En het kalf hoort bij de koe

Bij Jan Vrolijk in Oosthuizen (NH). Hij melkt zestig koeien en wat meteen opvalt: de eigenaardige verdeling van zijn beesten in de ruimte, een vage overeenkomst met koeien in de Alpen.

Hij noemt het met hoorbaar genoegen een heuvelstal. Zelf bedacht. Of: je kunt een vergelijkbaar staltype hier en daar aantreffen met vleesvee, maar deze toepassing ervan, met melkvee, is volstrekt eigen.

Je laat een vloer storten in de vorm van een verlaagd zadeldak en je doet er stro op en je blíjft er stro op doen, tweemaal drie ronde balen in de week. In feite nemen de koeien een deel van je werk over. Zij verspreiden het schone stro in het midden, waardoor er altijd droge ligplaatsen zijn, en zij trappen de ruige mest in de goot aan de zijkanten.

Terwijl Vrolijk de voordelen van dit systeem uit de doeken doet, laat ik mijn blikken over het vee dwalen. Fraaie kruisingen van MRIJ uit Oost-Nederland en Montbéliarde uit Oost-Frankrijk. Ze lopen vrij rond. Ze hebben horens. Zo te zien maken ze van hun horens maar weinig gebruik; géén beschadigingen, géén littekens. En al dwalende stel ik vast dat mijn eerste indruk zo gek nog niet was.

Het gaat maar een paar meter hoog natuurlijk, het hele tafereel heeft meer van koeien in een diorama dan in het vrije veld, maar werkelijk: zoals ze op een berghelling liggen en staan, zo liggen en staan ze ook hier.

Goed, geen van deze dingen, noch het bijzondere staltype, noch het bijzondere veeslag, was de reden van de reis die ik heb gemaakt – dit zijn de extraatjes.

Daar, wijst Vrolijk, een kalf.

Een kalf, ja. Het dier ligt opgerold in het stro, slapend als een hond. Midden tussen de melkkoeien. Geflankeerd door zijn eigen, toch wat onnozel voor zich uit starende moeder. En wat nú meteen opvalt: de elementaire alledaagsheid, de vanzelfsprekendheid die deze combinatie uitademt. Kalf tussen de koeien, omdat het zo hoort.

Nu, ten overstaan van dat slapende kalf, kost het me gewoon moeite om het bijzondere vast te grijpen en vast te houden. ,,Jeetje, Jan'', zeg ik ten slotte, ,,een revolutie!'' En als hij niet reageert, of alleen maar een beetje grinnikt. ,,Jawel, jawel, hier wordt gebroken met eeuwen van melkveehouderij.''

Sinds vorig jaar zomer laat Vrolijk de kalfjes die op zijn bedrijf geboren worden bij de moeder lopen. Op proef voorlopig, maar het bevalt hem goed. Hij zal in ieder geval niet gauw meer opgeven.

Sommige moederdieren raken volledig geobsedeerd door het kind dat ze hebben. Ze staan met een barstensvolle uier aan de machine en weigeren ook maar een druppel prijs te geven. Ze laten de melk pas schieten als ze terug zijn bij het kalf, en dan spuit het alle kanten op.

Het is dan ook nog geen uitgemaakte zaak dat elk kalf bij zijn eigen moeder kan blijven. Je kunt ook aan een systeem met adoptiemoeders denken. Bij de huidige melkproductie kan zelfs de karigste koe wel een kalf extra zogen.

,,Maar waarom'', vraag ik, ,,ben je hieraan begonnen?''

,,Als wij een open dag hadden'', zegt Vrolijk, ,,waren er steeds weer mensen die vroegen: waarom doen jullie dat toch, waarom halen jullie het kalf weg bij de koe?''

,,En daar had je geen antwoord op?''

,,Jawel, maar het bleef toch knagen.''

Typisch een vraag voor leken trouwens. Waarom doen jullie dat toch, waarom halen jullie het kalf weg bij de koe? Kenners zouden haar nooit zo uitspreken. Kenners beschouwen de scheiding van kalf en koe, zo kort mogelijk na de geboorte, als een axioma. Pijnlijk, dat wel, een ernstige inbreuk op beider welzijn, zeker, maar niets aan te doen – als je melk wilt, is dat de consequentie, en van praten zal het heus niet mínder pijnlijk worden. Zo (ongeveer) moet het schouderophalen van de kenners worden begrepen, zo (ongeveer) heb ik mijn eigen schouderophalen tenminste altijd opgevat. Vrolijk: ,,En toen was er een homeopathische dierenarts die zei dat kalveren die gezoogd worden, later zelf minder vatbaar zijn voor mastitis. Toen werd ik nieuwsgierig, want je merkt dat de uiergezondheid een steeds groter probleem wordt.''

