Renault Mégane 1.5 cDi

Van binnen is de nieuwe Mégane van Renault een gezellige rijdende woonkamer. Van buiten trekt, net als de Avantime, vooral het achterwerk de aandacht.

We waren ruimschoots gewaarschuwd voor wat komen ging. Want zomaar een nieuwe auto onthullen door op een motorshow een doek van het allernieuwste model te trekken en vervolgens het risico te lopen dat de toeschouwers een massaal afkeurend `boe' laten horen, is voltooid verleden tijd. De belangen zijn hiervoor te groot en daarom worden nu proefmodellen of `design studies' aan het publiek ter goedkeuring voorgeschoteld.

De extraverte Renault Avantime was zo'n auto. Gebouwd op de bodemplaat van de nieuwe Espace presenteerde de Franse fabrikant de Avantime twee jaar geleden aan het koperspubliek. Met veel tromgeroffel, maar uiteindelijk bleek alleen de achterzijde echt afwijkend. En juist die opvallende achterkant duikt op bij de tweede versie van de uiterst succesvolle Mégane.

Liefst vijf miljoen exemplaren, in allerlei versies en uitvoeringen, zijn van het vorige model met behulp van robotten gestanst, gelast en gelakt. Renault zou een te groot risico lopen door met een volkomen nieuw ontworpen opvolger op de markt te komen. Dankzij de Avantime is de beoogde koper dus al een beetje aan die vreemde kont gewend.

Het ontwerp van de Mégane, onlangs uitgeroepen tot `Auto van het Jaar', is uitbundig door fabrikant en media geroemd. Maar wanneer de publicitaire storm dan eindelijk is gaan liggen en men de wagen aandachtig in zich opneemt, blijft er een carrosserie over die veel weg heeft van de Almera, de betrouwbare allemansvriend van zusterbedrijf Nissan.

Bij een windtunneltest achteruitrijden komt de nieuwe Mégane waarschijnlijk tot een baanbrekende CW-waarde. Maar mij lijkt die opvallende achterkant toch vooral een wanhopige poging om maar op te vallen in een overvolle en meedogenloze markt. Hij oogt als de gondel van een Zeppelin, en bovendien is er niets aan bagageruimte gewonnen, sterker nog, vergeleken bij het vorige model is er 18 liter aan inhoud verloren gegaan.

Het interieur van de vijfdeurs Mégane is ruim. Door het gebruik van niet al te veel glas en het monteren van forse deurpanelen wordt er binnen een sfeer van gezellig én veilig geschapen, een rijdende woonkamer. Het kunststof is voorzien van allerlei oppervlaktes, variërend van duikpakrubber tot zachte drop, de middenconsole is uitgevoerd in een print die geïnspireerd moet zijn op het inpakpapier van de Bijenkorf. Het duizelt rondom van de opbergruimten, klepjes en aflegvakjes en zelfs in de vloer is ruimte gevonden om allerlei rondzwervende spullen en afval aan het zicht te onttrekken.

Renault presenteert de handrem in de vorm van een forse gashandel als een vondst van jewelste, maar ik kan me herinneren dat zo'n handel ook al – en destijds hevig verguisd – in de Alfa 75 aanwezig was. De ergonomie van het geheel is dik in orde. Er is met een scheef oog naar de Volkswagen Golf en de Ford Focus gekeken. Opvallend zijn de ditmaal buitengewoon goede stoelen, die in combinatie met de uitgebreide verstelmogelijkheden van stuur en zitplaats een perfecte stuurhouding mogelijk maken.

Starten gaat via een kaart, waarmee ook de portieren en achter- en tankdopklep kunnen worden geopend en gesloten. In de toekomst kunnen er allerlei gegevens betreffende eigenaar en auto in worden opgeslagen en met alleen nog het denkbeeldige invoeren van uw sofi-nummer komt de droom van een totale controle van fabrikant en overheid over uw handel en wandel wel akelig dichtbij.

De complete elektronische mikmak is in de Mégane leeggestort en bijna alles daarvan is standaard. En voor het eerst kan een cruise-control, die gecombineerd is met een snelheidsbegrenzer, me bekoren. Simpel te bedienen vanaf het stuur. De maximumsnelheid is handmatig in te stellen en kan tussentijds, door het tot op de bodem intrappen van het gaspedaal, weer worden uitgeschakeld.

Rondom worden de inzittenden standaard beschermd door tien airbags, een record in de kleine middenklasse. Een lampje en een blèrtoontje, dat het er na een poosje mismoedig het zwijgen toe doet, geven aan dat u uw gordel niet om heeft. Ach, wat een zorg om uw welzijn. Maar wordt het niet hoog tijd dat een auto het simpelweg vertikt om aan te slaan en weg te rijden, wanneer de gordels niet worden gebruikt? Een kleine rondgang langs Europese fabrikanten, testinstituten en wetgevers levert geen afdoende antwoord op de vraag waarom zo'n makkelijk te realiseren voorziening achterwege blijft.

De sterkste punten van de nieuwe Mégane en dé redenen om hem aan te schaffen, zijn de buitengewoon goede wegligging en het comfort, een uitgebalanceerde mix tussen de eerder aangehaalde Golf en Focus. De 80 pk diesel van de laatste generatie haalt een verbazende 1 op 20 en is daarbij ook nog eens fluisterstil. De tijden dat een ochtendlijke vinexlocatie lag te schudden op haar heipalen wanneer collectief de uitvinding van Rudolf Diesel werd gestart, liggen binnenkort voorgoed achter ons.