`Hausse aan stroomuitval komende 10 jaar'

Het stroomnet is verouderd. Zonder investeringen zal het aantal stroomstoringen spectaculair stijgen. `Dit ligt zeer gevoelig.'

Prof.dr. J.J. (Johan) Smit is bij bijna alle grote stroombedrijven een geziene gast. De hoogleraar hoogspanningstechnologie van de TU in Delft adviseert met zijn onderzoeksgroep hoe ze het onderhoud van elektriciteitsnetten innovatief en efficiënt aan kunnen pakken. Zo kent hij de problemen van de werkvloer.

,,Ik was niet verrast toen een paar weken geleden bekend werd dat monteurs bij Eneco de noodklok hebben geluid over hun slechte toerusting bij het bestrijden van storingen. Dit speelt bij bijna alle bedrijven. Het kan niet dat er geen fatsoenlijke tekeningen beschikbaar zijn, of dat men niet de beschikking heeft over noodaggregaten. Onverantwoord. Ik betwijfel wel of dit probleem alleen een financiële achtergrond heeft. Door de liberalisering van de energiemarkt is een forse schaalvergroting doorgevoerd, met reorganisaties als gevolg. Een onderschat effect van reorganisaties is dat ze duur zijn. Als de bedrijven dan tegelijk worden geconfronteerd met lagere tarieven voor netbeheer, zodat hun inkomsten krimpen, krijg je dit soort problemen. Niet dat de bedrijven dit zo willen maar ze kunnen niet anders.''

Toch is Smit licht verwonderd dat er vooral aandacht is voor de werksituatie van monteurs. Een ander probleem heeft in potentie verstrekkendere gevolgen – terwijl er, zegt hij, bijna geen aandacht naar uitgaat.

,,Vanaf 1960 is het elektriciteitsnet in Nederland fors uitgebreid. Dat heeft te maken met de economische groei: de toenemende industrialisatie en de introductie van elektrische apparatuur in het dagelijks gebruik - van het koffiezetapparaat tot en met de computer. Feit is nu dat die uitbreiding van het stroomnet aan het verouderen is. Al sinds medio jaren negentig nemen we een stijging waar van het aantal storingen wegens verouderde installaties.

,,We rekenen nu met een gemiddelde ouderdom van netcomponenten van dertig jaar. Maximaal is de levensduur volgens onderzoek gemiddeld 38 tot 48 jaar. Bijna tien procent van het net is nu al ouder dan dertig jaar. We zien steeds meer installaties die last hebben van verouderingsverschijnselen. Dit betekent dat in Nederland het komende decennium een forse toename van de stroomuitval is te verwachten. In een geliberaliseerde markt zijn er geen partijen die zich hierom op de eerste plaats bekommeren. Ik ben hier echt zeer bezorgd over – tenzij er alsnog fors in de netten wordt geïnvesteerd.''

Een vergelijking tussen de Verenigde Staten en Nederland, eerder door Smit uitgevoerd, leert hoe nijpend de zaak kan worden. Nu nog is een kleine tien procent van de componenten de kritische leeftijd van dertig jaar gepasseerd. Maar ruim veertig procent van deze componenten gaat het komend decennium die grens voorbij. ,,We staan er nu nog beter voor dan de VS. Maar dat is zonder ingrijpen in tien jaar net zo slecht geworden.''

In een recente brief aan staatssecretaris Wijn (Economische Zaken) geeft belangenorganisatie EnergieNed, koepel van stroombedrijven, rooskleuriger getallen. ,,De meeste onderdelen van de netten hebben een levensduur van 40 tot 70 jaar'', schrijft directeur ir. A.J. Korff. Smit: ,,Je moet dat anders bekijken. Ik schat dat 80 procent van alle installaties zeventig jaar of langer meegaat. Maar het gaat om de 20 procent die dat niet haalt. Die zorgt voor de plotselinge stroomuitval.''

Smit ontleent zijn cijfers aan het samenwerkingsverband Cigré (Conseil International des Grands Réseaux Electriques), waarin stroombedrijven uit 52 landen gegevens uitwisselen over hun netten, het beheer en de stroomuitval. De grote Nederlandse netbeheerders (Essent, Eneco, Nuon) zijn ook contribuant van Cigré; Smit is voorzitter van het Cigré-studiecomité dat zich richt op nieuwe technieken voor elektrische infrastructuur.

