Eeuwig vechten tegen de pijn

Een rugblessure, haar zoveelste fysieke tegenslag, werpt een schaduw over het schaatsseizoen van Barbara de Loor (28). Voor de WK allround in Gotenburg was ze slechts reserve. Met bijna elk medisch specialisme is ze inmiddels vertrouwd.

,,Het lijkt me wel een grap als ik op het laatste moment nog ingevlogen word'', zei Barbara de Loor begin deze week. Terwijl de deelnemers aan het WK allround naar Gotenburg vertrokken, stapte De Loor maandag in de auto naar het zuiden. Met ploeggenoten richting Collalbo, voor een trainingskamp. Tot gisteravond was ze als eerste reserve beschikbaar voor de WK-ploeg, maar aangezien Renate Groenewold, Annamarie Thomas en Marja Vis in een blakende gezondheid verkeren, kon De Loor in Italië blijven. Een paar keer liep het anders. In 2001 bijvoorbeeld verving ze in Boedapest Wieteke Cramer en in het sprookjesachtige decor van de buitenbaan eindigde De Loor als vijfde, haar beste prestatie ooit op een WK.

Dit schaatsseizoen begon veelbelovend voor De Loor. Weg waren de bittere herinneringen aan het olympische seizoen 2001-2002 op het moment dat ze op de 3.000 meter bij de start van de wereldbekerwedstrijdenreeks in Hamar tweede werd, begin november. Toen werd er opeens weer een oude plaat afgedraaid: De Loor raakte geblesseerd, deze keer aan haar rug. Ze miste de NK allround en kon zich dus niet kwalificeren voor het EK van begin januari. Dankzij haar goede voorseizoen werd ze toch aangewezen voor dat titeltoernooi. Maar haar krediet bij de schaatsbond verspeelde ze toen bleek dat ze na de eerste afstand, de 500 meter, door haar hardnekkige rugblessure niet meer in staat was het toernooi voort te zetten. Daardoor verspeelde Nederland het vierde startbewijs voor de WK in Gotenburg. ,,En toen kreeg ik alle shit over me heen. Begrijpelijk'', zegt De Loor nu.

Ze had beter niet van start kunnen gaan en de eer moeten laten aan eerste reserve Sandra 't Hart, klonk het in koor. Nog voordat De Loor haar mond opendoet, is de reactie in haar ogen te lezen: was het maar zo simpel. ,,We hebben er alles aan gedaan om die blessure te verhelpen: rust, therapieën, massages. Maar het duurde en het duurde en intussen kwam het EK dichterbij. De tijd begon te dringen en toen was het opeens een kwestie van `doen we het of doen we het niet'.'' Bondsarts Frank Nusse werd erbij gehaald voor een onafhankelijk oordeel en zette het licht op groen. ,,Ik had zelf twijfels, daar ben ik eerlijk in. Ik kon ook niet meer helder denken en ik was moe van het harde werken om mijn rug weer goed te krijgen. Zoiets vreet erg aan je, je wordt er zenuwachtig van. Ik heb gezegd: `ik doe het, ik ga ervoor'. Nu zeg ik dat `we' misschien toch niet hadden moeten rijden. Maar we hebben wel die keuze gemaakt, met z'n allen. Uiteindelijk is het mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik vind het heel slap als een sporter anderen de schuld geeft. Dat doe ik niet. Ik ben er knetterhard voor gegaan en heb verloren. Maar wanneer bereik je nou het punt waarop je zegt: `we trekken iemand terug', of dat je als schaatser zegt zelf: `jongens, ik ben niet EK-klaar'. Dat is heel moeilijk. Ik gaf mezelf een goede kans bij de eerste drie of vier te eindigen. Dat voorseizoen gaf veel zekerheid. Maar die rottige rug.''

Thuis in Heerenveen volgde ze het verloop van de EK. ,,Ik was versleten. Door de pijnstillers voelde ik me ook niet honderd procent.'' Schaatsen met pijnstillers, dat lijkt vragen om problemen. ,,Dat is topsport. Pijn hoort er bij. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Pijn voel je ook elke training.''

