Shell als toevluchtsoord

Welke zekerheid biedt Shell nu eigenlijk? Vorig jaar waren het overnames. Europa's grootste olieconcern gaf 16 miljard dollar uit aan een reeks aanwinsten, maar geeft nu toe dat de kapitaalopbrengst daardoor is verwaterd. Dichterbij een erkenning van topman Phil Watts dat hij te veel heeft betaald voor Enterprise Oil zul je nooit komen. Enigszins gelouterd belooft Watts nu dat hij zijn leven zal beteren. Volgens hem zal Shell zijn doel van een kapitaalopbrengst van 13 tot 15 procent – waar die nu 12 procent bedraagt – zo niet dit jaar, dan toch zeker wel volgend jaar halen. Maar het is enigszins merkwaardig dat het concern daarbovenop de olie- en gasproductie met 3 procent per jaar wil laten groeien, terwijl concurrent BP die doelstelling juist heeft losgelaten nu groei uit de mode is.

Watts gaat ervan uit dat hij meer kan bezuinigen op de bedrijven die hij vorig jaar kocht dan hij aanvankelijk had gedacht. Zulke herstructureringen liggen dus in de lijn der verwachtingen. Een moeilijker probleem vormt het lage tempo van 50 procent waarin Shell de voorraden met nieuwe olie weet aan te vullen. Om dat weer op 100 procent of meer te brengen, moet Shell méér overnames doen of de kapitaaluitgaven opvoeren, maar beide strategieën kunnen de kapitaalopbrengstdoelstelling schaden. Tegelijkertijd groeit de productie slechts met 1 procent, exclusief aanwinsten, waardoor de volgende vragen zich opdringen: hoe kan Shell zijn productiedoelstelling halen zonder meer geld uit te geven? En zal de kapitaalopbrengst daar dan niet onder lijden?

Als compensatie voor zulke onzekerheden kan wellicht gelden dat het enige waar men zeker van kan zijn bij Shell zijn gezonde dividend is. Het rendement van bijna 4,2 procent is meer dan tweemaal de reële opbrengst van Britse overheidsobligaties. Bovendien wordt dit dividend ruimschoots gedekt door de winst, zelfs als de olieprijs daalt tot minder dan de helft van de huidige 30 dollar per vat, aldus schattingen van zakenbank Merrill Lynch. De aandelenkoers is het afgelopen jaar met een derde gedaald, zodat Shell – op een niveau van 7,6 maal de verwachte, met de schulden verrekende kasstroom – tegen een korting van 5 procent ten opzichte van BP wordt verhandeld. Het koersniveau lijkt nu dan ook redelijk stabiel. Kortom: Shell is een goed toevluchtsoord voor beleggers die zich zorgen maken over de oorlog.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.