Mustafa op huwelijkse voorwaarden

Veertig procent van de buitenlanders die hier komen trouwen huwt een Nederlandse partner. Dat betekent wennen aan afspraken in de agenda en aan grote komkommers.

Als Mustafa Topcu door communicatiestoornis denkt dat het bezoek aan de late kant is, belt hij op om te vragen waar zijn gast is gebleven. Op het naambordje op de deur van de flatwoning heet hij trouwens Stephan, zo wordt hij genoemd door de vrienden en familie van zijn – Nederlandse – vrouw Katelijne Kuipers. Stef, noemt ze hem zelf. Het bezoek mag de schoenen aanhouden. ,,Dit is een Nederlands huis, hè'', verklaart Mustafa.

,,Stef wilde in het begin een Nederlander worden'', zegt Katelijne, die een burgerfunctie heeft bij de Amsterdamse politie. Het liefst had hij ook háár achternaam overgenomen, maar die wens sneuvelde op Turkse wetten. ,,Hij wilde hier niet als een buitenlander behandeld worden. Hij wilde helemaal niet met Turken omgaan.'' ,,Ik hoorde dat Turken hier allemaal boeren uit Oost-Turkije zijn, strenge moslims ook'', zegt Mustafa als hij eerst thee heeft gezet voor zijn vrouw en Turkse koffie met suiker en melk voor zichzelf en het bezoek. Mustafa komt uit West-Turkije.

Mustafa heeft nu een goede vriend en dat is Sali, een mede-inburgeraar uit Turkije, die eveneens na een uit de hand gelopen vakantieliefde naar Nederland is gekomen. Vriendjes worden met Nederlanders is moeilijk, zegt Mustafa. Hij lacht er een beetje verlegen bij. ,,Als hij vrienden wil maken, moet hij de eerste stap zetten, naar ze toe gaan, ze uitnodigen'', vindt Katelijne. ,,Je moet hier altijd afspraken maken, zelfs met je vrienden. Dat is vreemd hoor'', klaagt Mustafa. ,,Dat komt omdat we altijd werken en niet naast elkaar wonen'', legt Katelijne uit. Het heeft haar wel driekwart jaar gekost om haar man een agenda te doen aanschaffen waarin hij zijn afspraakjes kan noteren.

De meeste inburgeraars in de klas van `juf' Merel Borgesius zijn `geïmporteerd' door hun Nederlandse partners. Overwegend Turken en Marokkanen worden verantwoordelijk geacht voor de huwelijksmigratie. Politici van haast alle politieke partijen willen bemoeilijken dat jongeren een partner huwen uit hun landen van herkomst, ze menen dat op deze manier de integratie wordt belemmerd. In werkelijkheid gaat het in veertig procent van de gevallen om Nederlanders met een buitenlandse geliefde, concludeert rechtssociologe Betty de Hart in haar proefschrift waarop ze volgende week hoopt te promoveren.

Terwijl docente Borgesius de klas voorbereidt op het bezoek aan het Historisch Museum, volgende week, vertelt Tatjana uit Wit-Rusland hoe erg ze `huisziek' is. Ze woont inmiddels anderhalf jaar in Nederland bij haar man, een Amsterdamse buschauffeur. Ze mist haar ouders, vrienden, collega's, eigenlijk alles wat ze heeft moeten achterlaten toen ze samen met haar dochtertje uit een eerder huwelijk naar Amsterdam verhuisde. Tatjana, een gediplomeerde bedrijfsleider die in Minsk de kost verdiende als verkoopster van chique Italiaanse vrouwenschoenen, heeft geen idee hoe de omgeving van haar man oordeelt over hun huwelijk: ze heeft geen contact met Nederlanders. ,,Mijn man heeft geen vrienden. Nou, misschien twee. Maar die komen nooit op visite.'' Waarom gaan Nederlanders zo weinig op visite bij vrienden en familie, vraagt ze zich vaak af. ,,In Minsk had ik elke dag visite, hier alleen met de kerst.''

's Avonds voert Mohammed Mdihay uit Marokko verhitte discussies met zijn Nederlandse vrouw over het conflict tussen de kemphanen Bush en Saddam Hussein, maar het huwelijk is goed. Geen problemen. ,,Ik voorzie wel problemen voor de kinderen'', voorspelt Mohammed. Hij klaagt over de negatieve beeldvorming over álle Marokkanen door het wangedrag bij een klein groepje jongeren.

De directe omgeving van Katelijne Topcu-Kuipers heeft de nodige scepsis over haar huwelijk met `de Turk' verschillende keren luid en duidelijk kenbaar gemaakt. Twee culturen op een kussen... hoe vaak ze deze waarschuwing niet heeft gehoord. Uit alle voorzorg zijn Katelijne en Mustafa getrouwd op huwelijkse voorwaarden. ,,Mijn stukje zekerheid'', zegt Katelijne. ,,Je hoort zoveel spookverhalen over Turkse en Marokkaanse mannen die voor de papieren met een Nederlandse vrouw trouwen.'' Ook werd ze erop geattendeerd dat haar man er later met de kinderen vandoor zou gaan naar Turkije.

In de eerste aflevering van deze serie werd uit de mond van Mustafa opgetekend dat hij zo snel mogelijk Nederlands wilde leren en teruggaan naar de kustplaats Bodrum in Turkije om een restaurant te beginnen voor Nederlandse toeristen. Deze passage wakkerde de gevoelens van onzekerheid nog aan. Katelijne werd de dag dat de krant uitkwam al gebeld door vrienden en familie. Zie je wel! Het echtpaar heeft het uitgepraat: het was een gedachte zoals Mustafa er zoveel heeft. ,,Ik ga niet hoppen'', zegt Katelijne stellig. ,,Als hij nu naar Turkije gaat, is het over en uit tussen ons. Ik ga zeker niet mee, ik ga hier carrière maken.'' ,,Maar later dan'', vraagt Mustafa. Dat is anders, vindt Katelijne. ,,Als ik ben uitgecarriëerd, gaan we samen.''

Mustafa verwacht dat hij een goed leven kan opbouwen in Nederland. Hij weet ook dat hij zich eerst flink moet inspannen, naar school moet gaan om de taal en een vak te leren. Maar soms zakt de moed hem in de schoenen. ,,In Turkije vragen ze of je ervaring hebt, hier moet je diploma's laten zien'', klaagt hij dan. Hij vreest dat hij te oud naar Nederland is gekomen om zich nog te kunnen bekwamen in een vak.

Het huwelijk van Katelijne en Mustafa heeft de nodige dips overleefd, vertelt het stel. Katelijne: ,,Mustafa gedroeg zich op een gegeven moment puberaal, hij verzette zich tegen alles. Opeens was Turkije alles in zijn ogen, Nederland vond hij maar niets.'' Tomaten smaakten hier niet, brood was niet te vreten. En die enorme komkommers? Dat ze die durfden te verkopen in de winkel! Die gaven ze in Turkije als voer aan dieren.

Nu is de rust teruggekeerd in hun relatie, zeggen ze. En vrienden en familie van Katelijne lopen nu weg met `Stephan'. Katelijne hoort vrienden en kennissen positief praten over de ontwikkelingen van hun `Turkse kennis'. `We kennen een Turk die wel Nederlands spreekt en die ook werkt', zeggen ze dan op feestjes. ,,Het gaat nu toch goed hè, Stef'', vraagt Katelijne retorisch. ,,Zelfs de komkommers en tomaten hebben een smaak gekregen'', zegt hij. ,,Alles went.''

Dit is de vijfde aflevering uit een serie over inburgeren. Eerdere afleveringen zijn te vinden op www.nrc.nl