GM KATOEN LEVERT MEER OP EN HAALT DE INSECTENDRUK OMLAAG

Katoenplanten die door middel van genetische manipulatie resistent zijn gemaakt tegen insectenvraat, leveren in tropische en subtropische gebieden tachtig procent meer katoen dan traditionele varianten. Dat blijkt uit veldexperimenten die Matin Qaim van de Universiteit van Bonn en David Zilberman van de University of California, Berkely uitvoerden in India (Science, 7 feb). Tegelijkertijd hebben collega's van de University of Arizona gevonden dat de hoeveelheid plaaginsecten in gebieden waar gedurende lange tijd veel transgene katoen is aangeplant duidelijk afneemt. Zo'n lange termijn effect op plaaginsecten is bij katoenvelden die bespoten worden met traditionele insecticiden nog nooit waargenomen (Proceedings of the National Academy of Sciences, 3 feb.).

Qaim en Zilberman lieten hun onderzoek uitvoeren door 395 boeren verspreid over zeven staten in India. De boeren zaaiden verschillende katoenzaden in drie naast elkaar gelegen velden van ieder 646 m². In twee velden zaaiden zij twee verschillende varianten van tradionele katoen. Het derde veld zaaiden zij in met katoen dat via genetische manipulatie was voorzien van een Bt-gen. Dit gen, oorspronkelijk afkomstig uit de bacterie Bacillus thuringiensis, maakt een eiwit aan dat giftig is voor vlinders en motten.

Hoewel de deelnemende Indiase boeren aanvankelijk duurder uit waren omdat zij transgeen zaad moesten aankopen, leverde de veel grotere oogst hen uiteindelijk vijf keer zoveel inkomen. De katoen van de transgene velden bracht tachtig procent meer op dan de beide traditionele velden.Die spectaculaire meeropbrengst verbaasde ook de onderzoekers. In China en de Verenigde Staten wordt met transgene katoen in het gunstigste geval hooguit een opbrengstverhoging van tien procent behaald, en zaaien boeren het gewas voornamelijk in om minder bestrijdingsmiddelen te hoeven gebruiken.

Dat transgene katoen in India ook een flinke extra katoenopbrengst met zich meebrengt, verklaren Qaim en Zilberman uit het feit dat ten eerste de hoeveelheid plaaginsecten in (sub-)tropische gebieden veel groter is en, ten tweede, dat de Indiase boeren om financiële redenen bezuinigen op het aantal bespuitingen met bestrijdingsmiddelen. Volgens de onderzoekers blijkt uit de resultaten dat transgene gewassen ook aanzienlijke voordelen kunnen hebben voor arme kleinschalige boeren in de derde wereld en zouden ook andere insectenresistente gewassen, bijvoorbeeld Bt-maïs, voor hen extra voordelig zijn.

Onderzoekers van University of Arizona ontdekten dat de aanplant van transgene katoen de hoeveelheid plaaginsecten (zoals de beruchte pink cotton bollworm, een katoenmot) in een gebied flink kan verlagen. Zij deden gedurende tien jaar insectentellingen temidden van de katoenvelden van Arizona; in de eerste vijf jaar waren deze nog vrij van transgene katoen, maar in de laatste vijf jaar kwam er steeds meer Bt-katoen. Alleen in gebieden waar transgene katoen was aangeplant daalde het aantal katoenmotten door de jaren heen de insectendruk gestaag; in gebieden met conventionele katoen bleef de insectendruk gelijk. Volgens de onderzoekers is dit een duidelijke aanwijzing dat Bt-katoen ook op de lange termijn plaaginsecten krachtig weerstaat.