Hollands dagboek: Karen van Stegeren

Als eerste ambassadesecretaris op de politieke afdeling van de Nederlandse ambassade in Washington had arabiste Karen van Stegeren (41) een hectische week die eindigde met de strijdlustige speech van Colin Powell. Van Stegeren is getrouwd met Jur. Ze hebben twee kinderen, Yanna (6) en Boaz (4). `We worden wakker van helikoptergeronk.'

Woensdag 29 januari

Met een licht `day-aftergevoel' sta ik op. De State of the Union en de Israëlische verkiezingen zijn achter de rug. Beide gebeurtenissen luiden een enerverende periode in voor de Midden-Oostenregio, de focus van mijn ambassadewerk. Mijn voorganger, Stefan, noemde de functie die ik van hem overnam, de meest fascinerende op de hele ambassade. Mee eens. Sinds de aanslagen van 11 september is daar wel een dimensie bij gekomen. Het is niet alleen fascinerend, maar ook indringend.

In hartje Washington schuif ik aan bij een ontbijtbijeenkomst over de betekenis van de Israëlische verkiezingen. De stelling: Sharon heeft geen visie voor vrede naar voren gebracht in de campagne en dankt zijn grote zege uitsluitend aan zijn beloftes over veiligheid. Toch acht de inleider het denkbaar dat Sharon zijn politieke loopbaan met een vredesakkoord wil besluiten. Dat is de lange termijn. Voor de korte termijn telt eigenlijk alleen de kwestie-Irak, met name de vraag of Israël buiten een eventueel Irak-conflict zal blijven. Ik praat kort na met mijn Egyptische collega en we concluderen dat de sterren voorlopig ongunstig staan voor een actieve Amerikaanse bemiddeling à la Dennis Ross.

In een café tegenover het Witte Huis heb ik een afspraak met een medewerker van Condoleezza Rice, de nationale veiligheidsadviseur. Met regelmaat praten wij bij over het vredesproces in het Midden-Oosten. Het gesprek bevestigt de eerdere conclusie over de stand van de sterren.

Na de lunch schrijf ik voor het ministerie in Den Haag een analyse over het Irak-deel van de State of the Union. ,,This call of history has come to the right country'', zo citeer ik Bush in de aanhef. Deze zin geeft naar mijn smaak treffend het Amerikaanse zelfbeeld weer. Er is niet veel analytisch talent voor nodig om 5 februari, de dag waarop minister Powell in de Veiligheidsraad een presentatie over Irak zal geven, als een cruciale dag te bestempelen.

Aan het eind van de middag kijk ik met een aantal collega's via internet naar onze `M', minister De Hoop Scheffer, bij NOVA. Hij doet het goed. Blij dat ik niet op die studiostoel zit. Thuis kan ik nog net Yanna en Boaz goedenacht kussen.

Donderdag

Met de kinderen in de auto naar school, dichtbij de ambassade. Het is als altijd een gezellig half uurtje, met cd-muziek-op-verzoek en een beetje voorpraten over de dag die komt.

Eenmaal op de ambassade blijkt Wouter, een collega van het ministerie, gebeld te hebben: de Tweede Kamer houdt een spoeddebat over Irak. In Nederland is het zes uur later, dus haast is geboden. Na twee uur intensief bellen en mailen denken we de vragen over de Amerikaanse positie zo goed mogelijk te hebben afgedekt.

Ik lunch in een sushi-bar met een voormalig Amerikaans diplomaat en een Palestijnse Amerikaan. Beiden hebben contact met de Palestijnse Autoriteit, met hervormers daarbinnen en daarbuiten en met Amerikaanse beleidsmakers. Gesprekken als deze voldoen wellicht niet aan het traditionele beeld van diplomatiek handwerk, maar ze vormen in het Washingtonse spinnenweb van beleidsmakers en belangenbehartigers een onontbeerlijke aanvulling op de ambtelijke contacten. Dat samen krijgt z'n weerslag in de rapportage aan Den Haag.

's Middags hebben we `Grote Staf', de maandelijkse vergadering voor de hele ambassade, zo'n 110 man/vrouw. Er is een presentatie over het vernieuwde BZ-intranet, maar ik voel m'n absorptiegrens naderen. Na de staf de maandelijkse borrel. Als ik terug ben op mijn werkkamer, trekt een artikel op de site van de Washington Post mijn aandacht. Het gaat over de open brief van acht Europese regeringsleiders die vandaag in een paar buitenlandse kranten stond. In het stuk wordt het feit dat Nederland de brief niet heeft ondertekend zonder nadere toelichting in een negatieve categorie geplaatst. We vestigen de aandacht van Den Haag op dit stuk. Deze zaak moet niet tot misverstanden leiden. Ik ploeg nog een paar uur door inbox en inbak.

