Cafépubliek houdt je scherp

Stand-up comedians zijn met hun straatvermaak tegenhangers van het theatrale cabaret. Hun grappen worden direct beloond of afgestraft.

Loop je de deur uit, ligt er allemaal wit spul over de straat verspreid. Is er soms een space shuttle uit elkaar gespat? Nee, het heeft vannacht gesneeuwd.

Het is zaterdagnacht in komediecafé Toomler. Amsterdam ligt bedolven onder de sneeuw, en die middag is in Amerika een ruimteveer neergestort. De komiek op het kleine, lage podium weet deze twee zaken onmiddellijk te combineren. Het is geen sterke grap. Maar de regel onder komieken luidt: hoe actueler de grap, des te slechter mag hij zijn. De rest van de grappen moeten natuurlijk wél briljant zijn, maar de grap van het uur dankt zijn bestaansrecht aan zijn versheid. Komiek Ronald Goedemondt die deze nacht ook optreedt: ,,Niets is zo spannend als wat in het moment ontstaat.''

Het ondergrondse barretje naast het Hilton Hotel is het huis van Comedytrain, de oudste en beste stand-up comedy groep in Nederland. De groep bracht een indrukwekkende lijst beroemde cabaretiers voort die nu allen met een eigen show door het land reizen, in films spelen, en werken voor tv-programma's als Dit was het nieuws en Kopspijkers: Thomas Acda, Hans Teeuwen, Theo Maassen, Lebbis en Jansen, Sanne Wallis de Vries, Jan Jaap van der Wal, Marc-Marie Huijbregts, Raoul Heertje, Lenette van Dongen, Najib Amhali, Eric van Sauers, Owen Schumacher en Howard Komroe.

Café Toomler is L-vormig, in de punt staat het kale podium met een microfoon. Basic, laagdrempelig moet het zijn. Terwijl de obers het bier rondbrengen, springen achter elkaar vijf komieken op het podium die een korte show van ieder hoogstens een kwartier geven. Ondanks de informele sfeer heerst er ook enige spanning. Want de komiek kan je zomaar aanspreken. Hij draait geen vaste show af, het ontstaat ter plekke, in dialoog met het publiek. De presentator, de MC, Bas Grevelink, heeft deze avond bijvoorbeeld een lopende grap met een dikke heer vooraan met wie hij de avond ervoor ruwe anale seks zou hebben gehad. De dikke heer speelt sportief mee. Hoogstaand is het vast niet, maar wel effectief.

Hoogtepunt van de nachtshow is de vierde komiek, Ronald Goedemondt. Hij speelt pas een paar maanden in de club. In de stugge zaal weet hij als enige de lach gaande te houden, met goede grappen, maar vooral door zijn volstrekt originele onderwerpkeuze. Opmerkelijk is zijn dialoog tussen de vingers in een winterwant. Het afzeiklachje waarmee zijn zuster vroeger de sfeer thuis verziekte, verbindt hij moeiteloos met een vredesgesprek tussen Bush en Arafat. Zijn slome, Eindhovens accent geeft de grappen de juiste droogheid mee. Goedemondt zegt na afloop: ,,Je moet natuurlijk een instinct hebben voor goede grappen, en je moet je kunnen uiten. Maar het gaat om je authentieke persoonlijkheid, je originele gedachtes. Dat is interessant om naar te kijken.''

Eind jaren tachtig kwam Raoul Heertje op het idee om een groep Néderlandse standuppers te beginnen. Hij plaatste de advertentie: ,,Mislukte cabaretiers gezocht'' en Comedytrain was geboren. Stand-up comedy is het Amerikaanse broertje van het Europese cabaret. Er zijn echter belangrijke verschillen: stand-up comedy vindt in een café of club plaats, de komiek geeft als een standwerker een korte voorstelling, boordevol grappen, geen lang verhaal, geen sketches, geen typetjes, geen liedjes. De vorm is directer en rauwer. Belangrijkste is dat de komiek geen rollen speelt, maar er als zichzelf staat, alleen, en dat hij direct contact heeft met zijn publiek. Hij hoeft niet louter te improviseren, maar hij moet wel ingaan op wat de zaal hem aanreikt. Goedemondt: ,,Het lijken allemaal beperkingen, maar binnen die afbakening heb je juist grote vrijheid om te zeggen wat je wilt.''

