`Het heeft een logica, zei de gek'

Eva Gerlach vindt vogels raar, kon vroeger vliegen en wordt bevolkt door doden. Ter gelegenheid van Gedichtendag verscheen vorige week haar bundel `Daar ligt het' in een oplage van 20.000 exemplaren.

,,Ik moet me ergens aan vasthouden. Anders word ik overspoeld door beelden, gedachten en emoties. Dat maakt het van belang om goed om me heen te kijken.' Dichteres Eva Gerlach (1948) kan heel goed kijken, zoals ook de jury betoogde die haar in 2000 de P.C.Hooft-prijs toekende. Haar blik blijft niet aan de buitenkant. Dingen, dieren en doden raken bezield, vertrouwdheden worden ontmaskerd, werkelijkheden en waarheden tegen elkaar opgezet. Gerlachs universum is gefragmenteerd, brokkelig, een soms grimmige wereld vol paradoxen.

Het belang van goed kijken leerde ze op jonge leeftijd van haar stiefvader. ,,Hij zat als krijgsgevangene in een Japans concentratiekamp - wat een stuk erger kon zijn dan als burger in Indonesië - en heeft daar de rest van zijn leven buitengewoon veel last van gehouden. Hij zei altijd: als het over je heen komt is er maar één ding: kijk naar buiten, kijk goed en let precies op wat je ziet. Dat helpt. Het hielp overigens ook ontzettend goed als ik weer eens wanhopig was over hem.'

De scherpe blik van Gerlach levert geen alledaagse plaatjes op. Regels als `Dit is het huis, het rustig bloedend vlak' en `Het schrikt zich raar krimpt zo uit mij vandaan' zijn onmiskenbaar van haar hand. Ze komen uit Jaagpad, een nieuwe bundel gedichten met beeldend werk van Marianne Aartsen. Het verscheen vorige week, tegelijk met de bundel gedichten ter gelegenheid van Gedichtendag Daar ligt het en haar verrassende prozadebuut Losse bedrading.

Leo Vroman schreef: `Ik geloof het nu wel: ik kan dichten.' Heeft u dat gevoel ook als u een klein jaar van tevoren een opdracht krijgt voor tien gedichten voor Gedichtendag?

,,Helemaal niet. Ik denk: 5.500 gulden. Dat is leuk, want wij hebben opgroeiende kinderen. Ik had nog niks toen er al een aanbiedingsfolder met een titel moest komen. In de hoop dat het boek er eens zou liggen, zei ik: `Daar ligt het'. Daar groeide toch een min of meer samenhangende reeks uit. Alle gedichten gaan over iets dat zich bevindt op een plek en niks voor elkaar kan krijgen. In de loop van het gedicht probeert het iets te wezen, tot de mogelijkheid daartoe wordt afgesloten.'

Het zijn tien Gerlach typerende gedichten geworden: compact, bol van spanning, met ontregelende beelden die een dubbelzinnige, surrealistische sfeer creëren. ,,Wat mij bezighoudt is het aanwezige in het afwezige en omgekeerd het afwezige in het aanwezige. Nooit is helemaal duidelijk wat bezig is te bestaan of te gebeuren. Naarmate ik verder kijk, verandert dat in mijn hoofd.'

Komt uit die twijfel uw voorliefde voort voor abstractie en voor onpersoonlijke voornaamwoorden als: iemand, het, er?

,,Misschien wel. Een gedicht gaat bij mij vaak uit van een situatie die ik mij voorstel of een flard van iets dat ik heb waargenomen. Ik begin met comprimeren, met concentratie, en dan is het handig om dat niet in een persoonlijke vorm neer te zetten.

,,Ik lig niet in trance op de grond te kronkelen, maar iets in mij weet hoe ik het moet opschrijven. In eerste instantie schrijft het gedicht zichzelf. Beter gezegd: ik schrijf het met een andere kant van mijzelf dan waarmee ik hier zit.'

Ik spreek Gerlach in haar huis aan de rand van Amsterdam. De twee bijna identieke katten lopen in en uit. Pas zes jaar na haar debuut in 1979 gaf Gerlach haar eerste interview om de gissingen naar wie zich achter het pseudoniem verborg te doen ophouden. Zonder haar echte naam te onthullen (,,Ik heb een serieus probleem met die naam'). Jaren later trad ze meer en meer in de openbaarheid door haar werk voor te lezen, maar van interviews houdt ze nog altijd niet. Het gesprek mag alleen over haar werk, niet over haar persoon gaan. ,,Ik wantrouwde je aanvankelijk als de pest', schrijft ze me naderhand in een e-mail.

