Een samenzwering tegen de verzuiling

De huidige generatie cabaretiers lijkt zich nauwelijks nog druk te maken over de politiek. In de jaren zestig en zeventig was dat wel anders.

'Een kenmerk van alle programma's die de jury kreeg voorgeschoteld was het ontbreken van echt politiek engagement. Dat is een trend die ook in het professionele kabinet zichtbaar is. Of de jury dat betreurt doet eigenlijk niet ter zake, maar het is een verschijnsel dat toch enigszins vreemd aandoet in een tijd waarin de wereld `in brand' staat en de geschiedenis herschreven kan worden.''

Aldus, vorig jaar, de jury van het Leids Cabaret Festival. Die jury wilde niet zeggen dat zij haar conclusie betreurde, maar verbaasd was zij er kennelijk wel over dat `echt' politiek engagement in het Nederlandse cabaret zo afwezig is. De jury gaf de drie finalisten in haar rapporten adviezen die doen vermoeden dat haar leden al een aardig tijdje meelopen. ,,Soms komt er effectbejag om de hoek kijken, pas daar mee op!'' was de raad aan de ene deelnemer. W. heeft na het directe contact met de zaal soms enige moeite de lijn van het verhaal weer op te pakken, kon de tweede finalist over zichzelf lezen. J. moet niet te gemakkelijk willen scoren, hier en daar dreigt effectbejag de overhand te krijgen, kreeg de derde als waarschuwing.

Kan het zijn dat het blikveld van die ervaren juryleden ruim 30 jaar geleden is ontstaan, of tenminste begon te ontstaan? Dus in de late jaren zestig, en de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw? De tijden van de verschuiving van harmonie naar conflict op sociaal-economisch gebied en van emancipatie en ontzuiling en deconfessionalisering? En – annex daaraan – de verrassende en brede doorbraak van het politieke engagement in het Nederlandse cabaret? Met het Vara-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer, begin 1964, dat met nummers als `Beeldreligie', een persiflage gaf (per variatie op de Tien Geboden) op het massale tv-kijken als nieuw geloof, als een eerste klaroenstoot? Plotseling viel het licht, voor het eerst na een twintigjarige naoorlogse sobere periode van wederopbouw en consensus via de toppen van de verzuilde bevolking, op een verscheurd land. Met Zo is het, afgestemd op de Engelse tv-satire That was the week that was, als een libertaire katalysator tussen linksen en links-liberalen enerzijds en `rechts' Nederland (en een dito meerderheid in de Tweede Kamer) aan de andere kant. De toenmalige premier (Marijnen) en onderwijsminister Bot overwogen hardop ,,maatregelen'', Marijnen deed dat zelfs met de aantekening dat hij de gewraakte uitzending niet had gezien. Op de voorpagina van De Telegraaf sprak criticus Leo Riemens van ,,moedwillig treiteren''. Hij moedigde Yoka Beretty, medewerkster van Zo is het, aan haar honorarium te gebruiken om ,,naar de kapper te gaan of ten minste een kam te kopen''. En besloot, om de geschatte volkswoede koers te geven: ,,Ik volsta met de namen te memoreren van hen die aan dit programma hebben meegewerkt: Mies Bouwman; Jan Blokker; Rinus Ferdinandusse; Dimitri Frenkel Frank; Peter Lohr; Joop van Tijn; Gerard van het Reve; Yoka Beretty en de verantwoordelijke eindredacteur Herman Wigbold. Men weet nu wat men aan hen heeft.''

De genoemden mochten even later op anonieme, soms zeer antisemitische, dreigbrieven rekenen of zelfs op drollen in een envelop. Wat niet wegnam dat langzamerhand, en zeker nadat het centrum-linkse kabinet Cals/Vondeling najaar 1966 nota bene door `verraad' van de bevriende KVP-fractie van N. Schmelzer in de Tweede Kamer gevallen was, vele emanciperende en ontzuilende landgenoten in opwinding raakten en het politieke engagement overeenkomstig oprukte. Cabaretgroep Lurelei (met Gerard Cox en Frans Halsema, opgericht door Eric Herfst) was vroeg in de jaren zestig al voorgegaan, Neerlands Hoop (Freek de Jonge en Bram Vermeulen, geëngageerde conferenciers én actievoerders) en anderen zouden volgen.

