Nederland in Afghanistan

Het commando van de internationale veiligheidsmacht voor Afghanistan is vanaf aanstaande maandag in handen van Duitsland en Nederland. De troepenmacht, International Security Assistance Force, werkt met een stevig mandaat van de Verenigde Naties en mag handelen volgens hoofdstuk 7 van het Handvest van de volkerenorganisatie: de militairen mogen bij het uitoefenen van hun taak geweld gebruiken. Hun bewapening is daarop ingesteld. ISAF moet de Afghaanse regering assisteren bij de handhaving van orde en veiligheid in Kabul en omgeving, zodat president Hamid Karzai en de zijnen veilig kunnen werken. In tegenstelling tot de gewraakte VN-missies van tien jaar geleden in de Balkan, is de commandolijn helder. De ISAF-leiding was aanvankelijk in handen van de Britten, werd overgenomen door Turkije en komt nu bij Duitsland en Nederland te liggen. `Om redenen van effectiviteit' staat boven de internationale troepenmacht het Amerikaanse Central Command in Afghanistan, dat zich uitsluitend bezighoudt met de uitvoering van operatie Enduring Freedom, die gericht is tegen de strijders van Talibaan en Al-Qaeda.

Kortom, alles lijkt in orde: er zijn 4.800 militairen uit 22 verschillende landen, ze handhaven de orde, hebben wapens en mogen ermee schieten, er is een `robuust mandaat' en als het erop aankomt zijn de Amerikanen de baas.

Was het maar zo eenduidig. Van rust in de `gefaalde staat' Afghanistan is geen sprake. Integendeel. Het daadkrachtige Amerikaanse optreden eind 2001 maakte korte metten met het Talibaan-bewind. Maar nu blijkt hoe moeilijk het is om vrede en veiligheid blijvend te handhaven, om het land effectief te besturen, om de bevolking een beetje welvaart te bezorgen. En om de plaatselijke bendeleiders, die eufemistisch `krijgsheren' worden genoemd, in de hand te houden. Dit alles is al lastig genoeg, maar ook het verzet van Talibaan en Al-Qaeda is niet uitgeroeid. Her en der buiten Kabul zijn gevechten geweest, F-16's – waaronder Nederlandse – bombarderen grotten in het zuidoosten van Afghanistan, onlangs kwamen raketten neer bij het Nederlandse legercomplex in Kabul, een stad vol ,,antiwesterse elementen'', aldus de Nederlandse demissionaire minister van Defensie, Kamp. Een fatsoenlijke economische structuur is er niet, noch in de hoofdstad noch elders in het land. De opiumproductie, in handen van criminele bendeleiders, neemt daarentegen weer fors toe. Afghanistan is en blijft een kruitvat, chaotisch en anarchistisch.

Wat betekent dit voor ISAF en zijn manschappen? Het aantal Nederlandse soldaten in Kabul bedraagt dadelijk 650. Het is een illusie te veronderstellen dat zij veilig zijn. Het gaat om soldaten in een gebied waar op z'n best een gewapende vrede heerst. Hun werk is riskant, maar daar zijn ze militair voor. Ze zijn aangewezen op hun training, hun moreel en hun vindingrijkheid – en als uiterste middel op hun persoonlijke wapen. Het is verstandig van Kamp dat hij extra bewapening zendt, waaronder belangrijke apparatuur om mortieren op te sporen. Natuurlijk zijn er dodelijke risico's; de vraag is alleen of die te calculeren zijn binnen wat de veiligheidsmacht voor aanvaardbaar houdt.

Dat brengt een andere, dringender zaak in herinnering. Met zijn te beperkte capaciteit van 4.800 man kan ISAF weinig doen. Een veelvoud van het huidige aantal militairen is nog niet voldoende om de veiligheid in Afghanistan te waarborgen. Speculeren over wat er in Kabul gebeurt als de VS Irak aanvallen, is weinig zinvol. Maar dat de Amerikanen dan iets anders aan hun hoofd hebben dan een veiligheidsmacht waaraan zij zelf niet deelnemen, staat wel vast. Noch zij, noch de partners in ISAF zijn happig op meer verplichtingen dan de huidige. Terwijl méér de komende tijd – hoe lang nog? – wel nodig is: meer manschappen voor een groter gebied. Het riekt naar halfhartigheid; geen goede voedingsbodem voor een gevaarlijke missie die in noodgeval geheel afhankelijk is van Amerikaanse logistieke en militaire ondersteuning.