Casus belli

Op historische momenten grijpen mensen bij voorkeur terug op historische parallellen, in een poging de moeilijk te doorgronden en verwarrende situatie in vertrouwde begrippen te beschrijven en te duiden met behulp van eerdere ervaringen. Zij roepen in tijden van grote crises, zoals Karl Marx al schreef, angstig de geesten van het verleden tot hun dienst op, ontlenen aan hen namen, strijdparolen, kostuums, om in deze oude eerbiedwaardige vermomming en in deze geleende taal het nieuwe bedrijf van de wereldgeschiedenis op te voeren.

Amerika wordt door tegenstanders van ingrijpen in Irak lichtzinnig vergeleken met het Romeinse rijk. Zoals de Romeinse keizers hun Pax Romana aan onderworpen stammen en volken oplegden, zo zou Bush de hele wereld zijn Pax Americana trachten op te leggen. Marcel van Dam zoekt het geen 2.000 maar 500 jaar terug. Hij beschrijft de Amerikaanse politiek in termen van het Europese kolonialisme van de 16de, 17de en 18de eeuw, zich uitend in territoriale, economische en godsdienstige expansie. Zelf stelt Saddam Hussein allen die hem de voet dwars zetten gelijk aan de barbaarse kruisvaarders uit de Middeleeuwen.

Minder absurd is de parallel met de Koude Oorlog. In dat verband wordt bij voorkeur het in de jaren '50 gemunte begrip `containment' (beheersing) van stal gehaald. Volgens de pleitbezorgers van een containment-politiek jegens Irak is het mogelijk Saddam met diplomatieke druk en militaire omsingeling duurzaam te beletten chemische en biologische wapens te gebruiken of die aan terroristen te leveren. De afgelopen twaalf jaar is vergeefs gepoogd deze methode, een combinatie van sancties, dreiging en wapeninspecties, toe te passen. De Verenigde Staten hebben hun geloof in de werkzaamheid van `containment' in feite op 11 september 2001 opgegeven. Saddam betuigde openlijk instemming met de terreuraanval op Amerika door Al-Qaeda. Afschrikking werkt op den duur alleen als men te maken heeft met een rationele tegenpartij, die in staat is risico's en voordelen van een bepaalde handelwijze tegen elkaar af te wegen en tevens bereid is afspraken te maken en na te komen. De kwestie was nooit of Saddam Hussein een misdadiger is, de kwestie is of hij als misdadiger bij zijn verstand is.

Een militaire dictator had men in bedwang kunnen houden, een krankzinnige tiran niet. Daarom is `containment' geen houdbare optie. Het is een obsolete strategie uit een tijdperk dat voorgoed voorbij is. Het werkte toen twee supermachten tot de tanden bewapend tegenover elkaar stonden en, lopend langs de rand van de afgrond, een vorm van stabiliteit in stand hielden. Het werkt niet tegen terroristen, het werkt niet tegen een macht die, zoals Churchill in 1938 in het Lagerhuis Chamberlain toebeet, nooit, in geen enkel opzicht, kan worden vertrouwd. Dat was na het pact van München dat de regeringen van Groot-Brittannië en Frankrijk met Hitler sloten. Ik geef toe dat de parallel die ik hier trek met de politiek van `appeasement', het aanvankelijk laten begaan van Hitler, even weinig bewijskracht heeft als alle andere historische vergelijkingen. Behalve dan dat er altijd een moment kan komen waarop het hoogstaande doel van het bewaren van de vrede tijdelijk moet wijken voor het afwenden van een duidelijk en acuut gevaar.

De tegenstanders van ingrijpen in Irak ontkennen het bestaan van een dergelijk gevaar. Zij houden het erop dat de Verenigde Staten alleen op olie en wereldheerschappij uit zijn. Alsof Frankrijk, Duitsland en Rusland geen oliebelangen zouden hebben. En alsof alleen de VS en Israël reden zouden hebben zich bedreigd te voelen door het terrorisme. Alsof andere landen en volken, in het Midden-Oosten en in Europa, er verzekerd van kunnen zijn gevrijwaard te blijven van aanslagen met chemische of bacteriologische wapens. Ik kan deze zalige goedgelovigheid niet begrijpen. Ook wij lopen gevaar.

Uit de argumentatie van de Amerikaanse minister Powell, woensdag in de Veiligheidsraad, valt minimaal af te leiden dat Irak systematisch en moedwillig de wapeninspecties van de Verenigde Naties tegenwerkt. Een dag later hield Bush zijn pleidooi voor een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad, waarmee hij degenen die klagen over het unilateralisme van de Verenigde Staten voor het blok zette. Het volkenrechtelijke argument dat de Verenigde Staten geen `casus belli' hebben, was met resolutie 1441, waarin Irak werd verplicht tot volledige medewerking aan de wapeninspecties, al ontkracht. Elke tegenwerking, elke vorm van bedrog is nu een `casus belli'. Zoveel staat vast.

,,Het spel is uit'', zei Bush. Maar voor de Nederlandse televisie lijkt het allemaal niet meer dan een spelletje. Het tv-programma Netwerk organiseerde een schreeuwpartij tussen twee teams die elkaar het spreken onmogelijk probeerden te maken om te verhinderen dat er ook maar één argument tot het joelende en applaudisserende studiopubliek kon doordringen.

Alles lijkt hier te moeten worden teruggebracht tot ruzie in de dorpskroeg, onverkwikkelijk, onsmakelijk en platvloers. Zelfs een voorheen serieus informatief programma als NOVA wordt opgeofferd aan babbelzucht, piasserij en egomanie. Een gillende Willem Oltmans mocht er komen beweren dat de ,,grootste misdadigers in Washington zitten''. Het is allemaal van een stuitend provincialisme.

Netwerk had een rondvraag gehouden: `Moet Nederland onvoorwaardelijk achter Bush staan in zijn strijd tegen Irak?' Hoe kan een met rede begiftigd mens zich `onvoorwaardelijk' uitspreken voor oorlog? Het woord `onvoorwaardelijk' is demagogisch en manipulatief. Iedereen die over zelfs maar de geringste feitenkennis beschikt, weet dat de voorwaarden voor een oorlog tegen Irak door de Veiligheidsraad bij unanimiteit zijn neergelegd in resolutie 1441. Gegeven de weigering van Irak om zonder chicanes aan de uitvoering van de resolutie mee te werken, is het geen vraag meer of er een voldoende voorwaarde, maar alleen nog of er een noodzakelijke voorwaarde bestaat voor militair ingrijpen.

Het finale argument tegen een invasie in Irak luidt dat het internationale terrorisme er niet door zou worden gestuit, maar juist bevorderd. Het zou wereldwijd leiden tot wraakacties en tot aanslagen door netwerken van infiltranten en terroristen. Wie dat argument gebruikt laat zich gijzelen door het terrorisme. Wijken voor chantage, appeasement, angst: in wat voor wereld zullen de pleitbezorgers van een dergelijke toegeeflijke houding ontwaken?