Hongaren niet bezorgd over Irakezen

In een legerkamp in Hongarije worden leden van de Iraakse oppositie door Amerikanen opgeleid. Drieduizend zouden er komen. Er zijn er vijftig.

,,Het zijn vrijwilligers uit de hele wereld. Ze doen mee omdat ze terugwillen naar een vrij en democratisch Irak.'' Of er Irakezen uit Nederland binnen de poorten van kamp Taszár zijn wil de Amerikaanse majoor Bob Stern bevestigen noch ontkennen. Vriendelijk maar beslist houdt hij de kaken op elkaar. ,,Uit veiligheidsoverwegingen kan ik niet ingaan op de achtergronden van de Irakezen die hier getraind worden. Ik kan alleen bevestigen dat de trainingen aan de gang zijn.''

Kamp Taszár ligt in het zuiden van Hongarije, niet ver van de provinciestad Kaposvár. De Hongaren legden hier zelf vlak na de Eerste Wereldoorlog een luchtmachtbasis aan. De Russen maakten daar na de Tweede Wereldoorlog dankbaar gebruik van. Sinds 1995 wordt Taszár door de Amerikanen gebruikt voor de bevoorrading van hun troepen op de Balkan. Eind vorig jaar vroegen de Amerikanen Hongarije of ze drieduizend leden van de Iraakse oppositie mochten trainen op de basis. Het NAVO-lid Hongarije kon geen nee zeggen.

Vorige week arriveerde de eerste groep Irakezen in het diepste geheim. In een vliegende sneeuwstorm ontwijkt majoor Bob voor de poort beleefd antwoord op concrete vragen. Ergens binnen oefenen de Irakezen met kleine handwapens, 9 mm semi-automatische wapens. ,,Ze moeten zich kunnen verdedigen als ze straks in Irak in de problemen komen.'' De Amerikaan haast zich om te zeggen dat het de Irakezen aan niets ontbreekt op de afgelegen basis: ,,Ze zijn uitstekend gehuisvest en er is een gebedsruimte voor ze.''

De aangekondigde komst van de Irakezen gaf aanvankelijk nogal wat rimpelingen in het gezapige Hongaarse provincieleven. De burgemeester van het nabijgelegen Kaposvár eiste compensatie van de Hongaarse overheid voor de overlast en het gevaar die de operatie met zich mee zouden brengen. Zijn politieke rivaal, het hoofd van de provincie, zette de tegenaanval in. In Kaposvár verwerd de wereldpolitiek al snel tot een dorpspolitieke strijd om invloed en geld.

,,Het ergste is dat we weken lang geen enkele informatie kregen en ook nu nog niet precies weten wat daar op de basis gebeurt'', vindt Ottó Varga, journalist van de plaatselijke krant Somogyi Hírlap. De Hongaarse overheid is te gretig ingegaan op het Amerikaanse verzoek en heeft verzuimd om de plaatselijke bevolking behoorlijk in te lichten.

Na veel speurwerk weet Varga alleen dat er nu vijftig Irakezen op de basis zijn, met ongeveer vijfhonderd Amerikaanse trainingsofficieren. Hij heeft de indruk dat het oorspronkelijke plan, drieduizend Irakezen trainen, niet gehaald wordt. ,,Het lijkt erop dat het allemaal wat minder spectaculair gaat worden.''

Toch blijft de onderneming voorpaginanieuws in Hongarije. Deze week vooral omdat een plaatselijke arts haar collega's in de regio in een vertrouwelijke brief opriep om hun kennis op te frissen op het gebied van miltvuur. Was dat in opdracht van hogerhand? Was er toch gevaar voor de bevolking?

De bevolking in de omgeving is opmerkelijk gelaten. ,,We zijn eraan gewend'', vertelt een man in de hoofdstraat van Kaposvár. ,,Eerst hadden we de Russen, toen de Amerikanen en nu zijn er ook Irakezen. Maar die gaan weer weg en dan is alles voorbij.'' Dat hoort nu eenmaal bij het NAVO-lidmaatschap, vindt hij. ,,Of we NAVO-lid zouden moeten zijn is een tweede. Maar we zijn het en we moeten meedoen.'' Hij sluit niet uit dat de Saddam Hussein wraak zal nemen op de Hongaren. ,,Maar wie dan leeft, die dan zorgt.''

Een bejaarde kleermaker glibbert met zijn eveneens bejaarde vrouw over ijs en sneeuw. Ze lijken, met bontmuts en wandelstok, zo weggelopen uit de tijd van de dubbelmonarchie. ,,Wij hoeven niet bang te zijn, want we zijn al oud en hebben niet lang meer te gaan'', stelt de man nuchter vast. Bovendien, als het op vechten aankomt, zal kamp Taszár beter verdedigd worden dan de rest van het land, denkt hij.

De journalist Varga begeleidde het provinciehoofd bij een rondgang langs de dorpen. De mensen maken zich volgens hem inderdaad geen zorgen. ,,De eerste vraag kwam steevast van de burgemeester die een plichtmatige vraag stelde over de veiligheid, de tweede vraag kwam van de dorpsgek en de rest van de vragen ging uitsluitend over werkgelegenheid: of de komst van de Irakezen werk met zich mee zou brengen voor de Hongaarse bevolking.''