Het verzet van de besten

Valt pardoes in onze mand met recente publicaties een boek over de rol van de Belgische adel in het verzet onder de Duitse bezetting. Wie had dat nog verwacht, meer dan 200 jaar na de Franse Revolutie? Dat ook de aristocratie haar deel nog zou opeisen van de verdienste die daarmee samenhangt? Maar het is waar. Het wordt overvloedig geïllustreerd in Voor koning en vaderland. In de Tweede Wereldoorlog kozen de Belgische edellieden voor de democratie, ze hadden een relatief bekeken fors aandeel in het verzet.

Marie-Pierre d'Udekem d'Acoz wilde een historisch werk schrijven, maar ook een hommage aan haar vader, een adellijke verzetsman. Daardoor missen we een kritische doorlichting van de motieven. Want het verzet van de adel is te verklaren vanuit zijn gehechtheid aan de bestaande maatschappij. D'Udekem d'Acoz noemt dit verzet patriottisch. Vaderlandsliefde is voor haar nog een deugd, die vanzelf leidt tot andere deugden, zoals menslievendheid. `Zij (de adellijke verzetslieden) worden niet geacht prat te gaan op hun heldendaden, aangezien ze slechts hun plicht hebben gedaan', schrijft ze.

In werkelijkheid was dat patriottisme niet belangeloos. Er was toen nog een stevige alliantie tussen België en de adelstand. In de politiek, de diplomatie en de financiële wereld was zijn vertegenwoordiging onevenredig groot en zijn invloed nog groter. Bovendien, en daar is de schrijfster niet blind voor, waren de aristocratische verzetshelden vervuld van het zelfde elitarisme, dat ook een bepaalde vleugel binnen de Nieuwe Orde typeerde. Ze geloofden dat het de taak is van de besten om zich op te offeren en leiding te geven in de samenleving.

Het is verleidelijk om de lofprijzingen van d'Udekem d'Acoz enkel te onthalen op proletarisch cynisme. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Het boek toont een lange galerij jonge mensen die hun plichtsgevoel betaalden met een executie of een trage dood in een concentratiekamp. Dat laat een diepe indruk na.

De adel werd niet door een bekering tot de democratie in het verzet gedreven. De edellieden geloofden in de orde en in de schone harmonie der standen. Extreem-rechts was vlakbij. Maar, al dreef België sinds de invoering van het algemeen stemrecht steeds verder af van het ideaal, het nazisme was in de ogen van de edelman iets vulgairs, iets heidens. Het was een kwestie van gradatie en van goede smaak. Naast patriottisme heeft ook goede smaak bepaald dat de adel in zijn heimwee naar een illusoire harmonie gestopt is, waar nogal wat Vlaamse solidaristen verder zijn gegaan.

Marie-Pierre d'Udekem d'Acoz: Voor koning en vaderland. De Belgische adel in het verzet. Lannoo, 488 blz. €29,50