In een aantal gedichten in Daar ligt het spelen dieren een hoofdrol, maar dat fabeldieren het thema van de gedichtendag vormde, vernam ze pas achteraf. Bladerend door haar bundel noemt ze haar eigen creaties ,,ongezellige schepsels'. ,,Ze balanceren tussen het concrete en het denkbare.'

Alle dieren zijn toch een beetje raar?

,,Dat vind ik ook. Als ik naar een vogel kijk in een boom, denk ik: raar wezen. En ik denk meteen dat ik die vogel ben.'

Als ik lach, zegt ze: ,,Dat hebben andere mensen ook wel eens hoor. Als ik naar een vogel kijk, dan stel ik me voor hoe het is om vleugels te hebben en te kunnen vliegen (wat ik vroeger kon); in een boom te zitten en rond te kijken met mijn vogeloog; een worm beneden te zien en aan eten te denken. Dat gevoel heb ik al van kleins af aan en het heeft mij nooit meer verlaten. Bij alles wat beweegt, beweegt er iets in mij mee. Dat zijn de spiegelneuronen, las ik laatst in uw krant.'

Hoe is het als u vliegt?

,,Ik kan nu niet meer vliegen, ik kon het tot in mijn vijfde jaar.'

Hoe was het om te kunnen vliegen?

,,Gewoon. Hoe is het om te kunnen lopen?'

Wat zag u?

,,Het wasgoed van bovenaf en toen we nog driehoog in de Prinsenstraat in Amsterdam woonden de trap onder mij als ik naar boven ging. Maar dat heb je ook als je loopt, zult u zeggen.'

Moet je om te vliegen erg wapperen met je armen?

,,Nee, dat is flauwekul. Ik vraag me af waarom u dat weten wilt. Ik kan geen u cursus vliegen geven. Als kind accepteer je alles heel makkelijk als het zich eenmaal voordoet.'

Wat zich een paar jaar terug voordeed, was de kans om wekelijks een bijdrage in proza te leveren voor de boekenbijlage van De Morgen. Gerlach wilde altijd al proza schrijven, maar tot dan toe werd elke aanzet weer een gedicht. Door op het verzoek van de Vlaamse krant in te gaan, bedwong ze zichzelf. ,,Proza biedt meer ingangen. In de poëzie was ik al losser gaan werken - in een andere vorm kun je op een andere manier over je thema's schrijven. Ik wil niet zeggen andere thema's, want globaal schrijf ik altijd over het hetzelfde: verschuivende identiteit, uit elkaar vallende werkelijkheid, samenhang die op een moment geen samenhang meer is. In proza kun je een grotere samenhang aanbrengen, om het geheel vervolgens met een nog grotere smak uit elkaar te laten vallen.'

Bijeen gevoegd getuigen de miniatuurtjes in Losse bedrading van de volstrekt eigenzinnige verbeelding en het zuivere taalgevoel van een gelouterde dichteres. Een opvallend aspect is dat haar gevoel voor humor openlijker wordt uitgespeeld dan in haar poëzie. In een gedicht als De dorpelen en de gesloten vensters gaat het nog zo: een vrouw meent midden in de nacht een vroegere geliefde te horen, waarna ze een tijdje tevergeefs buiten bij het hek op hem wacht. Als ze weer naar binnen gaat denkt ze `dat ik van je gehouden heb en dat/ het hout niet goed in de scharnieren zat.'

,,Het publiek is anders erg ontroerd als ik dat voorlees. In het gedicht klopt geen enkele structuur en ook dat scharnier deugt niet. Het heeft een logica, zei de gek.'

Uw werk heeft altijd een dosis galgenhumor bevat.

,,Dank u. Dat zit heel sterk in mijn familie. Wij hebben altijd vreselijke ruzies. Mensen willen elkaar nooit meer zien, mensen plegen zelfmoord en mensen wensen elkaar vreselijke dingen toe. Ik ga in mijn familie door voor ontzettend saai, dus ik voel mij geweldig gevleid.'

Gerlachs proza kent absurdistische wendingen en droge zinnetjes. Zoals in een stukje met twee zelfmoorden en toch volop comic relief. Het gaat over de man die vorig jaar in Amsterdam het personeel van een kantoortoren gijzelde uit protest tegen de falende werking van zijn breedbeeldtelevisie. Uiteindelijk doodde hij zichzelf. Die gebeurtenis verweeft Gerlach met de anekdote over de tragische oom Vic, die na jarenlange worstelingen met haperende apparaten aan wanhoop ten prooi valt en zichzelf ophangt.

