Euro: de minst lelijke munt van 2003

De Bank van Japan waakt er met miljardenaankopen voor de yen te laten stijgen. De Amerikaanse dollar heeft meer tegen dan alleen de dreigende oorlog in Irak. Zodat de euro vanzelf zegevierend boven komt drijven in een wedstrijd die niemand wil winnen.

Wie van de drie wereldmunten, de yen, de euro en de dollar, wint op dit moment de schoonheidsprijs op de valutamarkt: de mooiste, of de minst afstotelijke? Als het aan Jim O'Neill, het hoofd van de wereldwijde research van de zakenbank Goldman Sachs ligt, is laatstgenoemde het geval. ,,De euro is de minst lelijke van de drie zusters, maar dat maakt de munt nog geen Assepoester.'' O'Neill sprak gisteren tijdens de jaarlijkse conferentie van Goldman Sachs over de komende trends op de valutamarkt, waar het laatste halfjaar het leven volop is teruggekeerd. Nog woensdag bereikte de euro zijn hoogste punt sinds 1999 tegenover de dollar, met een koers van 1,0938 dollar per euro. De yen wordt er, zo openbaarde de Bank van Japan aan het begin van de week, met steunverkopen van miljarden dollars van weerhouden om te appreciëren.

De storm is waarschijnlijk nog lang niet over. Nog vanmorgen zei Japans belangrijkste financiële topambtenaar Zembei Mizoguchi dat de valutamarkt nog steeds instabiel is door `geopolitieke risico`s'.

Dat ligt volgens O'Neill evenwel lang niet alleen aan de zaak-Irak, hoewel die op dit moment het dominante thema is op de valutamarkt en de reden is om uit dollars te vluchten. De grotere onderliggende economische trends zijn van ten minste even groot belang. ,,De economische groei in de industriële wereld zal ook dit jaar onder zijn potentieel liggen. dat wordt het derde achtereenvolgende jaar.'' Beleidsmakers, zowel bij de overheid als bij de centrale banken, tonen volgens O'Neill alle tekenen dat hun geduld op is. ,,En dat vergroot de kans op beleidsfouten, met name in de Verenigde Staten.''

Het potentiële slachtoffer van die beleidsfouten is de Amerikaanse dollar. Het verleden, en dan vooral de jaren tachtig, toont aan dat de beleidsmix tussen rentebeleid en begrotingsbeleid van grote invloed is op de dollarkoers. Een expansief begrotingsbeleid, met oplopende tekorten, geeft samen met een restrictief rentebeleid, met hoge tarieven van de centrale bank, een sterk oplopende dollarkoers.

Maar als een expansief begrotingsbeleid wordt gepaard aan een zeer soepel rentebeleid, zoals in de tweede helft van de jaren tachtig, kan dat zorgen voor een sterk dalende valutakoers. Die laatste mix wordt op dit moment gevolgd. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board, heeft zijn rente op nog maar 1,25 procent staan, met kans op verdere verlaging. De regering-Bush laat het begrotingstekort oplopen tot 3 procent van het bruto binnenlands product, met kans op een verdere stijging richting 4 procent.

Daarnaast is er het forse, en stijgende tekort op de Amerikaanse lopende rekening van de betalingsbalans. Nu is dat tekort er al een tijd, en in 2000 en 2001 wist de dollar desondanks juist te stijgen. Goldman Sachs-economen gaven gisteren twee redenen waarom het betalingsbalanstekort nu wél een kwestie is. Allereerst gaat het nu gepaard met een tekort op de begroting. Zo'n twin deficit, een dubbel tekort, was in het verleden vaker het startschot voor valutazwakte. O'Neill zegt er van uit te gaan dat het betalingsbalanstekort dit jaar stijgt tot 600 miljard dollar, een kleine 6 procent van het bruto binnenlands product.

Een tekort met zo'n omvang is voor een grote economie als die van de VS ongehoord. En gevaarlijk. Volgens econoom Stephen Hull van de zakenbank ligt dat aan de wijze waarop het tekort wordt gefinancierd. Gaat dat met kortlopend geld, dat net zo snel verdwenen is als het kwam, dan zal óf een hoge rente óf een goedkoper wordende munt de spelers op de financiële markten en in het internationale bankwezen blijvend moeten verleiden het tekort te financieren.

Dat was tot voor kort niet het geval. In 2000 bijvoorbeeld bedroeg het Amerikaanse tekort op de lopende rekening ook al 410 miljard dollar, of 4 procent van het bbp. Maar destijds vloeide er 239 miljard dollar aan buitenlands geld naar langlopende bedrijfsobligaties, ging er netto 88 miljard aan buitenlandse aandelenbeleggingen naar de VS en bedroegen de netto directe buitenlandse investeringen (bijvoorbeeld bedrijfsovernames) 129 miljard dollar. Wel werd er toen door het buitenland per saldo 77 miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties verkocht. Maar alles bij elkaar was het gat in de lopende rekening vrijwel geheel gefinancierd met relatief stevig buitenlands kapitaal.

Die situatie is de jaren daarna verslechterd. Amerikaanse aandelen zijn niet populair meer, en de overnamegolf van het buitenland in de VS droogde op. Vorig jaar werd naar schatting minder dan de helft van het tekort nog gedekt door buitenlandse langetermijnbeleggingen, en volgens Hull zal dat dit jaar niet anders zijn. Dat kan druk blijven geven op de Amerikaanse dollar.

Welke gevolgen heeft dat op de valutamarkt? De Bank van Japan waakt er angstvallig over dat de yen niet sterker wordt. De Amerikaanse dollar heeft kennelijk niet alleen incidenteel, maar ook structureel de wind tegen. Zodat de euro, het minst lelijke zusje, vanzelf zegeviert in een schoonheidswedstrijd op de valutamarkt – die op dit moment overigens niemand graag zou winnen.