Kijken in de snackbar van dolfijnen

Toeristen zijn welkom bij de Nederlanders die op de Azoren onderzoek doen naar een schuwe dolfijnensoort. Maar met mate, en alleen in de zomer, hoorde Jan Benjamin op Pico.

,,Risso's!'', roept Karin Hartman enthousiast. Het is half negen 's ochtends. Vanaf het terras boven haar huis op Pico, een van de eilanden van de Azoren, wijst ze naar grijze vinnen en stompe koppen die boven de golven van de Atlantische Oceaan uitkomen. ,,Rissodolfijnen. Een stuk of vijf. Ze trekken in een groepje naar het westen.'' Snel rent haar vriend Arthur Hendriks naar het haventje van het dorp Santa Cruz das Ribeiras. Hij laat de rubberboot in het water. Even later zit het duo met hun twee gasten op zee. Hendriks geeft gas. De rubberboot hotst en botst over de golven naar de plek waar Hartman de risso's het laatst zag. Een rimpeling van het water is genoeg. Ze pakt haar camera en neemt snel een paar foto's van de dolfijnen. Ook de gasten proberen de springende dieren te fotograferen, maar dat valt niet mee. Zout, zon en zee. Biologisch onderzoek tijdens de vakantie is fantastisch.

Karin Hartman (28) en Arthur Hendriks (35) doen sinds de zomer van 2000 onderzoek naar de grampus griseus, de grijze of rissodolfijn. Dit is een schuwe, relatief onbekende dolfijnsoort, groter dan de gewone dolfijn en met een huid vol krassen. Hun werkterrein is de Portugese eilandengroep de Azoren in het midden van de Atlantische Oceaan. Daar komen meer dan twintig walvisachtigen voor, waaronder de risso.

,,Het zijn prachtige, mystieke dieren'', zegt Karin Hartman vertederd in de tuin voor haar huis op Pico. ,,Een beetje sloom ook met die grote lijven.'' Ze kijkt uit over de haven van Santa Cruz en de Atlantische Oceaan. ,,Tijdens mijn vakantie in 1997 kwam ik voor de eerste keer in contact met de dolfijnen en walvissen, met de overweldigende natuur van de Azoren. Twee jaar later keerden Arthur en ik samen terug naar het eiland. We gingen in een klein bootje de zee op en daar kwamen we een grote groep risso's tegen. Van nature schuwe dieren. Dat was een zeer bijzondere ervaring.''

Na deze ontmoeting besloten Hartman en Hendriks hun leven radicaal om te gooien. Ze gaven hun banen op, beiden werkten als grafisch vormgever en illustrator. Ze leenden geld van vrienden en familie, kochten een huis dat toevallig leegstond in Santa Cruz das Ribeiras en trokken in een oude bus van hun woonplaats Purmerend naar Portugal en vandaar per boot naar de Azoren.

Hartman en Hendriks proberen nu, met steun van het Wereldnatuurfonds en donateurs, maar vooral op eigen kosten, het gedrag van de risso's in kaart te brengen. Hun stichting heet Nova Atlantis, naar het verdwenen oceaanrijk dat op de plaats van de Azoren gelegen zou hebben. Bovendien geven zij milieuvoorlichting aan de lokale bevolking. In hun huis komt een natuurcentrum. Maar dat is iets voor de komende zomer. Vorig jaar lag de begane grond nog vol stenen. De enige betonhamer op Pico was al maanden stuk.

Nova Atlantis ontvangt in Santa Cruz ook toeristen. In juni, juli en augustus van dit jaar organiseert men enkele natuurweken. Hartman en Hendriks nemen hun gasten mee op een trektocht over het eiland Pico en zij maken wandelingen door het subtropisch regenwoud. Het vulkanische eiland is een hortus botanicus zonder dak. In het bos, langs de kant van de weg, overal op het eiland bloeien planten en bloemen die Nederlanders voornamelijk kennen van de vensterbank. Bijvoorbeeld amarylissen, hortensia's, gladiolen en fuchsia's. Verder groeien er sinaasappels, citroenen, bananen, ananassen en gemberplanten. Maar het spannendst van een natuurweek bij Nova Atlantis is het onderzoek op zee. Vergeet het massale `whale watchen' en het commerciële zwemmen met dolfijnen. Dit is serieus meehelpen met biologisch onderzoek naar risso's. Na een aantal keren varen op de oceaan en uren turen (`spotten') vanaf het terras voor het huis van Hartman en Hendriks hou je net zoveel van de risso's als het Nederlandse duo. Alle opbrengsten van de vakantieweken worden gebruikt om de doelstellingen van Nova Atlantis te verwezenlijken.

's Winters wonen Hartman en Hendriks een aantal maanden in Nederland. Daar proberen zij fondsen te werven voor het project en werken zij de resultaten van hun onderzoek uit. Er zijn op dit moment onder meer contacten met de vakgroep maritieme biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. De studie naar het sociale gedrag van de risso's is een lange-termijnproject. Nova Atlantis telt welke dieren langszwemmen, hoeveel, in welke groepen, met welk type weer, etc. ,,De wateren rond Azoren vormen een soort snackbar voor dolfijnen en walvissen'', legt Arthur Hendriks uit. ,,Rond de vulkanische eilanden stuwt de golfstroom het voedsel omhoog, zoals plankton en pijlinktvissen.''

Het voedsel trekt walvisachtigen. En op hun beurt lokken de dolfijnen en walvissen steeds meer toeristen naar de Azoren. Whale watching is een groeiende bedrijfstak op de archipel. In 2001 bezochten ruim 276.000 toeristen de Azoren (2000: 233.000; 1999: 203.000), waarvan het grootste deel uit Portugal en 819 uit Nederland (cijfers: Regionaal Bureau voor Toerisme, Azoren).

Hartman en Hendriks zijn zich ervan bewust dat de dolfijnen en walvissen zo min mogelijk mogen worden gestoord als zij op het water de dieren observeren. Met veel geduld en respect gaan ze op de risso's af. Nova Atlantis pleit voor een gedragscode die bepaalt hoe schippers dolfijnen moeten benaderen. ,,Wilde zeezoogdieren geven zelf aan of ze zin hebben in boten'', zegt Arthur Hendriks. ,,Zodra ze de ruimte opzoeken moet je ze laten gaan.''

Nova Atlantis organiseert in Purmerend een informatiedag en op 23 februari op 8 maart een benefietconcert

www.nova-atlantis.info