Niet alleen bij de Vara en de zich in linkse richting heroriënterende VPRO maar ook bij de KRO raakte enig links engagement, in de actualiteitenrubriek Brandpunt én het cabaretprogramma Cursief (radio), gaandeweg van uitzondering tot regel. Ook in de zalen was te merken dat veel conferenciers en liedjeszangers van katholieke komaf met nieuw engagement gingen afrekenen met de pastoors en het (klein-)seminarie van hun jeugd. Voorbeelden: Robert Long, die de paus onbekommerd als ,,vrome kloot'' bezong, de brave Jules de Corte wiens Bruidspaar de traditionele roomskatholieken schokte en Michel van der Plas' door Wim Sonneveld beroemd gemaakte Frater Venantius. Trouwens, Youp van `t Hek rekent vandaag niet alleen gedurig af met de Gooise hockeywereld van zijn ouders maar, vloekend of niet, wellicht ook nog een beetje met het klein-semenarie, waar hij ooit als tiener een paar maanden nodig had om af te komen van het ideaal om priester te worden.

Michel van der Plas leverde, hoewel eigenlijk dichter, een fantastisch aantal mooie liedjes en cabaretteksten aan onder meer Wim Sonneveld, Frans Halsema, Gerard Cox. In het voorwoord van Ben je belazerd, ben je bedonderd, een bundel van zulke teksten (1984), schreef hij: ,,(..) Nergens krijgt cabaret grotere kansen dan in een kleine, besloten, liefst ook nog rokerige ruimte, waar de samengekomenen de geest van een samenzwering over zich vaardig voelen worden; hoe meer men zich onder elkaar voelt, des te gemakkelijker aanvaardt men kritiek op het gemeenschappelijk betweten. Het moet mede om de huiskamercultus in Nederland zijn dat het cabaret er zo bloeit.'

Kortom: een cabaretier heeft altijd een zaal, een publiek nodig van min of meer gelijkgezinden, desnoods gelijkgezinden voor één avond. Op het tv-scherm moeten dat er honderdduizenden of, liever nog, miljoenen zijn. Grootheden als Pisuisse en Louis Davids voor de oorlog en de naoorlogse Grote Drie, Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans, zochten hun kracht niet in politiek engagement, al grapte Kan veel en vaak over ,,de politiek''. Maar dat deed hij bijna altijd in de zin van: zij daar in Den Haag en wij gewone mensen hier, en niet in de zin van: die of die politicus of die en die partij deugt ideologisch niet.

Wim Kan zat niet zo in elkaar, en had daarvoor ook overigens goede redenen. Namelijk dat de mensen die de zalen vol maakten en met wie hij een band moest zien te krijgen, weinig voelden voor het type politiek engagement dat in veranderend en emanciperend Nederland even later populair werd. Zij het maar voor enkele decennia, want – zoals de jury van het Leids Cabaret Festival vorig jaar al concludeerde – de belangstelling voor politiek geëngageerd cabaret lijkt zo langzamerhand weer weggeëbd. Dat de Nederlanders niet meer dagelijks ademloos het politieke bedrijf in Den Haag volgen, korte verkiezingscampagnes op de tv daargelaten, zou daarmee wel eens wat te maken kunnen hebben.

In 1968 zei Wim Sonneveld: ,,Een boodschap heb ik niet, behalve dan misschien dat mijn spotten met menselijke hebbelijkheden en tekortkomingen gebaseerd is op de overtuiging dat de mensen juist om die eigenaardigheden de moeite waard zijn. Voor politiek loop ik niet warm. (..) Bovendien geloof ik dat een artiest niet zo vreselijk geëngageerd hoeft te zijn. Ik denk dat het cabaret in de toekomst helemaal los komt te staan van de politiek, dat het politieke cabaret helemaal zal verdwijnen.'' Zijn profetie klopt nog niet volledig, maar zo gek ver lijkt hij er niet naast te hebben gezeten.