Koerden hebben weinig reden tot hoop

De Koerden in Noord-Irak dromen nog steeds van een Groot-Koerdistan. De werkelijkheid dwingt hen echter realistisch te zijn.

De knotwilgen die wortel hebben geschoten in de ruige Koerdische bergen steken scherp af tegen de loodgrijze lucht. Langs eindeloze haarspeldbochten lopen herders met hun kudde. Vrouwen in kleurrijke gewaden zitten te zitten in velden met meer stenen dan grond. In de berm liggen kadavers van doodgereden honden. Op de hellingen van dit door God verlaten land ligt het dorp Barzan. De mannen dragen er een rood-wit geblokte tjamadani (tulband). Een brede doek om hun middel bindt hun wijde broek samen. Het is de traditionele kledij van de leden van de Barzani-clan; leiders van het westelijk deel van `vrij' Noord-Irak, traditionele voorvechters van de groot-Koerdische gedachte tegen de centrale Iraakse overheid.

In een simpel graf, afgebakend door stenen, rust de Koerdische oervader, rebellenleider en sjeik van de Barzani-clan Mulla Mustapha Barzani. Sinds 1944 vocht hij voor Koerdische onafhankelijkheid, maar hij stierf in 1979 in ballingschap in de Verenigde Staten. Sindsdien staat zijn zoon Massoud aan het roer van de Koerdische Democratische Partij (KDP) die in het westelijk deel van het autonome Noord-Irak de dienst uitmaakt. Het lichaam van zijn vader werd overgebracht naar zijn geboortegrond nadat de VS en hun bondgenoten Saddam Hussein in 1991 na de mislukte Koerdische opstand hadden gedwongen zijn troepen uit het noorden terug te trekken.

Ezat Aziz Barzani (alle leden van de clan dragen deze naam) zorgt sinds die dag voor het graf van `de grote Mustapha'. Hij jaagt de jongens weg die met luchtbuksen op vogeltjes schieten, hij veegt het pad schoon dat naar het graf loopt en hij denkt dagelijks aan de droom van wijlen Mustapha. ,,Iedere Koerd weet dat we ooit in een écht onafhankelijk Koerdistan zullen wonen'', zegt hij.

Maar juist sinds de Amerikanen zich opmaken om de Koerdische kwelgeest Saddam Hussein ten val te brengen lijkt verwerkelijking van deze droom verder weg dan ooit. De sinds 1991 autonome Koerdische regio in Noord-Irak is een bron van hoop voor het grootste volk zonder land. De buurlanden Iran, Turkije en Syrië, waar het grootste deel van de circa 20 miljoen Koerden woont, zijn minder enthousiast. En een onafhankelijk Iraaks Koerdistan, hoe klein ook, is voor hen volstrekt onacceptabel. Zij vrezen dat zo'n Koerdisch eigen land het onafhankelijkheidsstreven onder hun `eigen' Koerden zou aanmoedigen. Turkije heeft met militair ingrijpen gedreigd als de Iraakse Koerden van een eventuele oorlog gebruik zouden willen maken om hun gebied uit te breiden of hun autonomie te versterken. En zo dwingt de aanstaande herschikking van Irak de Koerden tot een pragmatische politiek om iets van hun gewonnen zelfstandigheid te behouden. ,,Onze leiders hopen daarom dat Irak een federale staat wordt waarin wij Koerden onze vrijheid en identiteit kunnen behouden'', zegt Mohammadi Wani, secretaris van de Koerdische Nationalistische Liga. [Vervolg KOERDEN: pagina 5]

KOERDEN

'Beter houden wat we hebben'

[Vervolg van pagina 1] Aan de muur in het partijkantoor in de provinciehoofdstad Arbil hangt een foto van de Libische leider Moamar Gaddafi, die om eigen redenen van dwarsheid een warm voorstander van Groot-Koerdistan is. Op Wani's bureau staat een Koerdisch vlaggetje in de kleuren rood, wit en groen, die staan voor martelaarschap, vrede en Koerdistan. Hij heeft er een zonnetje opgeplakt om de driekleur compleet te maken. ,,Die zon is het symbool van onze toekomst'', zegt Wani.

Hoewel zijn beweging voortkomt uit groepen die al decennialang de stichting van een Groot-Koerdistan propageren, begrijpt hij dat de leiders van de huidige Koerdische autonome regio in Noord-Irak dat idee afwijzen. ,,De internationale politiek accepteert dat nu niet. Maar een federaal Irak houdt ons tenminste op de weg naar onafhankelijkheid.''

Voorlopig houdt zijn liga zich bezig met het propageren van Koerdisch nationalisme. In hun maandblad De weg van het Koerd-zijn staan artikelen over de pogingen van Turken en Iraniërs om Koerdische dorpen over te nemen. Er wordt uitgelegd dat Koerdistan nu in vier delen is opgebroken maar dat het ,,eigenlijk één land is, waar de mensen dezelfde taal en cultuur delen. We leren de mensen trots te zijn op hun afkomst.''

In Barzan zijn trots en afkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden. De dorpelingen hebben grote offers moeten brengen voor de gewonnen autonomie. In juli 1983 ondernam Saddam Hussein een poging om de Barzani-clan met wortel en al uit te roeien. Zijn troepen omsingelden het dorp en namen 8.000 jongens en mannen mee. Ze zijn nooit teruggekomen.

,,Kon ik maar één botje van mijn broer vinden, dan weet ik tenminste zeker dat hij dood is'', zegt Manije Barzani. ,,Saddam wilde ons breken omdat we voor ons eigen land vochten.'' Een ijzige wind waait over het balkon, maar Barzani geeft geen krimp. ,,Nu wil Massoud een federatie. Als hij denkt dat dat goed is, wil ik het ook. We willen alles wat Massoud wil.''

Bij het graf van de oude Mustapha loopt peshmerga (hij die de dood in de ogen kijkt)-strijder Ghbal Barzani zijn rondje over de begraafplaats. De geboortedata en namen op de zerken verraden dat hier jonge mannen liggen, gestorven voor de Koerdische droom. ,,Een Groot-Koerdistan zou heel mooi zijn, maar het is onmogelijk'', verzucht hij. ,,Om eerlijk te zijn kan alleen Noord-Irak me wat schelen; laten we er maar eerst eens voor zorgen dat we hier behouden waar we voor hebben gevochten.''