Een moslim stuurt niemand weg

Nederlanders zijn gulle gevers als het gaat om goede doelen. De een doneert aan de kerk, de ander kiest voor de Derde Wereld. Haci Karacaer geeft vooral aan arme familieleden in Turkije en aan de moskee.

Dinsdag begint het offerfeest. Moslims herdenken de geschiedenis van Abraham, die zijn zoon moest offeren. Volgens de versie in de koran daalde net op tijd een engel neer met een schaap in zijn armen. Abraham slacht het schaap en zijn zoon blijft in leven. Hoewel het offerfeest tegenwoordig vooral een feest van bezinning is, waarbij moslims hun familie en vrienden ontmoeten, worden er nog altijd schapen geofferd. ,,Je verdeelt het schaap in drie stukken. Een deel voor je eigen gezin, een deel voor familie en vrienden en een deel voor arme mensen die geen schaap kunnen kopen'', zegt Haci Karacaer (40), directeur van Milli Görüs, een sociaal-religieuze organisatie die de integratie van (voornamelijk Turkse) moslims in de Nederlandse samenleving wil bevorderen. Eigenlijk moet elke volwassene een schaap offeren. Omdat dat in veel gezinnen een enorme hoeveelheid vlees zou opleveren, slachten de meeste huishoudens maar één schaap. De overige volwassen gezinsleden schenken de marktwaarde van een schaap aan organisaties zoals Milli Görüs. Afgevaardigden van de organisatie reizen naar landen waar arme moslims wonen en kopen ter plekke schapen die geofferd worden. ,,De prijs van een schaap verschilt per land'', zegt Karacaer. ,,Wij gaan uit van 100 euro. Dat is het gemiddelde.''

De koran kent nog zo'n vast moment waarop moslims iets moeten schenken aan hun naasten. Aan het einde van de Ramadan geven zij minimaal 2,5 procent van hun vermogen aan armen. Dat is de `zakat', verplicht voor iedereen die het zich kan veroorloven. ,,De koran geeft duidelijke richtlijnen'', zegt Karacaer. ,,Wie een bezit heeft waarvan de waarde vergelijkbaar is met 3 ons goud of 21 ons zilver, moet daarover minimaal 2,5 procent zakat betalen.'' Elk jaar na de Ramadan maken moslims ingewikkelde berekeningen. De waarde van het huis waarin zij wonen telt niet mee bij het bepalen van de hoogte van de zakat, maar een huis dat zij aan derden verhuren wel. Een gewone garderobe telt ook niet mee, maar een grote collectie feestkleding wel. Ook de saldi van spaarrekeningen en de waarde van lijfrentepolissen worden opgeteld.

De koran eist dat het geld aan personen gegeven wordt en niet aan organisaties, tenzij die organisaties het geld alsnog aan personen schenken. Zelf gaf Karacaer zijn zakat na de laatste Ramadan aan zijn nicht in Turkije, die een operatie moest ondergaan en de ziekenhuisrekening niet kon betalen. ,,Je hoort eerst te kijken naar je directe familieleden. Als zij niet behoeftig zijn, geef je de zakat aan anderen.'' Onder moslims is het `not done' om te vertellen hoe hoog hun zakat was. Karacaer wil dan ook niet kwijt hoeveel hij aan zijn nicht gaf. ,,De linkerhand hoeft niet te weten wat de rechterhand geeft. Ik heb alle rekeningen van mijn nicht betaald en gedaan wat nodig was.''

De zakat-gelden die na de laatste Ramadan bij Milli Görüs terechtkwamen, zijn onder meer geschonken aan tien Turkse studentes in Nederland. Oorspronkelijk studeerden zij in Turkije, maar toen op de Turkse universiteiten het dragen van hoofddoekjes verboden werd, weken zij uit naar Nederland.

Behalve de zakat kent de koran het begrip `sadaqa'. ,,Dat is een vrijwillige bijdrage, die niet financieel hoeft te zijn. De koran adviseert ons om te geven, maar dat mag ook in de vorm van vrijwilligerswerk.'' Een financiële bijdrage aan de moskee is evenmin verplicht, maar de meeste moslims doen dat wel. ,,Veel mensen betalen elke maand tien euro'', zegt Karacaer. ,,Maar er zijn ook mensen die een periodieke gift geven en daarvoor een notariële akte laten opstellen. Zo kunnen ze hun gift van de belasting aftrekken.'' Zelf geeft hij jaarlijks honderden euro's aan de moskee. Dat hij daarbij om een kwitantie vraagt is niet wegens de aftrekbaarheid, maar omdat hij er zeker van wil zijn dat zijn geld goed terechtkomt. ,,Ik zou iedereen afraden zonder kwitantie geld te geven. Dat is ook in het belang van de organisatie en de mensen die er werken. Met kwitanties komt niemand in de verleiding om iets anders met het geld te doen.''

Behalve aan familieleden en aan de moskee schenkt Karacaer aan gezondheidsorganisaties. ,,Voor mij is het vanzelfsprekend om daar aan te geven. Het zijn doelstellingen waar ik me direct iets bij kan voorstellen. Ik maak jaarlijks 25 euro over aan organisaties zoals de Nierstichting.'' Ook geeft hij aan huis-aan-huiscollectes. Afhankelijk van het doel stopt hij 5 tot 10 euro in de collectebus. ,,Dat hoort volgens de islamitische leer. Tenzij je zeker weet dat je wordt opgelicht, hoor je iets te geven aan iemand die aan de deur komt. Je stuurt niemand weg.''

Dit is het vijfde deel in een serie over mensen die aan goede doelen geven.