Comunidad als explosieve mix

De vergadering van huiseigenaren bijwonen was niet zonder risico en dat besefte ik terdege. In de film La Comunidad van de Spaanse regisseur Álex de la Iglesia wordt de vereniging van huiseigenaren neergezet als een egocentrische, moordlustige burengemeenschap. De film was twee jaar geleden hét grote kassucces in de Spaanse bioscopen.

Buren vormen hier een risico. De Iers-Spaanse schrijver Ian Gibson schreef ooit ironisch dat Spanjaarden het liefst op de hoogste verdieping wonen om zo gevrijwaard te blijven van de geweldige herrie van bovenburen. Toen zijn boek in vertaling werd gelezen door zijn bovenburen, moest hij ijlings verhuizen. De nationale nieuwszender Radio 5 heeft een vaste rubriek met adviezen die beogen te voorkomen dat huiseigenaren elkaar de hersens inslaan. Eenvijfde van de rechtszaken gaat over burenruzies.

Het heeft iets te maken met het mediterrane sociale klimaat. Zet één stap buiten de deur en het openbare leven ontvouwt zich als een straattheater. Keerzijde is een sterk gevoel voor eigenwaarde. Eenmaal thuisgekomen wordt het straattheater vaak voortgezet en menig buur is van mening dat zijn huis de laatste plek op de wereld is waar hij, en hij alleen, de dienst uitmaakt. Voeg daarbij de afgunst, Spanjes nationale ziekte, en het onvermogen tot overleg en consensus en je hebt de explosieve mix die hier La Comunidad heet.

Nu was het dus mijn beurt om mijn opwachting te maken bij de vereniging van huiseigenaren. ,,Ik ga er nooit naar toe, maar als jíj wilt geef ik je wel een machtiging. Hoor ik ook eens waar het over gaat'', had mijn huisbaas geopperd met de bestudeerde achteloosheid van iemand die geniet van de details van een lustmoord, maar zelf geen bloed kan zien. Ik twijfelde, maar er waren ook wat praktische puntjes die ik graag onder aandacht wilde brengen.

Een tiental eigenaren is vanavond aanwezig, ik ken ongeveer de helft. Geroutineerd wordt de agenda afgehandeld. Wie wil de huidige voorzitter opvolgen? Gevoelig punt, onrustig geschuifel, ijzige stilte. Niemand? Zuchtend accepteert Javier, mijn witgebaarde overbuurman, een tamelijk beroemd zanger van het luisterlied, een nieuwe termijn.

Tijd voor de rondvraag. De ongetrouwde advocate-van-twee-hoog heeft een brief ingezonden die wordt voorgelezen. Vrijwel tot op de seconde nauwkeurig wordt verslag gedaan wanneer de voordeur onbewaakt is, wie er door de poort naar binnen is geglipt, waar de vuilniszakken voor de deur staan. De bewakingscamera die vorig jaar is gemonteerd (maar het niet doet) blijkt vrijwel overbodig. En tot slot: het salaris van de portier is veel te hoog. Juist, nu begrijp ik die sluimerende vete tussen die twee.

De zaal giechelt, buurvrouw is niet geliefd. Ik begin over de waterdruk die plotseling is verdubbeld en voor aanhoudende lekkages zorgt. Het haperende signaal van de centrale schotelantenne. Bijval. Er zal weer eens een brief over geschreven moeten worden. Compliment trouwens, dat ik steunen heb geplaatst om te voorkomen dat mijn geraniums van de vensterbank afkieperen. Of de rest dat nou ook eens wil doen. Het verzoek dateert al weer van een jaar geleden en het mag een wonder heten dat de vallende bloempotten tot dusver geen passanten op de patio geraakt hebben.

Buurvrouw Manuela komt met een ernstiger probleem, de zaal gaat er eens goed voor zitten. Haar buurman, een zekere Antonio, klaagt over het tikken van haar verwarming. Al twee jaar. Maar zij kan er niks aan doen, de ketel is nieuw. De zaak ligt inmiddels bij de rechter. Híj heeft haar al twee keer midden in de nacht bedreigd, zíj durft van pure ellende de verwarming niet meer aan te doen. Zestien graden is het, ze verrekt van de kou. En nu heeft hij ook nog een beledigende brief over haar naar de Comunidad gestuurd. Afkeurend gesis. Antonio is een bruut en een zeurkous, concludeert een andere buur.

Ik probeer het toch maar. Mijn pianospelende benedenbuur, niet aanwezig, geeft urenlang zanglessen aan contratenoren. Dat zijn mannen die proberen een castraat na te doen. Herinvoering van het castreren, ik ben er een warm voorstander van geworden. Lesgeven mag niet volgens de verenigingsstatuten, zeg ik stoer. Geluidsoverlast al helemaal niet. Hoofdstuk vijf, artikel 15 en 16. Een pianospelende bovenbuur met wie ik het al eens aan de stok heb gehad, denkt dat het op haar slaat en protesteert dat zíj geen les geeft. Achter de bestuurstafel wordt verbaasd opgekeken. ,,Ik dacht dat die zangers vrouwen waren'', zegt Javier. Nee mannen, zegt een andere buur. Hij weet er alles van. Zelf is hij bariton.

,,Wat wil je dat we doen?'', vraagt het bestuur. Razendsnel denk ik na. Twee pianospelende buren, een beroemde zanger, een bariton. Hier dreigt een muzikaal front, dit vereist een diplomatieke oplossing. ,,Misschien kan hij zijn ramen dicht doen als het zomer is'', besluit ik laf. Dat vindt de vereniging een redelijk verzoek. ,,Je moet vragen of die bariton eens kan zingen bij je benedenbuur. Voor de afwisseling'', grapt Javier na afloop. Ik kan niks beters bedenken dan hem te feliciteren met zijn herverkiezing als voorzitter. Straks, als bij de eerste zwaluwen de ramen opengaan, zal hij het nog moeilijk krijgen.