Dat stukje over die gijzeling schrijft helemaal toe naar het afsluitende deadpan zinnetje: ,,Wie zou zijn breedbeeldtelevisie krijgen?'

,,Dat is een heel tragisch stukje! Wat bent u toch een harteloos mens. Het ging mij rauw door de ziel, die man op tv die protesteerde door A4-tjes met letters op de ramen te laten plakken en PHI LIES te spellen.'

Neemt u me in de maling?

,,Ik bedoel het ernstig.'

U kijkt erbij alsof u uw best doet serieus te blijven.

,,Gaat u dat allemaal opschrijven? Hoe ik kijk? Nou ja, ik zie het wel. Met mijn proza had ik toch echt serieuze plannen en verlangens. Nu kon ik mijn vleugels op andere wijze uitspreiden en ook in die boom komen. Ik kreeg meer ruimte, dus mijn eigen, alledaagse stem is erbij gekomen.

,,Oom Vic heb ik niet verzonnen. Wij kochten vroeger in Suriname allemaal van die apparaten die het vervolgens niet deden. Dat gedoe met die magnetron in het stuk heb ik toen al opgeschreven. Met apparaten gaat bij mij ook altijd alles verkeerd. Daarom kon ik mij de woede en het verdriet van die man in de die toren ook zo goed voorstellen.'

Kort voor haar vijfde verjaardag scheidden haar ouders en vervolgens vertrok Gerlach met haar moeder naar Suriname, waar ze tot haar achttiende woonde. In Losse bedrading gaan twaalf van de 52 hoofdstukjes over een reis naar het land van haar jeugd. Dat is opmerkelijk, want in haar gedichten wijst hoegenaamd niets op Suriname. ,,Het valt me zwaar om over Suriname te schrijven. Toen ik er terugkeerde, was ik weer een kind. Emotioneel viel ik ook terug naar die tijd, en dat was een moeilijke en beladen periode meneer.' En daarmee is al te veel gezegd.

,,De stukken over `het andere land' in Losse bedrading zijn trouwens niet specifiek in een bepaald land gesitueerd. Ik wil ook helemaal niet schrijven over het Echte Suriname – Yoknapatawpha County, Macondo, naar zoiets wil ik toe. En ze gaan niet over mijn jeugd, ze gaan over verplaatsing. Dat boekje draait denk ik vooral om loslatende werkelijkheid.'

Wie in Losse bedrading de bizarre anekdotes over ooms en tantes, vaders en moeders en grootmoeders leest, moet wel geloven dat haar familie uit ongewone mensen bestaat. Is dat terecht? ,,Ik kan niet echt iets verzinnen. Die verhalen komen voor een deel uit mijn familie. De rest is door elkaar geklutste rommel: krantenberichten, flarden opgevangen conversatie en overdrijving van anekdotes die mij verteld zijn.'

Ze schrijft vaak over doden, mensen die ze kende en die niet meer leven, maar nog in haar hoofd woelen. ,,Ik wil ze graag weer tot leven wekken.' Dat levert regels op als `Lichaam, doe hem weer pijn./ Vlees van hem, hou zijn botten vast./ Zaad, lig niet in hem stil.' (Uit het gedicht `Niet, niet'). Heeft ze een verlangen de dode weer in het licht te brengen?

,,Neeh. In dat gedicht geef ik een heftigheid van herinneren weer.'

Geldt dat ook voor de 24-delige reeks `De uren', waarin een grootmoeder tot leven wordt gewekt in het besef dat ze dood is?

,,Zeker. Mijn eigen grootmoeder was doodgegaan in een verpleeghuis aan een gebroken heup die uitliep op een longontsteking. Dat is de vervelendste, vernederendste dood die je je kunt voorstellen. Zij heeft mij voor een deel grootgebracht en ik moest voortdurend aan haar denken. In die reeks gedichten probeerde ik haar naar haar huis terug te brengen en haar daar dood te laten gaan.'

In een gedicht schrijft u 'De doden zijn in mijn kind opgestaan'. In 'Drukte' schuiven de doden in je aan en maken er een dolle boel van. Alsof het lichaam een hotel is.

,,Zoals alles wat je ooit hebt beleefd in je ligt opgehoopt. Dat is geen oorspronkelijke gedachte.'

Ik heb niet het gevoel dat de doden met hun kootjes in mijn vingers zitten.

