Kaas uit klonen

Biotechnologen uit Nieuw-Zeeland hebben negen gekloonde koeien gemaakt met extra eiwit in de melk. De Nieuw-Zeelanders streven naar een veestapel van transgene koeien, die melk geeft die speciaal geschikt voor de kaasindustrie.

In de jaren zeventig zijn de traditionele Nederlandse koeien massaal vervangen door Amerikaanse koeien. Wie weet, worden in 2010 de huidige, uit Amerika afkomstige koeien vervangen door koeien uit Nieuw-Zeeland. Onderzoekers van het overheidsinstituut Agresearch in Hamilton hebben een eerste stap gezet richting een veestapel van genetisch gemodificeerde koeien met 8 tot 20 procent meer beta-caseïne en een verdubbelde hoeveelheid kappa-caseïne in de melk (Nature biotechnology, feb). De melk bevat gemiddeld 13 procent meer melkeiwit. Dankzij dat hoge eiwitgehalte zou met een liter van deze melk extra veel kaas of ijs zijn te maken, wat de productie goedkoper zou maken. Maar tot nu toe hebben de Nieuw-Zeelanders nog geen kaas gemaakt.

In Europa wordt aan het genetisch modificeren en klonen van vee met als doel een goedkopere productie niet gewerkt vanwege ethische bezwaren die in de samenleving leven. In de VS, Australië en Nieuw Zeeland zijn er wel experimenten mee, niet alleen met koeien die eiwitrijkere melk geven maar bijvoorbeeld ook met schapen waarvan wol makkelijker loslaat. ``Nederland gaat niet mee in deze technologie terwijl het toch een kennisland wil zijn'', constateert veeteeltkundige prof dr. Pim Brascamp van de Wageningen Universiteit en Research Centrum. ``Een consequentie daarvan kan zijn dat het produceren van kaas op den duur in de VS en Nieuw Zeeland, in vergelijking met Europa, nog goedkoper wordt.''

Melk bestaat maar voor 3 tot 3,5 % uit melkeiwit waarvan caseïne (genoemd naar kaas) de belangrijkste is. Via het `klassieke' fokken kan het percentage melkeiwit misschien nog iets worden verhoogd, maar het kan niet worden verdubbeld omdat koeien van nature nu eenmaal niet meer melkeiwit in de melk hebben. De enige manier om het percentage substantieel te verhogen is het inbrengen van extra genen in het erfelijk materiaal die coderen voor de gewenste melkeiwitten.

economisch haalbaar

Het transgeen maken van koeien is erg duur, en dat was een belangrijke reden waarom koeien (en ook schapen) tot nog toe alleen werden gemodificeerd om hoogwaardige, medische eiwitten in de melk te verkrijgen. Maar volgens de onderzoekers uit Nieuw-Zeeland is het nu economisch haalbaar geworden om ook landbouwkundige verbeteringen in de veestapel aan te brengen. Daartoe is een combinatie van genetische modificatie en klonen nodig.

In plaats van de genen voor extra melkeiwitten in de celkern van de embryo's te injecteren, zoals gebruikelijk, injecteerden de Nieuw-Zeelanders de genen in de kernen van eenvoudig te kweken cellen (fibroblasten), afkomstig van een foetus. Dat had als voordeel dat zij alleen die cellen eruit konden pikken waarbij de toegevoegde genen goed in het eigen DNA van de cel waren ingebouwd. Ze selecteerden vier cellijnen, en injecteerden de celkernen daarvan in lege eicellen. De aldus ontstane embryo's plaatsten zij in draagkoeien en uiteindelijk verkregen zij op die manier elf op het oog gezonde kalveren van 8 tot 10 maanden. Negen daarvan bleken later extra eiwit in de melk te hebben. Deze hadden tot twee keer zoveel van het belangrijke melkeiwit kappa-caseïne, en 8 tot 20 procent meer van het beta-caseïne. Bij genetische analyse van de dieren bleken er in het DNA van de kloonkoeien 4 tot 84 extra kopiën van het beta-caseïne-gen en 2 tot 17 extra kopiën van het kappa-caseïne-gen te zijn ingebouwd. De onderzoekers lieten de nog onvolwassen dieren, nu twee jaar oud, met hulp van hormonen melk afgeven.

De Nieuw-Zeelanders willen komend jaar de beste klonen kalveren laten geven via `ovum pick up', waarbij hormonaal vele eitjes tegelijk uit het ovarium worden gespoeld die daarna in het laboratorium worden gerijpt. Een koe kan zo binnen een jaar enkele tientallen kalveren geven. Vervolgens zijn behalve koeien met de extra genen ook stieren nodig die op diezelfde plaats in het chromosoom diezelfde genen hebben gekregen. Met meerdere transgene stieren en koeien kan dan via kruising de veestapel worden vergroot, waardoor inteelt wordt voorkomen.

geleringsproces

De onderzoekers claimen dat uit hun melk niet alleen meer, maar ook efficiënter kaas is te maken. Dit omdat het percentage kappa-caseïne ten opzichte van de andere type caseïne-eiwitten is vergroot. En dat zou zorgen voor een beter geleringsproces. Theoretisch klopt dat, legt zuiveldeskundige dr. Nel Zoon van NIZO food research in Ede uit. Maar de superkaas zal in de praktijk nog nauwkeurig moeten worden getest. Het is niet bekend of door de veranderde eiwitsamenstelling van de melk de smaak en de gebruikseigenschappen van de kaas, zoals de stevigheid en snijdbaarheid, verandert.

Maar of het klonen van vee voor goedkopere kaas zich echt doorzet is nog wel de vraag. Ook in Nieuw-Zeeland zijn er mensen die een grens willen stellen aan het manipuleren van dieren. Zo verklaarde in een persbericht van 15 januari Mothers against Genetic Engineering (MAdGE) in beroep te gaan tegen de goedkeuring van de transgene koeien van Agresearch door de Environmental Risk Management Authority. Opvallend is dat ze daarbij, naast het milieu-risico en het ethisch aspect, vooral het economisch risico benadrukt. Omdat Europa deze koeien niet zou accepteren, zou Nieuw-Zeeland weleens te maken kunnen krijgen met een boycot.

    • Marianne Heselmans