`Fransen zijn geen pacifisten'

Frankrijk, dat steeds op de rem trapt als de VS aandringen op een actie tegen Irak, lijkt heel langzaam op te schuiven in de richting van een oorlog.

Even snel als voor Bagdad nadert het uur der waarheid voor Parijs. Vanaf het begin van de Iraakse crisis is het Franse standpunt geweest, dat oorlog het uiterste middel moet zijn of zelfs, zoals premier Jean-Pierre Raffarin, op bezoek in India, gisteren nog zei: ,,het laatste van de laatste middelen''. De Fransen vinden dat de wapeninspecteurs eerst alle tijd moeten krijgen om hun werk te doen; wordt hen dat door Irak onmogelijk gemaakt of treffen ze massavernietigingswapens aan, dan nog is een oorlog slechts gewettigd via een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. In geen geval mag Amerika op eigen houtje ten strijde trekken.

Implementatie van het Franse standpunt behoeft tijd: dat was precies één van de voordelen ervan, behalve dat het Frankrijk dat over een vetorecht in de Veiligheidsraad beschikt – ontsloeg van de noodzaak om definitief kleur te bekennen. Maar zowel het een als het ander dreigt nu in een nadeel om te slaan. Met de presentatie, deze week, van de bewijzen dat Irak kwaadwillig is door Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de daarop volgende eis van de wapeninspecteurs aan Irak om ,,drastisch'' van houding te veranderen en de laatste verzekering van president George W. Bush dat `het spel is afgelopen', staat Parijs ineens tot de nek in een stroomversnelling. De tijd, tot nu toe bondgenoot van de Fransen, is ineens krap bemeten.

Het neemt niet weg, dat de Franse president Jacques Chirac gisteren nog stelde dat tussen ,,de inspecties zoals die nu uitgevoerd worden en een oorlog nog veel, heel veel mogelijkheden bestaan om Irak te ontwapenen''. En premier Raffarin zei in reactie op de uitspraak van Bush: ,,Het is geen spel en het is nog niet voorbij''.

Maar hoe krachtig dat ook klonk, uit de mond van diezelfde premier en van zijn minister van Buitenlandse Zaken Dominique de Villepin zijn inmiddels omineuze zinnetjes opgetekend. De eerste heeft laten weten dat de Fransen ,,geen verstokte pacifisten'' zijn en dat Irak ,,waarschijnlijk'' inderdaad over enorme wapenvoorraden beschikt, de tweede sprak over ,,het gevaar Irak''.

Het hoeft nog niets te betekenen, maar als Frans gevoel voor prestige zich met iets slecht verhoudt, dan is dat het isolement. En dat is precies wat zich, niet in de laatste plaats dank zij de hartelijke medewerking van Amerika, aan het aftekenen is. De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld doet dit weekeinde Duitsland en Italië aan, zonder een logische tussenstop in Parijs. En zelfs Berlijn, dat zich met een vierkant `nee' tegen iedere actie in Irak buitenspel heeft gezet, zegt ,,verontrust'' te zijn naar aanleiding van Powells ontzenuwing van de Iraakse kwade trouw.

De tot dusver onverschrokken opstelling heeft voeding gegeven aan speculaties over een Frans veto van een eventueel VN-besluit om Saddam Hussein militair aan te pakken. Ook de publieke opinie, traditioneel weinig Amerika-gezind, is in grote meerderheid tegen een oorlog op basis van een vaag en onbewezen Iraaks gevaar en tal van groeperingen hebben aangekondigd op 15 februari de straat op te gaan. Bovendien is de linkse oppostie en masse voor een veto.

Maar koning-president Chirac heeft een ruime bevoegdheid. Hij beschikt bovendien over een overweldigende, volgzame meerderheid in het parlement en over een mandaat dat pas over ruim vier jaar afloopt. Niet in de laatste plaats is hij een politieke overlever, op zijn best als hij van richting moet veranderen, omdat, bij voorbeeld, een Frans isolement dreigt. Niet toevallig is die draai ingebouwd in zijn stellingname. Dat bewijst zijn gewiekstheid. Maar Chirac is geen De Gaulle, die ooit koelbloedig uit de NAVO stapte.