,,O ik wel. Ik heb sterk het gevoel dat de doden in mij actief zijn. Dat is mijn levensgevoel. Ik kan mijn dode omaatje elk moment uit mijn lichaam laten weglopen en haar weer terughalen. Ik hallucineer niet of zo, maar ik ervaar het wel zo. Dat is toch het normale proces van bewustzijn en herinneren? `Drukte' is ook nogal een grappig gedicht.'

Ik zou het bijna niet durven zeggen Ik vroeg me af of u die drukte ook fysiek voelde.

,,U niet dus? Wat saai! Nou ja, dat zeg ik maar vanuit mijn bevolktheid.'

U heeft ooit geschreven: `Een gedicht is niks als het geen toverspreuk is'.

,,Heb ik dat letterlijk zo geschreven? Wat een onzin.'

Ti Ta Tovenaar had als spreuk: `En alles staat stil'. Een van uw thema's zou te formuleren zijn met de titel van een van uw gedichten: `Alles is als niet gebeurd'.

,,Dat is een citaat van Max Frisch over een persoon die zijn geheugen kwijt raakt, een onderwerp dat me interesseert.'

Die interesse leidde tot vele gedichten over de werking van het geheugen. Dat blijkt een oorzaak te hebben. Gerlach vertelt dat het na haar terugkomst in Nederland in 1966 een tijd niet goed met haar ging en dat ze aan geheugenverlies leed. ,,Bij vlagen hervond ik mijzelf in een donker woud, dat wil zeggen op een bankje ergens in de stad, of staande aan landelijk water, zonder dat ik wist hoe ik daar was gekomen of wat het allemaal voorstelde om mij heen. Ook wie ik was bleef zeer onhelder.'

De wereld werd op zulke momenten uiterst bedreigend voor haar, een verschijnsel dat ze later beschreven zag in Nabokovs verhaal `Verschrikking': ,,De dingen ontdaan van hun betekenis, de wereld voor zich, in al haar angstaanjagende naaktheid en absurditeit - zoiets schrijft hij erover. Hij is er van overtuigd dat niemand de wereld ooit zo gezien heeft als hij in die ogenblikken; nu, dat was ik destijds ook. Het is niet helemaal na te vertellen hoe bang je dan bent. Van de andere kant krijg je zo ook wel weer een frisse blik op je omgeving. `Een naakt oog, een doelloze blik,' schrijft Nabokov - daar maakte ik later, in meer beheerste tijden, gebruik van.'

In haar herinnering vielen geregeld grote gaten, ,,terwijl ik altijd een fenomenaal geheugen had'. Later heeft het zich aardig hersteld, zegt ze, ,,ik kon zelfs weer lezen en schrijven.' ,,Maar het relatieve van je verbindingslijn met de wereld - zoals Nabokov het noemt - is me altijd bijgebleven. Net zoals het besef dat de dingen een bestaan hebben buiten je om. En het vermoeden van een wereld zonder al die hiërarchieën waarop je geest voortstrompelt.'

In diverse verhalen in Losse bedrading komen dingen tot leven. In een verhaal over het thuiskomen na een lange reis houden de dingen afstand: 'Alles heeft een walkman op'.

,,Dat is bij wijze van spreken. Je hebt verraad gepleegd. Je stopt dingen vol met menselijkheid opdat je in ieder geval niet alleen bent. Vervolgens verlaat je ze en als je terugkomt, kunnen zij je niet zomaar weer in genade aannemen. Het is moeilijk om de dingen te zien als zichzelf.'

Op de vraag waarom dat zo is, heft ze zuchtend het koffiekopje op: ,,Omdat je feitelijk geen toegang hebt tot de wereld der dingen. Dit gebruik ik elke dag, het heeft een bepaalde betekenis voor me, het is een deel van mijn lichaam.'

Zit u niet te veel thuis?

,,Nee, als ik buiten rondloop, zie ik ook allerlei dingen waarvan ik denk: Goh, hoe gaat het met jou? Wat doe jij eigenlijk de hele dag? Misschien moet ik morgen nog eens langslopen om te zien hoe het dan met je gaat.'

Eva Gerlach: `Daar ligt het'. Uitg. De Arbeiderspers, €1,50.

Eva Gerlach, Marianne Aartsen: `Jaagpad'. Uitg. Glance-aside. €24,50.

Eva Gerlach: `Losse bedrading'. Uitg. De Arbeiderspers €13,95.

    • Ron Rijghard