Islamitisch kannibalisme

Vierentwintig jaar geleden ging ik met een zee van mensen een vestiging van een plaatselijke Savak (de geheime dienst van Iran) binnen. Met een stok sloeg ik de lampen kapot. Plotseling zag ik aan de voorkant van het gebouw een rode vlag van de politieke groepering Fedaian, waarop stond geschreven: onafhankelijkheid, vrijheid en volkssoevereiniteit. Op het dak wapperde de vlag van de pas opgerichte Hezbollah: Allah Akbar (Allah is groot), onafhankelijkheid, vrijheid en islamitische republiek. Dezelfde dag kondigde Khomeiny de overwinning en het einde van de revolutie aan. Khomeiny en links waren het over één punt met elkaar eens: de ware geschiedenis had zojuist haar beslag gekregen. Maar wat wilden wij?

Ik herinner mij de allereerste leuze van de revolutie waarvan Khomeiny destijds nog niet de leider was. Vrijheid van schrijven, vrijheid van spreken, vrijheid van denken. Hoe zouden deze vrijheden gestalte krijgen? Dat wist niemand. Spinoza, Hobbes, Montesquieu, Rousseau, Locke en Kant vormden de gedachtewereld van de Franse Revolutie. Daarentegen modelleerden de teksten van Lenin, Marx en Khomeiny de ideologische uitgangspunten van de Iraanse revolutie. Met deze nogal bedenkelijke theorieën wilden de revolutionairen een nieuw land met een uit het niets gestampte geschiedenis maken. Het maken van dingen gaat altijd gepaard met het nodige geweld. De revolutie, met uitzondering van de Amerikaanse revolutie, is de vroedvrouw van het excessieve geweld tegen de mensheid.

De jacht op de seculiere liberalen, sociaal-democraten en monarchisten, met instemming van alle revolutionairen, was al in de eerste ochtend van het nieuwe Iran begonnen. De klerikale liberalen mochten van De Leider de voorlopige regering van Iran aanvoeren. De optocht van baardmannen en gehoofddoekte vrouwen werd door linkse revolutionairen niet als een bedreiging gezien. Enkele wanhopige vrouwen ging de straat op om tegen verplichte kledingsvoorschriften te demonstreren. Alle revolutionairen, met inbegrip van links, bestempelden hen als vuile, vieze, rechtse monarchisten die naar de vóór-revolutionaire hoererij verlangden. De meest extreme vleugel van links werd in de eerste herfst van het islamisme door de zonen van Allah afgeslacht. Toch wist Khomeiny twee grote linkse groeperingen met zijn baardmannen te verenigen tegen de VS, Israël en Europa. Niet de zonen van Allah, maar de VS werden door links als de grote vijand van Iran gezien. Links ging zelfs verder. De klerikale liberalen werden later ook door Khomeiny als de interne vijanden bestreden en vervolgd. Hier ging links met De Leider mee op grond van het antiliberalisme. De linkse moslimgroepering Mujahedeen koos enige tijd later voor terreur, en werd vervolgens zelf slachtoffer van de staatsterreur. Khomeiny was nu de machtigste man van de regio geworden, en de revolutie, met haar massa en massagraven, was alleen van hem en zijn kameraden.

De Tudeh Partij, de oudste linkse beweging van Iran, en de Fedaian-beweging ondersteunden Khomeiny. Ze dachten dat Khomeiny's mensenrechtenschendingen in de strijd tegen het imperialisme en kapitalisme een noodzakelijk offer waren op weg naar een klasseloze samenleving. Deze groepen stonden eenzaam in een samenleving van vervolgden: inderdaad, zij werden óók vervolgd. Dit alles gebeurde binnen vier jaren. Een regime dat met de onderdrukking van liberalen en vrouwen was geboren, werd volwassen in een groot kerkhof: tienduizenden executies hebben de zonen van Allah op hun geweten. Deze apocalyptische gebeurtenissen hebben de Iraanse ruimte veranderd in één grote gevangenis met vele minaretten. Khomeiny's terugkeer in Iran wordt door de geestelijken vergeleken met de historische terugkeer van de profeet Mohammed in Mekka. De politiek werd mohammedaans en dus misdadig. Het mohammedaanse politieke theater werd door niemand meer vertrouwd. Het nieuwe adagium luidt: moslimpolitici zijn niet te vertrouwen, omdat ze in de eerste plaats aan Allah loyaal zijn. Anders zijn ze geen moslimpolitici, maar gewone denkers. Moslimpolitici spreken met een dubbele tong: wanneer ze de macht nog niet in handen hebben, zijn ze democraat en beloven van alles, maar zodra ze de macht hebben veroverd, voeren ze uit wat Allah hun heeft ingefluisterd: tirannie, moord en marteling. Deze gouden regel geldt dan ook voor alle moslimpolitici in Europa. Het dagblad Le Monde vroeg eens aan Khomeiny toen hij nog in Parijs was: als u aan de macht komt, zullen dan communisten, liberalen en ongehoofdoekte vrouwen veilig en vrij zijn? Khomeiny bevestigde dit en benadrukte dat deze groepen juist nú onvrij zijn. De islamitische republiek zal volgens Khomeiny de republiek der vrijheid zijn. Sceptici zullen mij het huidige Turkije voor de voeten gooien. Het antwoord is simpel: de moslimpolitici hebben daar niet de macht, maar het leger.

Het islamitische regime wordt weer bedreigd door de hervormingsgezinde moslimsdenkers, die in alle opzichten een dubbele agenda hanteren. Immers, ze willen het islamitische regime een menselijk gezicht geven en we weten waartoe dit leidt. De laatste leider die de Sovjet-Unie een menselijk gezicht wilde geven, heeft uiteindelijk de Sovjet-Unie moeten opheffen. Het socialisme met een menselijk gezicht baarde het liberalisme; hetzelfde lot is de politieke islam met menselijk gezicht beschoren. Het Iraanse links is inmiddels voor een groot deel veranderd in een links-liberale beweging. De intellectuele infrastructuur van Iran is vele malen omvangrijker en bewuster dan in 1979. De democratisering van Iran en de invoering van de rechten van de mens zullen misschien de islamitische tirannie verbreken. De vrije wereld moet uit eigen belang, namelijk haar veiligheid, dit democratiseringsproces en daarmee noodzakelijkerwijs het de-islamiseringsproces bevorderen. Sjeiks, imams, zelfbenoemde presidenten en de zonen van Allah zijn ipso facto de intellectuele daders achter het islamitische terrorisme tegen de eigen bevolking en andere volkeren. De polemiek tegen de mohammedaanse wantoestand is de strijd tegen het nihilisme.