`Import' bruiden even hoog

De maatregelen van de overheid om huwelijken met buitenlanders te bemoeilijken leiden niet tot vermindering van de `huwelijksmigratie'. De regels treffen bovendien meer autochtone Nederlanders dan wordt gedacht. Dit concludeert rechtssociologe Betty de Hart in het proefschrift Vreemdelingenrecht beter afstemmen op internationalisering, waarop ze volgende week aan de Katholieke Universiteit Nijmegen promoveert.

Bij gezinshereniging en gezinsvorming wordt vaak aan Turken en Marokkanen gedacht die hun partner `importeren' uit de landen van herkomst. In veertig procent van de gevallen gaat het echter om Nederlanders met een buitenlandse geliefde, zegt De Hart.

Vooral Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner worden getroffen door het steeds restrictievere vreemdelingenbeleid, constateert De Hart. Hoewel het nationaliteitsrecht en vreemdelingenrecht sinds 1985 niet langer expliciet onderscheid maken op basis van sekse, werken de regels nog altijd verschillend uit. Een voorbeeld is de inkomenseis, een van de belangrijkste voorwaarden voor een verblijfsvergunning. De Nederlandse partner moet een inkomen uit arbeid hebben van minimaal het bijstandsbedrag voor gezinnen. Nederlandse vrouwen hebben door hun positie op de arbeidsmarkt meer moeite dan mannen om aan deze norm te voldoen. Soms staken vrouwen hun studie om te gaan werken, of ze accepteren (vaste) banen onder hun niveau om aan de inkomenseis te voldoen.

Interview: pagina 3