Schilder des vaderlands

Een paar jaar geleden was het deze krant opgevallen, dat Nederland geen dichter had, op wie bij grote nationale gebeurtenissen een beroep kon worden gedaan om die te bezingen. De Britten hebben al eeuwen zo'n talent, de Poet Laureate. Waarom wij niet, terwijl we, literair gesproken, toch meer een volk van dichters dan van schrijvers zijn. Juist in die tijd had een onderzoek aam het licht gebracht dat hier meer dan een miljoen mensen in hun `vrije tijd' gedichten maken. De bewijzen liggen op straat. Mensen die vaak papier oprapen, weten dat één op de 23 keer zo'n vodje een fragment van een afgekeurd gedicht bevat. In ieder geval, de krant schreef een prijsvraag uit. Die werd gewonnen door Gerrit Komrij. In 2000 werd hij voor vijf jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. Het volk heeft geen spijt van zijn keuze gehad. Dat hij goed werk heeft gedaan, wordt bovendien bewezen door het feit dat DdV een nationaal begrip is geworden.

Nu staat de volgende oorlog op uitbreken. Van de Verenigde Naties en de Tweede Kamer hangt het af, in welke mate en op welke manier we daarin ons partijtje zullen meeblazen. Dat weten we dus nog niet. Maar àls het tot de oorlog komt, lijkt mij dat voor de DdV een onderwerp te zijn. Let op uw saeck, zou ik willen zeggen.

Om me op de volgende oorlog voor te bereiden ging ik wat rommelen in de verzameling die ik van de vorige bewaard heb. Ik vond een pagina uit The Sunday Correspondent, toen een bijlage van The Independent, met een groot artikel, The Art of War. Augustus 1990, een half jaar vóór de eerste Golfoorlog uitbrak. Het gaat over de schilder John Keane, die juist tot `officiële oorlogsschilder' was benoemd, door de Artistic Records Committee of the Imperial War museum. De 35-jarige kunstenaar had een beurs van 10.000 pond gekregen en was zijn spullen aan het pakken om naar het aanstaande front te gaan. Keane had zijn sporen al verdiend in Noord Ierland en Nicaragua onder de Sandinistas. Wat hij in 1991 van de oorlog heeft gemaakt, heb ik niet gezien. Misschien veel gemist.

Maar nu gaat het om het denkbeeld. Binnenkort zullen we weer worden blootgesteld aan een zondvloed van beelden, foto's, films, voor het grootste deel onderling uitwisselbaar met die we een jaar of twaalf geleden hebben gezien. Daar valt niets aan te doen. De foto's uit de Eerste Wereldoorlog horen ook allemaal, binnen hun grote verscheidenheid, tot één familie. Die van de Tweede, idem; Vietnam, idem idem. Dat is niet de schuld van de fotografen. Het komt ten dele door geavanceerdheid van het materiaal dat ze gebruiken, ten dele door de techniek van de oorlogvoering, en ook nog door de toegankelijkheid van het front. De eerste kleurenfoto's komen uit de Tweede Wereldoorlog; zoet als de eerste technicolor.

De beeldende kunstenaar behandelt de oorlog principieel anders. Goya heeft met zijn Rampen van de oorlog bijna tweehonderd jaar geleden de oeroorlog vastgelegd. De schilders van de Eerste Wereldoorlog zijn niet te tellen. Ieder zijn voorkeur; die van mij is Otto Dix. Dan het Interbellum. Graag wil ik dat de Duitse graficus en politiek activist A. Paul Weber (1893-1980) eens wat bekender wordt in Nederland. Picasso kunnen we niet overslaan. Tweede Wereldoorlog, teveel om op te noemen. Vietnam. Ik denk aan reeksen Amerikanen, Edward Kienholz, Duane Hanson, Benny Andrews, Roy Lichtenstein, zijn War Comics, waaronder het geen misverstand wekkende Takka Takka van het machinegeweer. Kortom, de oorlog als inspiratiebron is onuitputtelijk. Met iedere kunstenaar een andere visie, anders dan die van de fotografen en de cineasten: de allersubjectiefste geschiedenis.

Als het allemaal gaat zoals we nu verwachten dat het zal gaan, komt er genoeg werk aan de winkel. Als we meedoen, moet er dan ook een schilder naar Irak? Ik kan begrijpen dat voor de informateurs, die hun handen vol hebben aan het tekort, de files en de normen en waarden, zo'n agendapunt niet de eerste urgentie heeft. Particulier initiatief moet het doen. Welk museum zou hier het voortouw moeten nemen? Het Amsterdamse Stedelijk lijkt me het eerst in aanmerking te komen. Maar de crisis daar is pas voorbij als Bagdad weer is opgebouwd. De Kunsthal in Rotterdam, de stad van de doeners. Dan de volgende vraag: welke kunstenaar wordt de Schilder des Vaderlands? Ik weet geen betere dan Peter Klashorst. Ik meen het in volle ernst. Hij schildert snel, hij heeft de vlijmscherpe blik voor het wezen van zijn object, en hij heeft bewezen, voor niets en niemand bang te zijn.

Opnieuw zijn historische tijden aangebroken. Tijd om nu ook een Schilder des Vaderlands te benoemen. Dit is mijn voorstel, mijn kandidaat.