Effecten op de lange termijn dus. Je zou eerder denken dat het zogen direct effect heeft op de uiergezondheid van het moederdier, maar dat is niet vastgesteld, althans niet op het bedrijf van Vrolijk, althans niet in dit stadium.

Wat wel direct zichtbaar is: dat zuigen aan een speen de kalveren beter bekomt dan drinken uit een emmer. Ze sabbelen niet meer aan hout of ijzer. Ze groeien als kool (tot twee kilo per dag, nogal overdreven eigenlijk). Ze zijn gezond en speels en hun aanwezigheid houdt alle koeien alert; de samenhang in de kudde lijkt erdoor te worden bevorderd.

,,Ik ben benieuwd'', zegt Vrolijk, ,,hoe kalveren die zo hun sociale gedragingen aanleren straks zelf in het koppel gaan passen.''

,,En hoe ze straks zijn als productiekoe.'' Dat is de stem van Jos Langhout. Zij is aan het afstuderen in Wageningen. Zij volgt het experiment voor het Louis Bolk Instituut. De basale, meetbare dingen: hoeveel drinkt het kalf, hoeveel weegt het kalf. En dat dan in verschillende stalsystemen, want op het bedrijf van haar vader in Jelsum (Friesland) gebeurt hetzelfde. Onthoornde koeien in een ligboxenstal, en daar lopen de kalfjes los tussen.

,,En dat gaat?'', vraag ik.

,,De huisvesting is het probleem niet'', zegt Jos. ,,Het komt meer aan op het lef en de vaardigheid van de boer.''

,,En op de vraag of hij het kan bekostigen'', voegt Vrolijk eraan toe. Hijzelf heeft de actie adopteer een kalf gelanceerd:€ 45 in ruil voor de belofte dat het betrokken kalf drie maanden lang bij de koe mag blijven.

Dat kalf neemt uit de uier meer melk dan het uit een emmer zou krijgen, pakweg 12 tegen 6 liter per dag, honderd dagen lang, dat scheelt 600 liter à 35 eurocent, in totaal 200 euro – aanzienlijk méér dan het adoptiebedrag.

Vrolijk: ,,Wij hopen dat een geadopteerd kalf in een geadopteerde koe verandert; dan komen we er op den duur wel uit.''

Hoe het ook zij, sinds de zomer heeft hij veertien kalveren aangehouden en die waren alle veertien geadopteerd door mensen uit de burgerij, en voor de kalveren die nog komen is er een wachtlijst (een wachtlijst van adoptanten, bedoelt hij).

Hoe moet je de positie van een man als Jan Vrolijk inschatten? Baanbreker of achterblijver?

De tendens in de gangbare melkveehouderij is precies de andere kant op. Ter bestrijding van para-tb ijvert de Gezondheidsdienst voor Dieren juist voor minder contact tussen koe en kalf. Smetvrees. Het uitbannen van kleine rampen, waardoor alleen de grote overblijven. Maar welke kwalificaties je hieraan ook verbindt, zo'n dienst weet wat hij wil en als dergelijke regels in de Keten Kwaliteit Melk (KKM) worden opgenomen, is het gedaan met de experimenten van Vrolijk.

Baanbreker of achterblijver? Dan vraag je eigenlijk naar het effect van wat Vrolijk probeert buiten zijn eigen bedrijf. Dát nu lijkt me voor hem niet het belangrijkste. Hij is zo iemand die plezier wil hebben in zijn werk en die dat niet los kan zien van het plezier dat zijn beesten hebben in zijn werk.

Blijft staan dat er altijd bepaalde gewoontes zijn, en ik heb aangegeven dat de scheiding van kalf en koe daaronder niet de geringste is, onwrikbare gewoontes, maar toch ook altijd weer bepaalde mensen die daaraan beginnen te morrelen. Laat ik eens wat moraliseren, laat ik eens zeggen: we moeten ze koesteren – koeien, kalveren en morrelaars.