Vanaf het moment dat De Loor in 1991 bij Jong Oranje kwam, zag ze een regiment geneeskundige troepen voorbij trekken. Met bijna elk medisch specialisme is ze inmiddels vertrouwd. Ze aarzelt na de vraag of ze tevreden is over de medische begeleiding die ze al die jaren als schaatsster heeft genoten. ,,Als ik daarover uitspraken doe, begeef ik me op glad ijs. Ik vind dat het lang niet optimaal is geweest. Tijdens dat gedoe met m'n hart (hartoperatie in april 1999, red.) ben ik slecht begeleid. Ik ben uiteindelijk zelf naar een cardioloog gestapt en ik heb gezegd: `ik vind dit niet normaal, wat gaan we hier aan doen.' Het was volgens de cardioloog niet zo ingewikkeld, maar wel ingrijpend. De nazorg, nadat het gefixt was, was heel slecht. Verschrikkelijk onderschat is hoe je van zoiets moet herstellen en dat het ook psychisch een tikkie geeft. Lichamelijk en psychisch was dat zwaar. Er is toch geprutst in je hart. Het is gefixt en we gaan er weer tegenaan, dat was de houding toen ik bij Kemkers terugkwam in de ploeg. De begeleiding is gewoon slecht geweest.''

Eén ding weet De Loor zeker. Altijd komt ze sterker uit de strijd tevoorschijn. ,,Dat is mijn kracht. Tot nu toe heb ik het behoorlijk volgehouden. Als die rugblessure weg is, kan ik de draad weer oppakken. En zolang dat lichtpuntje er is, ga ik daar gewoon voor. Ik heb nu pas, de laatste paar jaar, heel duidelijk voor ogen wat ik wil en wat ik kan. In de eerste jaren was ik toch op een andere manier met m'n sport bezig en had ik ook geen concrete doelen. Ja, zo goed mogelijk schaatsen. Nu is dat heel anders en eigenlijk is dat begonnen na die hartoperatie. Ik heb me laten opereren omdat die hartkloppingen me belemmerden in het schaatsen. Dat drastische besluit heeft mij zo gesterkt en in één keer een stuk volwassener in m'n sport gemaakt. Ik ben meer als een topsporter gaan leven en daarom irriteerde het me dat het na die operatie zo moeizaam ging. Ik was erg teleurgesteld. Had ik een keuze gemaakt en dan lukt het weer niet, alsof het niet mag. Vond ik heel moeilijk. En toen kwam ik bij coach Ingrid Paul, een ver-a-de-ming. Daar zat ik zo lekker op m'n plek. Haar manier van werken sprak me verschrikkelijk aan. Hoe ze in het leven staat, hoe ze over dingen nadenkt. Erg op het individu gericht: ze keek naar de persoon Barbara. Zo doet Sijtje van der Lende (haar huidige coach, red.) dat ook.''

Bij Paul beleefde De Loor een `waanzinnig' seizoen. Hoogtepunt: haar vijfde plaats bij de WK in Boedapest. ,,En toen werd ik een beetje overmoedig. `Kom maar op', met die instelling gingen we de zomer in, richting Winterspelen.''

Na afloop van het seizoen 2000-2001 ging De Loor in april eerst een maand met vakantie naar Nepal met de Noorse schaatser Stian Björge. ,,De reis van m'n leven, maar ook daarvan zeg ik nu dat het te heftig is geweest voor een olympisch seizoen en dat ik me heb vergist, impulsief als ik ben. Door de hoogte, de impact van die reis. Je komt daar in een totaal andere wereld, je ziet een hoop ellende. Na een maand kwam ik versleten terug. We gingen met het idee dat je daar op hoogte loopt en dat dat met in het achterhoofd Salt Lake City goed is voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes.'' Aanvankelijk zou ze met een groep onder aanvoering van Bart Veldkamp naar de Himalaya gaan. `Wat moet jij tussen die kerels', was z'n eerste reactie. Veldkamp stelde zijn expeditie uit. ,,Ik dacht, dan ga ik alleen. Die Noorse jongen wilde ook wel mee. Ook zo'n freak. We hebben tweeënhalve week in de Himalaya gelopen, in the middle of nowhere, met twee sherpa's en twee gidsen. Er werd gekookt voor ons. Het was te gek. Eén dag zijn we boven de 5.000 meter geweest. We kwamen in een sneeuwstorm terecht, je hebt geen idee waar je dan bent. Ik dacht, als me nu wat overkomt vinden ze me nooit meer. Zo'n klein mensje op het dak van de wereld. We zijn in een gebied geweest waar geen toeristen komen, en in dorpen waar ze nog nooit Europeanen hadden gezien. Nee, ook geen schaatsers.