Om half twaalf schotelt Jur me thuis in de keuken een heerlijk maal voor. Die borrel lijkt alweer lang geleden.

Vrijdag

Bij het wakker worden horen we geronk van helikopters. Ons huis ligt onder de heliroute tussen het Witte Huis en Camp David, dus concluderen we dat dit voor de ontmoeting tussen president Bush en premier Blair moet zijn. Later blijkt dat hun gesprek toch op het Witte Huis plaatsvond. Nooit te snel conclusies trekken.

Ter voorbereiding op een gesprek dat Boudewijn, onze ambassadeur, op het State Department heeft, zoek ik uit wat de regering gisteren in de Kamer heeft gezegd over Irak en over de brief van de acht. We moeten er in elk geval van uitgaan dat de Amerikaanse gesprekspartner, de onderminister voor Politieke Zaken, dankzij de VS-ambassade in Den Haag tot in detail op de hoogte is. Het gesprek heeft plaats op de prachtige zevende verdieping van State waar ook minister Powell werkt. Helaas geen glimp van hem. Voordat ik op de ambassade begon, was ik een half jaar op het State Department gedetacheerd. Dat was vóór de aanslagen van 11 september, toen Powell 's ochtends nog wel eens ontspannen, jasje over de schouder, de voordeur kwam binnenwandelen. State is nu in een vesting veranderd.

Bij terugkeer doet Wim, de plaatsvervangend ambassadeur, levendig verslag van de persconferentie Blair-Bush. Kern: het geduld met Irak is eerder een kwestie van weken dan van maanden. Het bezoek van Blair werd vooraf algemeen gezien als beslissend voor de koers van het Irak-beleid, omdat, aldus een BBC-commentator, ,,Blair dusdanig dicht bij Bush staat, dat hij in de positie is hem iets in het oor te fluisteren''. Ik kan daar op het moment alleen maar naar gissen.

Nadat ik het verslag van het gesprek met de onderminister naar Den Haag heb gestuurd, haast ik me om Boaz bij z'n boezemvriendje op te halen. Op de terugweg gaat het vanaf de achterbank uitsluitend over zwaarden, piraten en ridders. Hij moest eens weten welke krijgers z'n moeder bezighouden.

Zaterdag

Om kwart over negen wordt het radioprogramma waar ik naar luister weggedraaid: ,,Wij onderbreken dit programma voor een droeve mededeling.'' Opnieuw een ramp, zij het van een andere soort dan in 2001: het ruimteveer Columbia is kort voor terugkeer op aarde verongelukt. De natie gaat in rouw, de tv-netwerken draaien op volle toeren. De omgekomen astronauten blijken leeftijdgenoten te zijn. Ik realiseer me dat je dan weliswaar een heel leven achter je hebt, maar ook nog vele dromen te vervullen. Wij besluiten niettemin, omdat de tijden al spannend genoeg zijn, er voor de kinderen een zo gewoon mogelijke dag van te maken.

Na aanschaf van een flinke tas nieuwe kinderkleren gaan we naar de ijsbaan. Yanna leert trots haar klasgenoot Jack de eerste slagen (op gehuurde kunstschaatsen; mijn noren zijn een bezienswaardigheid). Boaz en Jur sporten passief, gefascineerd als zij zijn door een ijshockeywedstrijd tussen 9- à 10-jarigen.

's Avonds schuif ik (voor het eerst) aan bij het jaarlijkse etentje voor oud-leden van de Groningse studentenvereniging Vindicat. Ik ben zelf geen Groninger, Jur wel. We vertellen allemaal ons levensverhaal en dat geeft verrassende en overwachte dwarsverbanden: niet alleen Groningen en Washington, maar ook Zuidoost-Azië en Afrika figureren veelvuldig als plaats van handeling.

Zondag

Stipt om 9 uur gaat de telefoon. Mijn ouders vinden het naast faxen en mailen toch het fijnst om bij te praten. Helemaal mee eens! De politiek is een vast thema: de VS, Nederland, en ook het Midden-Oosten. In Israël woont naaste familie.

