Een vreemd land

Hoe vreselijk de term `Onderwijsland' ook moge zijn, het is wel een terechte aanduiding: het is namelijk ook werkelijk een land waar alles anders is dan we daar buiten gewend zijn. Het geheel eigen karakter dat het doen en laten van de Onderwijslandse bevolking kenmerkt, wil ik duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld. Deze tekst is dan ook speciaal bedoeld voor lezers die niet in dat land wonen, want de bewoners zelf zullen in wat ik ga vertellen niets uitzonderlijks ontdekken. Hen raad ik daarom aan hier op te houden met lezen en iets nuttigers te gaan doen.

Alle werk dat u, lezers uit de gewone wereld, gewend bent te doen, kan in minder tijd worden gedaan dan u er in feite voor neemt. Tijdens een vergadering pauzeren voor een kopje koffie, dat kan korter. En dat geldt voor alles, of het nou gaat om het schrijven van een rapport, het becommentariëren van een voorstel, boodschappen doen, het opstellen van een pleitnota, eten klaarmaken, de tafel dekken, een kies vullen, dat kan allemaal in minder tijd. Ik zit dit stukje te schrijven, staar naar buiten, mijn gedachten dwalen af, foei, niet lanterfanten, doorwerken Leo.

Stel nu dat bij alles wat we doen, er een schepje bovenop zou moeten. Waar zou dat dan toe leiden? We zouden ons ongetwijfeld opgejaagd gaan voelen, want het is natuurlijk niet toevallig dat we voor alles de tijd nemen die we ervoor nemen. Met dit in uw achterhoofd neem ik u mee naar Onderwijsland.

Een leraar wiskunde die lesgeeft in een 4 VWO-klas, heeft bijvoorbeeld voor die klas drie lesuren per week ter beschikking. Die uren wordt hij geacht nodig te hebben om de leerlingen dusdanig op te leiden dat zij het volgende jaar met vrucht hun schoolloopbaan in klas 5 kunnen vervolgen. Een lesuur duurt traditioneel 50 minuten. Daar is dus de leerstof op afgestemd: op zo veel weken per jaar, zo veel uren per week lesgeven.

U heeft zelf op school gezeten, dus u weet net zo goed als ik dat de lestijd niet altijd even efficiënt wordt besteed. Er wordt stoom afgeblazen, er spelen sociale processen, kortom zo'n lesuur van 50 minuten kan best in 5 minuutjes minder. Voor de zwaarte van het werk maakt dat niets uit. De voorbereiding blijft hetzelfde, het nakijken ook, het napraten met leerlingen die iets niet begrepen, eigenlijk verandert er niets. Alleen de zoemer, die komt onverwacht snel, maar ja, vroeger kwam die ook altijd te vroeg, net op het moment dat de leraar midden in zijn uitleg bezig was, kortom, wat maakt het uit? Niets, zult u dus zeggen.

Wat zei u? Niets? Dat antwoord bewijst dat u van de logica van Onderwijsland helemaal niets heeft begrepen. Want hoe luidt de redenering daar?

De leraar wiskunde gaf eerst 26 x 50 minuten les. Met de 5 minuten korting is dat teruggebracht met 26 x 5 = 130 minuten. De totale onderwijstijd is dus niet langer 1300 maar 1170 minuten. Vroeger gaf een leraar 26 uur per week les. Nu verplichten we hem 28 uur les te geven. Dat is dan 1260 minuten per week en dus is er sprake van taakVERLICHTING. Een verlichting van 40 minuten!

Maar daar trapt toch geen mens in, zult u ongetwijfeld denken. Je gunt iemand eerst minder tijd om zijn werk uit te voeren, die moet het in minder tijd toch maar zien te redden, en dan zeg je dat hij DUS extra tijd over houdt en daarom meer moet doen, om vervolgens te concluderen dat zijn taak is verlicht. Zijn ze nou helemaal gek geworden?!

Het allerwonderlijkst vindt u wellicht dat de onderwijsbonden hiermee akkoord gaan. Maar ja die maken ook deel uit van de bevolking van dat weliswaar nabije, maar oh zo vreemde land.

prick@nrc.nl

    • Leo Prick