Oostenrijkse ÖVP tast `zwart-groen' af

De kans op een `grote coalitie' in Oostenrijk lijkt verkeken. De winnnaar van de verkiezingen, de conservatieve ÖVP, probeert het nu met de Groenen.

Nog is de `zwart-groene coalitie' niet zeker. Maar Wenen is altijd een geschikte plaats voor premières, en bondskanselier Wolfgang Schüssel, die drie jaar geleden de rechts-populistische FPÖ de regering binnenhaalde, heeft er bijzondere ervaring mee.

Het partijbestuur van de Groenen besloot woensdagavond met verrassend duidelijke meerderheid dat men onderhandelingen met de conservatieve ÖVP van Schüssel wilde beginnen. Schüssel was daarentegen niet zo duidelijk. Twee weken lang wil hij nu ,,intensieve gesprekken'' met de Groenen voeren, maar van ,,onderhandelingen'' wil hij niet spreken. De verkiezingen zijn al meer dan tien weken geleden en Schüssel heeft nog steeds geen haast.

Na hun overwinning in november kunnen de conservatieven, die 79 zetels haalden, met alle andere partijen een meerderheidscoalitie vormen – en de andere partijen zijn daartoe ook allemaal bereid.

,,Verkenningen'' met de sociaal-democraten had Schüssel in januari onverwachts afgebroken, omdat de op een na sterkste partij in het openbaar ,,voorwaarden'' had geformuleerd. Daardoor nam Schüssels animo af. De rechtse Freiheitlichen (FPÖ), die tweederde van hun aanhang verloren, nemen genoegen met een wachtende rol en hopen dat ze nog eens een kans krijgen. De Groenen waren de laatste partij die Schüssel veroverde.

Politici in alle partijen behalve de FPÖ, vinden het zwart-groene idee ,,charmant'' of ,,spannend''. Een zwart-groene coalitie zou in het parlement over 96 stemmen beschikken, vier meer dan nodig is voor een meerderheid. Maar twee Groenen zijn strikt tegen een coalitie met de volkspartij. Spannend zal het dus in ieder geval worden.

Aanvankelijk eiste Schüssel een ,,stabiele regering'' voor ,,grotehervormingsprojecten''; daar zal met de Groenen geen sprake van zijn. In de meeste kwesties stemmen de `zwarten' en de `groenen' helemaal niet overeen – met uitzondering van de pensioenen en wellicht een bescheiden vorm van ecotax. De ÖVP heeft volgens het besluit dat de Groenen woensdagavond namen ,,niet voldoende bereidheid tot duurzame ecologische, democratische en sociale hervormingen getoond''. In het bijzonder doelen de Groenen op ,,verkeer, energie, een sociale basiszekering, vrouwen- en gezinspolitiek, wetenschap en onderzoek'', alsmede de ,,integratie-, asiel- en veiligheidspolitiek''.

Dat conservatieven en sociaal-democraten elkaar niet hebben kunnen vinden is vooral te wijten aan het plan van de ÖVP om nieuwe jachtvliegtuigen aan te schaffen. De Groenen zijn daar eigenlijk nog veel sterker tegen gekant dan de sociaal-democraten. Daarom kan ook niemand zich een voorstelling maken van een `zwart-groen' regeringsprogramma.

De Groenen en de conservatieven denken bijna nergens hetzelfde over, maar ze discussiëren tenminste over dezelfde kwesties. Geen wonder: zij komen vaak uit dezelfde families – burgerlijke kringen, vaak ambtenaren, in de grote steden en rijke boeren ook op het platteland, waar de Groenen geen slechte positie hebben. Tijdens de verkiezingscampagne waren de Groenen voor de Volkspartij het perfecte doelwit – geen toespraak zonder een zinnetje over de `hasj-verkooppunten' die zij in bijna elk dorp zouden willen openen. Waar de ÖVP het in de verkiezingen goed deed, haalden de Groenen meestal ook veel stemmen.

De mensen die in de jaren tachtig de oprichters van Groenen waren hebben nu de laatste kans op een zetel in de regering. Dat geldt vooral voor Alexander van der Bellen, een 58-jarige hoogleraar aan de Economische Universiteit van Wenen, die graag, net als Joschka Fischer in Duitsland, minister van Buitenlandse Zaken wil worden. (Hij komt overigens uit een Hollandse familie die in de 18de eeuw naar Letland emigreerde, is in Riga geboren en na de Tweede wereldoorlog als kleuter naar Oostenrijk gekomen.)