International directeur

International Film Festival Rotterdam heet het Rotterdamse filmfestival sinds een paar jaar, International met één a, niet met twee. Deze week werd bekend dat de directeur van dit festival, Simon Field, er volgend jaar mee ophoudt. In 2004 is hij acht jaar directeur geweest, waarvan de laatste twee samen met Sandra den Hamer. Over Fields directeurschap lijken weinig klachten te bestaan; niemand betwist zijn verdiensten voor het festival. Er schemert in de berichtgeving over zijn vertrek maar één minpuntje door. Field sprak geen Nederlands.

Geen Nederlands. Field sprak Engels, de taal die het festival zijn international met één a bezorgde. Op het festival was het vorige week glorieus in allerlei vormen te horen, met een blij Australisch accent, een beschroomd Duits vleugje, in ingetogen IJslands of onvervalst Brits zoals Field het zelf spreekt. Het was een genot om hem oninteressante woordjes als `really' te horen zeggen.

Nederlands is ook een taal die het verdient bemind te worden. Maar misschien hoeft dat niet door iedereen die hier woont of werkt te gebeuren. Waarom zou je het Turks of het Engels niet trouw mogen blijven? Maar het idee dat alle mensen die in één land wonen ook allemaal één taal moeten spreken, is sinds 11 september en 15 mei zo vanzelfsprekend dat er kennelijk geen ontkomen meer aan is. Ook Field wordt erop afgerekend, zoals dat tegenwoordig heet. De Volkskrant meldde maandag dat Hans van Beers, de nieuwe voorzitter van het festival, het jammer vindt dat Field `nog altijd niet' Nederlands spreekt. Felix Rottenberg, de vorige voorzitter van het bestuur, schijnt zich er ook over beklaagd te hebben. Volgens een bericht in deze krant kon Field door zijn gebrek aan kennis van de Nederlandse taal niet verschijnen in toonaangevende talkshows om deel te nemen aan het culturele debat.

Sommige buitenlandse directeuren van Nederlandse culturele instellingen zijn het Nederlands inderdaad machtig geworden. John Leighton, directeur van het Van Gogh Museum en net als Field een Brit, schijnt het aardig te kunnen. Field niet. So what? Het Rotterdamse festival is een festival dat films van over de hele wereld laat zien, uit IJsland en Argentinië en Nederland en Australië en Frankrijk. Om de kwaliteit van die films gaat het. De rest is bijzaak.

Het valt niet uit te sluiten dat Field een nog betere directeur was geweest als hij Nederlands had geleerd. Wie weet had kennis van het Japans of het Koreaans ook nog wel voor verbetering gezorgd. Eén taal sprak Field gelukkig nooit: Provinciaals.