Een sport voor heel Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika begint vandaag het WK cricket. Eén vraag houdt de Zuid-Afrikanen vooral bezig: zitten er wel genoeg zwarte spelers in het eigen nationale team?

Langs de muur boven het riool in de zwarte woonwijk Soweto bungelen acht knokige benen. De jongens kijken vieze plaatjes. Routineus laten ze de kaarten met de wulpse dames en hun geoliede borsten door de vingers glijden. Verveeld, niet echt geïnteresseerd. Er is meer oog voor de cricketwedstrijd aan de overkant van het slootje, op het enige cricketveld in de oudste township van Zuid-Afrika.

Ter voorbereiding op het wereldkampioenschap cricket 2003 speelt de nationale ploeg van Nieuw Zeeland een oefenwedstrijd tegen de Highveld Strikers uit Johannesburg. Soweto zit er sinds deze ochtend tien uur naar te kijken, de zon brandend in de nek. ,,Cricket alleen voor blanken?'' lacht Hloni. ,,Nee, man. Die tijd is toch allang voorbij.'' Zolang het toernooi duurt, tot 23 maart, zal Hloni geen wedstrijd missen. Thuis op de bank of in de shebeen, ,,als daar de televisie het weer doet''.

Cricket wordt langzaam maar zeker een sport voor heel Zuid-Afrika. Niet alleen langs het veld, maar ook erop. Het vijftienkoppige nationale team dat zichzelf vandaag tijdens de openingsceremonie van het WK aan de wereld presenteert, telt vijf `niet-blanke' spelers. Dat mag negen jaar na de eerste vrije verkiezingen een even groot wonder heten als het einde van apartheid zelf.

Net als rugby was cricket decennialang zinnebeeld van de rassenscheiding en uitsluiting in Zuid-Afrika. De bowlers en batters in hun hagelwitte pakken en hoeden als die van schaapscheerders speelden alleen op exclusieve countryclubs en in stadions voor `slegs blankes'. De wetten van apartheid verboden gemengde teams. Als er al cricketspelers waren in de zwarte wijken, dan kregen de gin-and-tonic drinkende en voornamelijk Britssprekende blanken ze nooit te zien.

,,We bestonden niet'', zegt de directeur van The Soweto Oval, Ruben Tseladimitlwa. Waar nu het bescheiden stadion van Soweto staat, werd al in 1971 het eerste `zwarte' cricket gespeeld. Het terrein heette toen nog een vuilnisbelt.

Tseladimitlwa is van het type verhalen uit de oude doos. ,,Geen blanke Zuid-Afrikaan had ooit van Basil d'Oliviera gehoord'', zegt hij. ,,Tot hij ineens in het Britse team mocht spelen.'' D'Oliviera had `kleurling' in zijn paspoort staan en mocht daarom niet voor de nationale ploeg van Zuid-Afrika uitkomen. Toen de Britten in 1978 voor een wedstrijd naar Zuid-Afrika wilden reizen, sprak president B.J. Vorster waarschuwende woorden: ,,Als jullie hem meenemen, dan kunnen jullie beter thuisblijven.'' [Vervolg WK-cricket: pagina 11]

WK CRICKET

Breekijzer in zwarte townships

[Vervolg van pagina 1] Is er ooit internationaal cricket gespeeld zonder politieke controverse? Tseladimitlwa gelooft van niet. Toen niet. En nu ook niet. Anno 2003 maken de Britse en Australische teams zich zorgen over de Wk-duels die ze in het politiek instabiele Zimbabwe moeten spelen. Wat als de oppositie het toernooi aangrijpt om tegen president Mugabe te demonstreren? Nieuw Zeeland wil niet naar Kenia, er bestaat daar kans op aanslagen. En het team uit Zimbabwe wil nu alleen nog wedstrijden in de eigen stadions spelen. Omdat de anderen zo zeuren.

In het Zuid-Afrikaanse cricket bestaat slechts één obsessie: zijn de teams wel zwart genoeg? De huidige minister van sport Ngconde Balfour liet zich onlangs ontvallen dat hij veel liever naar zwarte spelers kijkt dan naar de verrichtingen van blanke sterren als Shaun Pollock en Allan Donald. ,,Dat was niet zo handig'', geeft Sheldon Mayet toe, die als trainer de townships afstruint op zoek naar nieuw talent. ,,Als de verzoening tussen blank en zwart ook in de sport eindelijk zichtbaar wordt, moet je niet zo op gevoelige tenen gaan staan.''

Die verzoening is in Zuid-Afrika een zorgvuldig geregisseerd proces. Het was Nelson Mandela zelf die in 1995 het rugby zuiverde van zijn blanke uitstraling. Tijdens de finale van de strijd om de wereldbeker verscheen de toenmalige president op het veld in de groene trui van het winnende nationale team, de Springboks. Het bleek een meesterzet.

Nu speelt Mandela de hoofdrol in een reclamefilm voor de World Cup Cricket 2003, die avond na avond op de Zuid-Afrikaanse televisie wordt gedraaid. De 84-jarige Mandela staat in een leeg stadion als een klein kind te roffelen op de plastic stoelen. Hij kan niet wachten tot het toernooi begint.

In de negen jaar sinds Mandela's aantreden als president, heeft het Zuid-Afrikaanse cricket zich in een razend tempo geëmancipeerd. Onder leiding van de huidige directeur van de Cricket World Cup 2003, Ali Bacher alias Mister Cricket, wordt in elke krottenwijk in Zuid-Afrika de sport als een evangelie gepredikt. Professionele trainers worden de townships ingestuurd om kinderen te begeleiden.

En er is een academie voor cricket in Johannesburg, voor het echte talent. Zuid-Afrika's snelste bowler is er afgestudeerd: Mfuneko Ngam. Ngam groeide op in een klein dorp in de Oost-Kaap waar hij tot zijn tiende nog nooit van cricket had gehoord. Nu gooit hij ballen met snelheden boven 150 kilometer per uur.

,,Cricket heeft mijn leven totaal veranderd'', zegt Solly Ndima (20) in de lunchpauze van de wedstrijd Nieuw Zeeland tegen de Highveld Strikers. Na drie uur spelen eten de cricketers glimmende kippenbouten en rijst. Ndima geldt als een van de meest belovende spelers van Zuid-Afrika's juniorenteam. ,,Cricket heeft me uit de armoede getrokken, uit het geweld van de townships en de misdaad. Zonder de sport was het niks met mij geworden.''

Een speler met talent wacht in Zuid-Afrika een carrière zoals in Amerika. Met een studiebeurs komt niet alleen een gedegen sportopleiding maar ook het beste onderwijs op een privé-school. Cricket als breekijzer voor de allerarmsten. Met deze methode hoopt de United Cricket Board (UCB) in Zuid-Afrika van het land de best presterende cricketnatie ter wereld te maken. De vijver waaruit de UCB mag vissen is in tien jaar tijd gegroeid van 5 miljoen potentiële (blanke) talenten, naar 40 miljoen.

Ndima denkt lang na over de vraag hoe lang zwarte spelers in het cricket nog voorrang moeten krijgen. Tot vorig jaar was elk team verplicht tenminste drie `niet-blanken' in het team op te nemen. Nu is die regel gewoonterecht geworden.

,,Ik denk dat die regels langzamerhand niet meer nodig zijn. Ik vind het fantastisch dat politici voor ons willen vechten. Maar ik mag niet alleen vanwege mijn huidskleur in het veld staan. Daarmee doe ik mezelf en de sport onrecht aan.''