De schoonheid van eigengereidheid

De meningen zijn verdeeld: kun je het leren of niet? De onvoorspelbare drang om op het toneel te staan geldt in ieder geval voor alle cabaretiers.

Youp van 't Hek was in zijn beginjaren kind aan huis bij De Engelenbak, hét Amsterdamse theater voor amateurtoneel. Iedere vrijdag is het daar `Open Bak': iedereen kan nieuw werk testen op publiek. Aangezien er niet voor betaald wordt, vallen dikwijls mensen uit. Vroeger belde men dan meteen Youp omdat hij altijd wel wilde. Toenmalig directeur Theo Ruyter zegt in het jubileumboek van De Engelenbak: ,,Hij was toen nog lang niet zo goed, en op een gegeven moment werd het ook echt teveel. Toen mocht Youp een tijdje niet meer komen.''

Niet alleen Van 't Hek gebruikte de Open Bak als spartelvijver. Ook Paul de Leeuw, Brigitte Kaandorp en Sanne Wallis de Vries waren er in het prille begin van hun carrière regelmatig te vinden. Het was dé plek om een eigen stijl te ontwikkelen en om relatief zachtaardig op je bek te gaan. Voor Kaandorp, De Leeuw en Van 't Hek waren dit soort podia tevens de enige manier om het vak onder de knie te krijgen, op theaterscholen waren ze afgewezen.

Tegenwoordig staan er door het hele land `open bakken'. Er zijn festivals, talentenjachten en Stand-up Comedy cafés. Nog steeds blijkt dat je zeker niet naar een Theaterschool hoeft om als cabaretier succesvol te zijn. Het gaat zelfs een stuk sneller dan een tiental jaar geleden: wie scoort, mag meteen door voor de one-man-show.

Het publiek vindt die enorme groei geweldig, zo blijkt uit bezoekersaantallen. Bij de kassa van de Kleine Komedie in Amsterdam, het Mekka voor menig cabaretier, vraagt men niet naar een speciale artiest maar bestelt men gewoon `een kaartje voor vanavond'. Door de enorme populariteit groeit ook het aantal cabaretiers. Op de achtergrond klaagt men over ongeïnspireerde grappen en vervlakking van het aanbod. Zou cabaret te leren zijn?

Volgens Ruut Weissman, artistiek leider van de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie, wel. Maar door de vele festivals beklijft er weinig en is er geen sprake van duurzaamheid. Weissman vindt dat je het kleinkunstvak eerst moet leren en een school kan dan een goede optie zijn. Bijvoorbeeld zijn Toneelschool. ,,Wie aanleg heeft kan het leren, al is nooit te voorspellen of een talent het ook gaat máken. En andersom geldt: zij die het hevigst willen zijn niet per definitie de meest getalenteerden.''

Het is niet meer zoals vroeger, meent de Toneelschooldirecteur. ,,Toen kon je nog in het geheim oefenen. De wereld is voller en strenger geworden. Vroeger was cabaret een onontgonnen gebied, nu moet je bij je tweede programma al een goede pers zien te halen, anders word je afgeserveerd. Een opleiding geeft de rust om uit te proberen, zodat iemand zijn mogelijkheden verder kan uitdiepen. Mijn leerlingen scoren goed op duurzaamheid'', zegt Weissman trots.

Het is een feit dat de theaterscholen de afgelopen jaren opvallend veel verse en `duurzame' cabaretiers hebben afgeleverd. De Vliegende Panters, Acda en de Munnik, Eric van Sauers, Hans Teeuwen en Sanne Wallis de Vries, allemaal deden ze een theateropleiding. Dit in schril contrast met de oudere generatie die dikwijls `in de praktijk' het klappen van de zweep leerde: Youp van 't Hek, Paul de Leeuw en Freek de Jonge.

Anders dan Ruut Weissman is Bert Klunder, cabaretier en voormalig hoofddocent van de Cabaret Academie, van mening dat cabaret niet te onderwijzen is. ,,Je kunt het niet leren, wel ontwikkelen'', zegt hij na lang peinzen. Dat is ook de reden dat Klunder stopte met de Cabaret Academie, die nu is ondergebracht in het cursusaanbod van de Culturele instelling SKVR (Kunst voor Rotterdammers).

De ware cabaretier bezit een aangeboren innerlijke noodzaak, die zich op geheel persoonlijke wijze dient te ontwikkelen, aldus Klunder. ,,Van Herman Finkers zeiden ze dat hij niet aan de theaterwetten voldeed en er zijn tal van kunstenaars die iets dergelijks te horen hebben gekregen. Maar toch gingen ze door, ze konden niet anders. Want wat die mensen onderscheidt van anderen is het gevoel op dat podium te móeten staan. Tegenwoordig noemen veel mensen zich cabaretier omdat ze rijk en beroemd willen worden. De nieuwe groep die staat te dringen is te vergelijken met een groep pianisten die allemaal heel aardig Für Elise kunnen spelen. Maar er zijn er maar twee bij wie je tranen in je ogen krijgt.''

Ook de leider van het Noord Nederlands Toneel, Koos Terpstra, herkent de echte cabaretier direct. ,,Het is een levenshouding, een onvoorstelbare drang om als jezelf op het toneel te staan. Ga op een podium staan voor honderd man, probeer je grappen uit, en je zult zien hoe snel je leert. School, dat is misschien wel de slechtste plek om te leren. Want het gaat om het ontwikkelen van een heel precies personage en dat personage ben je zelf.''

Zowel Klunder als Terpstra benadrukken de schoonheid van de eigengereidheid. Eigengereidheid die in de Kunst als kwaliteit geldt en daardoor ongerept geëerbiedigd dient te worden. Selma Susanna, artistiek leider van de parttime Kleinkunstopleiding ST&M, voor stem, theater en muziek, en vaste regisseur van onder meer Sanne Wallis de Vries is er wat genuanceerder over: ,,Als mensen zeggen: `Je kan het ook in de praktijk leren', dan zeg ik: `we zijn het er in ieder geval over eens dat er iets te leren valt.' Ik geloof net als de anderen dat die drang niet aan te leren is, maar anderzijds geloof ik geen seconde dat talent zich door scholing kapot laat maken. Behalve technieken krijgen leerlingen hier een bewustzijn aangereikt. Een besef van waar ze mee bezig zijn, wellicht een bredere blik, want ik doceer niet alleen cabaret, maar ook zang, dans en schrijfvakken. Iemand kan hier een geweldig talent voor schrijven ontdekken, bijvoorbeeld. Op een opleiding leer je dus theater kennen en dat kan je gebruiken voor je eigen weg.''

Kortom, wie over humor en doorzettingsvermogen beschikt, kan kiezen voor wel of niet een opleiding. Maar luwte is tegenwoordig nauwelijks meer te vinden en dat kan een struikelblok zijn. Wie te snel moet schitteren is ook gauw uitgeschitterd. Een school kan die veilige haven nog enige tijd bieden. Bovendien kan het zonder professionele begeleiding lastig zijn om verder te komen dan die eerste paar grappige invallen. Daar staat de eigengereidheid van de cabaretier tegenover die zich niet door anderen laat betuttelen. De ware cabaretier is immers al vol van zichzelf.