Het vuil, de stad en de idioot

Twee jaar vóór het duizelingwekkende genie Dave Eggers was er al Tristan Egolf: jong, hip, Amerikaans, en debuterend met dynamiet. Anders dan Eggers speelde Egolf (1971) geen postmoderne spelletjes met het genre van de autobiografie. Zijn Lord of the Barnyard (Heer onder het gepeupel) was opgezet als een pseudo-biografie, met gebruikmaking van documenten en krantenberichten. Wat niet wegnam dat het verhaal van een door het lot getarte boerenzoon uit het Midden-Westen zich liet lezen als een absurdistische wraaktragedie – geschreven met een enorme vaart en in een taal die de lange zin en de barokke scheldkanonnade niet schuwde.

Dat Egolf minder (commercieel) succes dan Eggers had, moet aan de geringe knuffelbaarheid van zijn roman hebben gelegen; lezers hebben liever een hedendaags weesjongensverhaal dan een rauwe onderdompeling in de wereld van de Amerikaanse white trash. Met zijn tweede boek zal Egolf zijn schare fans niet vergroten: Rokje en de viool speelt zich niet af op het gedegenereerde platteland, maar is bijna net zo compromisloos als zijn voorganger. Zelfs de happy ending en de bescheiden dikte (een derde van Lord of the Barnyard) kunnen dat niet verhullen.

Hoofdpersoon en verteller van Rokje en de viool (de verwijzing in de titel heb ik niet kunnen thuisbrengen) is Charlie Evans, een aan lagerwal geraakte concertviolist die te midden van junkies, uitschot en doorgedraaide Vietnamveteranen in een slooppand in `Vuilstad' woont. Als hij niet bij wijze van circusact optreedt in het voorprogramma van een hardrockgroep, verdient hij de kost onder meer als rattenjager in de riolen – een bloedige bezigheid die door Egolf met een aan Tom Wolfe herinnerende humoristische detaillering wordt beschreven. Charlie is het soort jongen dat overal waar hij verschijnt een puinhoop achterlaat, of hij nu helpt met het verbouwen van een huis of bijklust in een kruidenierswinkel. Zijn beste vriend, de zelfs als anarchist mislukte Tinsel Greetz, doet niet voor hem onder; en een flink deel van Rokje en de viool is dan ook gewijd aan de slapstickachtige taferelen waarin de twee stadsdesperado's verzeild raken.

Charlie's leven neemt een verrassende wending wanneer hij net als Tinsel na een totaal uit de hand gelopen avond ontwaakt in een luxe hotelkamer die blijkt te zijn gehuurd door een beeldschone vrouw. Deze Louise neemt de twee schoffies-op-leeftijd onder haar hoede – waarom, dat wordt niet helemaal duidelijk; Charlie suggereert dat ze als onderzoeksjournaliste graag kennismaakt met het leven aan de zelfkant. Maar het duurt niet lang of Charlie wordt verliefd op zijn weldoenster, aan wie hij uiteindelijk Tinsel zal opofferen.

Het onwaarschijnlijke plotje (wat ziet een vrouw van de wereld in twee stinkende rotjongens?) is niet de reden om Rokje en de viool te lezen. De roman moet het hebben van de explosieve stijl van Egolf, die grossiert in absurdistische dialogen, beeldende beschrijvingen en scherpe oneliners. Charlie's cynisme zal indruk maken op de fans van Louis-Ferdinand Céline; het zou me niets verbazen als Egolf, die in Frankrijk ontdekt is door Patrick Modiano, van zijn beschermer de tip heeft gekregen om Voyage au bout de la nuit te lezen. Niet alleen begoochelende zinnen à la Céline zijn terug te vinden in Rokje en de viool, zelfs de beroemde drie puntjes waarmee de Franse meester zijn proza vaart en woede gaf. In het Nederlands gaat er nogal wat van verloren, maar daar staat tegenover dat Egolfs taalkronkels in het Amerikaans bepaald niet makkelijk zijn.

Aan Egolfs stijl ligt het niet dat Rokje en viool teleurstelt. Het lijkt erop dat hij gewoon te weinig te vertellen had. In Lord of the Barnyard stond het overrompelende proza in dienst van een verhaal over gefnuikte dromen en schrijnend onrecht. Rokje en viool is waarschijnlijk bedoeld als een illustratie van de verlossende kracht van de liefde; maar je hoeft geen scepticus te zijn om Egolfs tweede roman te lezen als een weinig overtuigende karikatuur.

Tristan Egolf: Rokje en de viool (Skirt and the Fiddle). Uit het Amerikaans vertaald door Irving Pardoen. Cossee, 224 blz. €19,90