Bij de meeste netbeheerders was het tot eind jaren negentig gewoonte om onderdelen van de stroomnetten na dertig jaar, als ze waren afgeschreven, standaard te vervangen. Sindsdien gaan de meeste bedrijven pas over tot vervanging als er mankementen dreigen. ,,Vroeger werden de meeste componenten na dertig jaar automatisch vervangen. Dat was veilig, maar ook te duur. Nu zijn we, dankzij technieken die bij mijn vorige werkgever Kema en de TU Delft met zijn internationale partners zijn ontwikkeld, in staat bij een storing geavanceerde diagnostische metingen uit te voeren om vast te stellen waar de storing zich bevindt. Daardoor wéten we ook dat de verouderingsverschijnselen zich inderdaad voordoen.

,,Met diezelfde methode, waarbij we met sensoren in componenten de zwakke plekken vinden, zijn we ook in staat de levensduur van de apparatuur in te schatten. Daarmee kan het bedrijf gericht inspelen op mogelijke problemen zonder te worden gedwongen ook goede onderdelen te vervangen, zoals vroeger automatisch gebeurde. Zo maken we het netbeheer efficiënter. We ontwikkelen de sensoren intussen op zo'n manier dat ze ook op oude installaties toe te passen zijn.''

Totnutoe, vertelt Smit, is de methode alleen toegepast op het hoogspanningsnet - de hoofdader voor elektriciteitstransport. Ook in het middenspanningsnet is de techniek te implementeren, zegt hij. ,,Vijftig procent van de stroomnetten in Nederland is hiermee te bedienen. Bedrijven als TenneT, Nuon en Eneco maken er al summier gebruik van. De reden dat de methode niet al breed wordt toegepast is een financiële: de implementatie is niet goedkoop, de eerste jaren is een bedrijf aanzienlijk duurder uit dan bij normaal onderhoud; daarna boekt een bedrijf zoveel efficiencywinst dat men binnen tien jaar uit de kosten is.

,,Maar de bedrijven hebben het geld niet om de aanvangsinvesteringen te doen. De netbeheerders hebben tot en met eind jaren negentig misschien grote winsten gemaakt. Maar de kortingen die de toezichthouder Dte (Dienst Toezicht en Uitvoering Energie) daarna heeft doorgevoerd op de tarieven missen hun doel. Ze komen te laat. En het gevolg is nu dat de bedrijven voor essentiële innovaties geen middelen hebben. Dus het is bekend dat een forse groei van de stroomuitval dreigt maar de bedrijven krijgen geen mogelijkheden daarop in te spelen. Uiterst zorgelijk.''

Bij de Dte wordt hierop sceptisch gereageerd. Volgens medewerkers van de toezichthouder komt het gevaar van veroudering van het stroomnet steeds uit de hoge hoed van deskundigen en bedrijven om hogere tarieven te bepleiten. Maar een cijfermatige onderbouwing van de veroudering bieden bedrijven niet aan, zegt men bij Dte. ,,Uit het Cigré-verband kan ik de internationale cijfers moeiteloos leveren (zie grafiek, red.). Er is argwaan gegroeid tussen de Dte en bedrijven. Daarom laten zij de Dte niet in hun keuken toe.''

De vraag is dan waarom de bedrijven zelf hierover niet publiekelijk aan de bel trekken. ,,Dit ligt natuurlijk zeer gevoelig'', zegt Smit. ,,Als je eerst de noodzaak van een vervangingsgolf signaleert, maar vervolgens het geld niet hebt om die te betalen, loop je als bedrijf het risico dat jij later als schuldige wordt aangewezen. En het is in deze sector nu eenmaal zo dat de keuze om niet te investeren pas na vijf of tien jaar effect heeft: pas dan komt het gevolg – verhoogde stroomuitval – aan de oppervlakte.''

Volgens EnergieNed, de koepel van stroombedrijven, is het probleem van de verouderde stroomnetten minder dramatisch dan hoogleraar J. Smit, adviseur van de belangrijkste netbeheerders, stelt. In een verklaring beaamt de koepel dat de komende periode het stroomnet vervangen moet worden maar meent dat hiervoor meer tijd beschikbaar is – dertig jaar in plaats van de tien jaar die Smit veronderstelt. EnergieNed is net als Smit kritisch over de middelen die de afgelopen jaren beschikbaar waren voor beheer en vervanging van de netten. Vanaf volgend jaar wordt waarschijnlijk een vergoedingenstelsel van kracht dat de bedrijven in staat stelt wel voldoende geld in vervanging van de netten te stoppen, aldus EnergieNed. De koepel denkt daarom niet dat de stroomstoringen in aantal of duur zullen stijgen. De grootste netbeheerder van het land, Continuon (onderdeel van Nuon), verwacht ,,tussen nu en tien jaar een `bult' in het uitgavepatroon'' om verouderde netten te vervangen. Maar ook Continuon verwacht voldoende geld te hebben om die te bekostigen en vreest niet voor meer stroomstoringen.