje poot in een grote pot potgrond en culmineert op de dag dat de pot omvalt omdat de uitgegroeide plant topzwaar was geworden. De pot breekt en dan blijkt dat alle potgrond is verdwenen. Op! Er zitten alleen maar wortels in de pot. En samen met stengels en bladeren is dat veel en veel meer dan er ooit aan grond was.

Hoe kan dat. Dat kan dankzij de koolzuurassimilatie waarvan het bestaan ongeveer 150 jaar geleden werd ontdekt door Justus von Liebig, de man die later ook vleesextract en gistextract op de markt bracht. De plant heeft de potgrond helemaal niet opgegeten maar groeide al die tijd voornamelijk van de lucht. De grond was in een parallel proces verteerd door bacteriën en misschien een beetje door de zuren die de wortels uitscheidden.

Koolzuurassimilatie is geen vermogen van planten alleen, ook sommige bacteriën beheersen de vastlegging van CO2, maar dieren kunnen het niet. Bij dieren is het verband tussen groei en voedselopname daarom veel makkelijker te bepalen. In agrarisch-industriële kring is daarvoor het begrip `voedselconversie' (food conversion ratio, FCR) ingevoerd. Dat getal geeft aan hoeveel kilo voedsel er in een bepaalde periode nodig was om er een kilo dier van te laten bijgroeien. Men begrijpt dat bioindustriëlen er voortdurend op uit zijn de FCR zo laag mogelijk te houden. Tegen de tijd dat de FCR van kip of kalf begint te dalen (omdat de dieren uit de groei raken) worden ze geruimd, zoals zij dat uitdrukken. Geruimde dieren belanden in het levensmiddelenkanaal.

Microbiologen drukken het verband tussen groei en voedselopname van bacteriën net andersom uit. De growth yield is er de hoeveelheid bacterie die ontstaat uit een een gram voeding. Maar verder gelden dezelfde beperkingen als hierboven: koolzuurassimilatie verstoort de balans, de `yield' is afhankelijk van de levensfase en het maakt veel uit of je met verse, natte of met behoedzaam gedroogde bacteriën rekent. Een mooie middenwaarde voor de growth yield is 0,5 gram droge bacterie voor elke verbruikte gram glucose.

Nu naar Saddam. Al maanden worden wij van Amerikaanse zijde bestookt met opgaven van de hoeveelheden antrax die deze achter de hand kan hebben, elke keer zijn het andere getallen, altijd zijn ze groot en dreigend. De Cambridge-politicoloog Glen Rangwala heeft er een hilarische compilatie van gemaakt (zie: middleeastreference.org.uk). De laatste opgaven kwamen deze week van Colin Powell. Irak heeft ooit opgegeven dat er 8.500 liter antrax was geproduceerd, zei hij, maar UNSCOM schatte dat er in werkelijkheid wel 25.000 liter kon zijn geproduceerd. (De gebruikelijke toevoeging dat dit `twee tot vier maal zoveel' was als opgegeven moest noodzakelijkerwijs achterwege blijven.)

Hoe gaat die berekening? Zo: de basis is document S/1999/94 dat UNSCOM op 29 januari 1999 uitbracht. Dat is een uiterst gedetailleerde samenvatting van hetgeen alle vorige UNSCOM-inspecties heeft opgeleverd. Het document beschrijft hoe Irak tot aan 1991 in het westen vele tonnen voedingsstoffen bestelde voor het kweken van bacteriën en hoe later, toen de inspecteurs kwamen, Irak geen sluitende verklaring kon geven voor de afwezigheid van in totaal 2160 kilogram voedingspoeder. Die hoeveelheid `kweekmedium' bestond voornamelijk uit pepton (gefermenteerd vleesextract) en verder gistextract, caseïne en een beetje thioglycolaat. Antrax-bacteriën worden meestal gekweekt op een mengsel van gistextract en pepton, maar in die 2160 kilo poeder is het gistextract duidelijk de beperkende factor. (De reconstructie hier komt geheel voor rekening van het AW-labo).

Internet staat bol van de recepten voor bereiding van kweekvloeistoffen voor Bacillus-soorten en zelfs voor Bacillus anthracis, de miltvuurbacterie zelf. Meestal wordt zo'n 5 tot 8 gram gistextract per liter water gebruikt, soms wel 12 en soms ook maar 2. UNSCOM koos kennelijk 2 gram voor zijn berekening. Dan is 520 kilo gistextract (want zoveel is er `zoek') dus goed voor 260.000 liter kweekvloeistof. Nu hebben de Irakezen ooit eens verklaard dat zij de bacterie-suspensie die van lieverlee in hun fermentors ontstaat altijd tienmaal concentreerden voor ze haar overbrachten naar bommen en raketkoppen. Dus deelden ook UNSCOM het totaalvolume door tien. Voilà: 26.000 liter antrax is `zoek'.

Het is een rare berekening, niet alleen omdat die 2 gram gistextract zo willekeurig aandoet, maar ook omdat volkomen in het midden blijft hoeveel antrax er in de fermentors tot ontwikkeling komt. Er komt geen `growth yield' of `food conversion factor' aan te pas. Maar UNSCOM had geen keus omdat Irak de techniek van het drogen van antrax nog niet beheerste. Nemen we aan dat Saddams antrax-medium evenveel pepton als gistextract bevatte en dat de growth yield voor die beide stoffen 0,5 was dan had hij zo'n 500 kilo droge antrax kunnen oogsten.

The mere pleasure of calculating. Het komt aardig in de richting van de vreemde schatting waarmee Powell kwam toen hij deze week met dat buisje zwaaide. Met Saddams verdwenen antrax zijn vele tienduizenden theelepels te vullen, zei Powell. Stel dat hij 50.000 theelepels bedoelde en dat er 5 gram op een lepeltje gaat, dan sugereerde hij de aanwezigeid (eigenlijk: afwezigheid) van 250 kilo antrax. De Amerikanen hebben blijkbaar niet zo'n hoge verwachting van de yield in Saddams cultures.

Is 250 kilo veel of weinig? In november 1997 betoogde defensieminister William Cohen dat 2,27 kilo antrax, evenveel als 5 pounds suiker, genoeg was om de helft van de bevolking van Washington te doden. Dat betekende 8 mg antrax per slachtoffer. Cohen zat er orden van grootte naast: aangenomen wordt dat de dood al te verwachten is na inademing van zo'n 10.000 antraxsporen, een onzichtbare hoeveelheid. Het pak is genoeg voor de hele wereld. Who cares! Doorslaggevend in al dit soort berekeningen is het antwoord op de vraag of men ook in staat is de dodelijke dosis toe te dienen.