De kinderen hebben 's nachts een zogeheten sleep over gehad. We pikken ze op en gaan bij de Starbucks een kopje koffie – drie deciliter per kop! – drinken. 's Middags zorgt de wekelijkse repetitie met vijf muzikale collega's voor ander soort afleiding. We zingen/spelen covers van nummers die we ooit op schoolfeestjes draaiden. Cor, Wim, André en Hans spelen in die volgorde piano, gitaar, bas en drums. Mijn stem heeft voor het eerst gezelschap van die van Sheila, en dat scheelt. Boaz mag even invallen op de drums!

Maandag

Meer innerlijke spanning dan anders. Dit wordt de week van de presentatie van minister Powell. Alles wijst erop dat die dag door de VS gemarkeerd zal worden als begin van de werkelijk allerlaatste kans voor de Iraakse leider om met de wereld in het reine te komen.

In een artikel in de Wall Street Journal blikt Powell alvast vooruit naar woensdag. De spreekwoordelijke smoking gun moet de wereldopinie niet van hem verwachten, maar wel bewijzen dat Irak zijn verboden wapenprogramma's verbergt. `Management of expectations' heet dat. Ik signaleer het artikel, met een commentaartje, aan Den Haag.

Per telefoon neem ik afscheid van een Irak-specialist bij de Nationale Veiligheidsraad, die vrij plotseling van baan verandert. Amerikaanse ambtenaren wisselen vaker van functie dan we in Nederland gewend zijn. Het is echt jammer hem als contactpersoon te verliezen. De meeste Amerikaanse gesprekspartners zijn wel openhartig, maar voor de interessantste discussies heb je mensen nodig die net iets verder durven te gaan. Hij was er zo eentje.

Aan het eind van de middag horen we dat de minister mogelijk op vrijdag naar Washington komt.

Dinsdag

De komst van De Hoop Scheffer gaat door. Het draaiboek `bezoek bewindslieden' gaat snel in werking en de taken, voorlopig vooral het maken van afspraken, worden onderling verdeeld. In het voorlopig progamma word ik ingedeeld bij het gesprek met Powell, waarin aan Irak zeker niet voorbij zal worden gegaan. Zie ik hem toch nog deze week!

Tussen de middag ga ik met Jur naar de directrice van de school van Boaz. Hij is ongunstig jarig. Om die reden wil de school hem een jaartje over laten doen, wat afscheid van zijn vriendjes betekent die wel overgaan. Elke vier jaar van omgeving wisselen, inherent aan mijn baan, vinden we al wel genoeg. Het gesprek stelt ons voorlopig gerust. De dag verder op de ambassade vooral gevuld met planning voor morgen. Met collega Peter op de Permanente Vertegenwoordiging in New York, die morgen in de zaal van de Veiligheidsraad zal zitten, overleg ik wie wat voor z'n rekening neemt met het oog op snelle rapportage aan Den Haag.

Om half tien thuis. Jur krabbelt geestelijk weer overeind, nadat de kinderen (die elk een klasgenootje mee naar huis hadden genomen) zich van hun mindere kant hadden laten zien.

Woensdag 5 februari

Ik wil wat vroeger starten op deze ongetwijfeld hectische dag. Jur werkt mee – hij brengt de kinderen naar school. Maar het verkeer werkt tegen. Net vandaag!

Ik heb nog net tijd om even bij te praten met collega Mark in Den Haag, de expert voor het Israëlisch-Palestijns conflict. We doen dat vaak en houden zo oog voor wat er aan de andere zijde van de oceaan gebeurt. Nu de minister deze kant uit komt is die afstemming des te belangrijker.

Om half elf zit ik recht voor de televisie. Verschillende collega's, ook van andere afdelingen, lopen binnen en kijken geboeid naar de Powell-point-presentatie in de Veiligheidsraad. Ik kijk om me heen en test de reacties. Men is onder de indruk. Ik ben dag-in-dag-uit met dit onderwerp bezig, maar ook voor mij zit er heel wat nieuws bij. Het is alles bijeen een krachtig en indringend verhaal.

Ongetwijfeld zal het internationale diplomatieke verkeer in de komende weken buitengewoon intensief zijn. Eén van de karakteristieken van de diplomatie is nu eenmaal dat je nooit je kop mag laten hangen. En dat maakt het vak juist zo aantrekkelijk.

    • Karen van Stegeren