Nikaab

In Leo Pricks column in dialoogvorm (`Theemuts', W&O 1 februari) gaat het o.a. over de nikaab in de klas, en vraagt een van de gesprekspartners zich af `hoe je als leraar iets kunt uitleggen als de leerlingen je niet aankijken'. Dit laatste is bij de in nikaab gestoken meisjes gemakkelijk te controleren, doch bij hen die zich in burka's hullen blijft het gissen. Het probleem van het niet-aankijken als de meester uitlegt, blijft overigens niet tot deze twee categorieën beperkt. Hoofddoekjes hinderen mij niet. Als er al iemand last van heeft, is dat de draagster zèlf, die het nadeel van met bedekte oren een luistertoets afleggen, verdisconteerd ziet in haar cijfers. Burka's en nikaabs hebben nog meer nadelen: verstaat de examinator alles zodanig dat het schoolexamen gespreksvaardigheid een succes kan worden? Bovendien is het handig als je als docent de zekerheid hebt dat jouw kandidate niet haar geleerde zus (of broer wellicht?), gemaskerd en wel, illegaal een tien in de wacht laat slepen! Daarom moeten kandidaten op officiële examenzittingen een legitimatiebewijs kunnen overleggen, m.a.w. het gezicht van een kandidaat moet identiek bevonden kunnen worden aan dat op de pasfoto.

Veel moslima's vinden de hoofddoek een essentiële uiting van hun geloof. Een geloof dat ontstaan moet zijn toen de mens door de dood van zijn naaste werd gescheiden, en in zijn angst en ontreddering het contact probeerde te herstellen, en dan is het niet vreemd uit pure onmacht in een Opperwezen te geloven. Door die diep-menselijke tragiek kun je een godsdienst ook moeilijk achterlijk noemen.

Voor mij hebben nikaabs en burka's echter veel minder met geloof te maken, maar eerder met ongezond fanatisme. Als we dergelijke praktijken gaan tolereren, wordt een algemene identificatieplicht sowieso een farce!