,,Je gaat over een heleboel dingen nadenken. Ik kwam tot de conclusie dat ik schaatsen wel zo verschrikkelijk te gek vind. Dat staat sindsdien als een paal boven water. Af en toe heb ik daar wel over getwijfeld. Ook na die operatie. Is dit echt wel iets voor mij: het wereldje, topsport, schaatsen? Vooral omdat het zo teleurstellend ging sinds die ingreep. Maar ik ben er achter gekomen dat ik het echt heel erg leuk vind en dat ik ook wel de beste wil worden, in elk geval heel goed. Dat heb ik nooit zo durven zeggen. Het is niet zo dat ik wereldkampioen moet worden, maar ik wil wel nog een keer iets presteren.''

Tegenslagen, vaak door fysieke problemen, lopen als een rode draad door de schaatsloopbaan van De Loor. ,,Ik hoop dat een keer te doorbreken. Ik ben nog lang niet klaar met het schaatsen. En zolang ik dat gevoel heb, blijf ik een outsider. Het damesschaatsen in Nederland is niet bijster interessant, jong talent breekt nauwelijks door. Bij de jongens is het spannender. Een paar jaar geleden beleefde Groenewold haar doorbraak en ik zag dat gat met haar steeds groter worden. Nu kan ik weer van haar winnen.''

In Nagano was De Loor met haar vierde plaats op de 5.000 meter dicht bij een olympische medaille. Ze dacht in Salt Lake City het hoogtepunt in haar carrière te beleven. ,,Aan de ene kant was ik verdrietig en teleurgesteld dat ik me niet had geplaatst voor de Spelen. Dan moet je oppassen dat je niet in een bepaald zelfmedelijden terechtkomt, van: zie mij nou hier zitten, alleen op de bank. Het is mijn kracht dat ik er motivatie uit put. Ik ben iemand die gelijk de mouwen opstroopt. DSB belde in die periode, tijdens de Spelen. Hoe ik m'n toekomst zag – mijn contract bij de KNSB liep immers af – en of ik eens wilde komen praten. Ik was heel erg blij dat ik met Sijtje en Kosta Poltavets de boel weer op de rails kon krijgen in de zomer.

,,Ik heb m'n plek nog niet echt gevonden binnen het schaatsen. Ik weet wel heel duidelijk wat goed voor me is. Zo'n gebeurtenis als het EK drukt me weer met m'n neus op de feiten, opent m'n ogen.''

Vorige week werd ze weer met een tegenvaller geconfronteerd. Bij de skate-off in Heerenveen veroverde ze een startbewijs voor de worldcupwedstrijden op de 1.500 meter, maar ze verspeelde een ticket voor de 3.000 meter. ,,Er werd gezegd: `De Loor rijdt geen WK' en dat is logisch, maar om me ook uit die worldcup te wippen vond ik flauw. `Zij pikt de WK-plek weg en wij pikken haar worldcupplek weg', zo komt het op mij over. Natuurlijk heb ik geen recht meer op het WK, maar ik ben wel de hoogst geklasseerde Nederlandse op de drie kilometer in de wereldbekerwedstrijden – vierde, en ze hebben me er gewoon uitgewipt. Terwijl ik laat zien dat ik weer op m'n ouwe niveau terugkom.''

Gelukkig kan De Loor goed relativeren. ,,Als iedereen grote problemen maakt moet ik altijd een beetje lachen en dan noem ik dat geneuzel. Toch is het niet goed om altijd maar te relativeren. Het is me vaak kwalijk genomen. Dan vonden ze dat ik niet serieus was. Nepal was ook een vorm van relativeren. Soms is de schaatswereld erg klein en komt het best wel op me af. Dan vlucht ik even naar een andere wereld. Dan ga ik Amsterdam (haar geboortestad, red.) in en ontmoet ik weer andere mensen. Daar haal ik energie uit om vervolgens weer die oogkleppen op te doen en er volledig voor te gaan.''