De Nederlandse stand-up comedy ontstond los van het gebruikelijke cabaretcircuit. Cabaret was keurige kunst, stand-up comedy was ruw straatvermaak; dat was gechargeerd gezegd de aanvankelijke tegenstelling. Volgens sommige critici was stand-up comedy niets nieuws, en in feite een teken van achteruitgang. Het was immers de oervorm van cabaret voordat dit een kunstvorm werd. Feit was dat stand-up comedy regelrecht inging tegen de heersende trend dat cabaret steeds theatraler werd, met een avondvullende spanningsboog, meerdere lagen, een overkoepelend thema gebracht met theatrale middelen. Zo heeft stand-up comedy ook een revitaliserende invloed op cabaret, juist doordat het een ruwe oervorm is. Vergelijk het met de verfrissende invloed van punk en hiphop op de popmuziek. Raoul Heertje: ,,Ik denk dat de belangrijkste invloed op cabaret is dat je vroeger meer nep, namaak op het podium zag. Het gekunstelde is er nu wel af.''

Inmiddels zijn alle grote namen doorgestroomd van het café naar het theater. De vernieuwende beweging van de stand-up lijkt daarmee ingekapseld, maar heeft zo juist van binnenuit invloed op het huidige cabaret. Cabaretiers als Jan Jaap van der Wal en Eric van Sauers staan eigenlijk te stand-uppen in het theater. Van Sauers, die rondtrekt met zijn nieuwe show De ware liefde: ,,Toch is het altijd anders. Stand-up comedy verhoudt zich tot cabaret als basketbal tot voetbal. Stand-up is grapgrapgrapgrap. Cabaret is grap... grap... grap... grap.... Een avond lang keihard lachen is niet vol te houden, je moet wel rust inbouwen. Een verschil is ook dat je in het theater moeizaam met het publiek kunt praten. Dat is toch altijd duwen en trekken, en je kunt hoogstens de eerste rij bereiken.''

Raoul Heertje: ,,Zo ver liggen de genres niet uit elkaar. Binnen de stand-up comedy heb je ook talenten die een vooraf vastgelegd nummer hebben, die helemaal niet zo losjes zijn, en niet met het publiek praten. En dat het publiek meedoet, reageert op wat het ziet, is niet zo vanzelfsprekend. Ook in Toomler schrikken toeschouwers zich kapot als je ze aanspreekt. Ze zijn toch altijd bang dat je ze gaat afzeiken, terwijl dat niet per se de bedoeling is.''

De meeste stand-uppers willen toch in het theater spelen omdat daar de mogelijkheden groter zijn, en ze meer publiek bereiken. Van Sauers: ,,Uiteindelijk heb je toch de behoefte om meer te vertellen, iets langer, iets dieper. Bovendien kun je in het theater je verhaal ondersteunen met muziek, decor en licht.'' Hij ziet ook de gevaren van het theater: ,,In het theater is alles veilig, je hebt alles in de hand, je kunt je vaste verhaal afdraaien, de mensen zitten in het donker en gedragen zich.''

Heertje: ,,Het theater maakt je soms lui, vooral als je een lachgrage zaal hebt. Een van onze stand-uppers, Roué Verveer, is nu bezig met zijn eerste theatershow. Laatst stond hij weer in Toomler en had hij zijn hoofd er helemaal niet bij. In het theater zou dat minder opvallen. Als je daar je avond niet hebt, kun je rustig op de automatische piloot spelen.'' Van Sauers: ,,In Toomler moet je altijd scherp en fris zijn. De angst op je bek te gaan geeft je adrenaline, en dat heb je nodig.''

Café Toomler, Breitnerstraat 2 (naast het Hilton), Amsterdam. Wo-za 20.30 uur, za ook 24:00 uur. Inlichtingen (020) 670 7400 of www.comedytrain.nl.

    • Wilfred Takken