Een nekschot te veel

Dit boek, over Dante, begint met de volgende regels. `Louie deed zijn beha uit en gooide hem op de doodskist. Er zat zaad aan zijn hand. Hij haatte dat. Hij stak zijn hand uit naar de enige slet die nog op haar knieën zat. Ze sloot haar ogen en likte het geil van zijn hand.'

Als biograaf heeft Nick Tosches altijd een gezonde fascinatie gehad voor het absolute lowlife van de westelijke beschaving, variërend van rock 'n' roll-zanger en levenslange bad boy Jerry Lee Lewis tot de omhooggevallen crooner Dean Martin, van de analfabete bokser Sonny Liston tot de Siciliaanse maffia-bankier Michele Sindona. Tussen deze biografie-werkzaamheden door schreef hij romans en – al dan niet in zijn hoedanigheid als Vanity Fair-redacteur – veel publicaties over de rock 'n' roll-cultuur. Daarnaast liet hij weinig gelegenheden voorbij gaan te pronken met zijn kennis van en voorliefde voor de klassieken. Zoals de flaptekst van deze `roman' weer vermeldt `heeft hij zichzelf oud-Grieks, Latijn en middeleeuws-Italiaans geleerd en heeft hij een groot deel van zijn leven besteed aan de studie van Dante.'

Dantes leven en werk zijn een van de voornaamste thema's in dit merkwaardige, spectaculaire maar ook hopeloos mislukte boek dat eigenlijk de naam roman niet kan dragen. De verhaallijnen ketsen soms intrigerend als vuurstenen tegen elkaar, maar komen zelden tot een echte eenheid. In het verleden volgen we de dichter Dante Alighieri in diverse perioden van zijn leven, tijdens het scheppen van zijn Divina Commedia, zijn problemen met het voltooien van het project, zijn onderhandelingen met zijn sponsors en zijn dialogen met raadgevers en inspirators. Het is voor een leek niet allemaal duidelijk wat aan historische bronnen is ontleend en wat niet, maar het belangrijkste is dat Tosches een tamelijk geslaagde, partieel gefictionaliseerde biografie neerzet, in een taal die gemodelleerd is naar de tijd waarin die zich afspeelt en die derhalve zo gekunsteld aandoet dat hij zelf zijn walging erover af en toe niet verhult.

Die walging is dikwijls de toonzetting die een overstap naar het heden aangeeft. Een cultuurschok is zo'n overstap wel degelijk en Tosches wil het effect daarvan zo hard mogelijk laten aankomen. In het heden komt het verhaal aan het rollen wanneer een priester in een kelderkamer van het Vaticaan het manuscript ontdekt van Dantes meesterwerk. Minder loyaal dan hij zou moeten zijn, brengt de priester het handschrift niet naar zijn superieuren maar naar zijn huis op Sicilië, waar mensen wonen die begrijpen dat die oude rommel geld waard is.

Vervolgens verplaatsen we ons naar New York en wordt een persoon geïntroduceerd die Nick Tosches heet en die ook wel weet hoe hij historisch erfgoed te gelde moet maken. Waarom Tosches zichzelf hier als romanfiguur introduceert, inclusief antecedenten als het oeuvre dat hij schreef en zijn autodidactische Dante-kennis, maar ook een verleden als dief, blijft onduidelijk. Misschien is het om een van de meest opvallend dissonerende (zij het terechte) passages te rechtvaardigen, namelijk een lange schuimbekkende tirade tegen de Amerikaanse uitgeefwereld en entertainmentindustrie, waarbij ook Tosches' huidige uitgeverij niet gespaard wordt. Als hij schrijft dat zijn oorspronkelijke identiteit moet concurreren met die van een `AOL Time Warner product' kunnen we niet anders dan met hem sympathiseren, maar was dat niet een onderwerp geweest voor een J'accuse-achtige satelliet van dit boek?

Tosches gaat naar Sicilië om het manuscript in handen te krijgen, en zijn reisgezel is met voorsprong het meest weerzinwekkende personage uit Tosches' oeuvre: eerdergenoemde Louie, een vieze, gewetenloze huurmoordenaar die met vreemde seksuele gewoontes is behept en bij wie de climax bij voorkeur vergezeld gaat van een nekschot. Een nekschot te veel, want dan realiseert Tosches, als het personage dat hij van zichzelf creëert, zich dat het volgende schot voor hem zal zijn. En dus is hij zijn partner voor.

Het klinkt allemaal wat debiel, maar al die nekschoten verder, en parallel daaraan dieper in de biografie van Dante, volgt het grimmige einde, met Nick Tosches (of `Nick Tosches') als schimmige emigré op tropische eilanden, die pagina na pagina van het Dante-manuscript duur weet te verkopen. Zijn nieuwe identiteit ontleent hij aan zijn fictieve slachtofferschap als pseudo-vermiste na de aanslag op de Twin Towers (een truc die zo voor de hand ligt dat ik hoop dat hij hier voor het eerst én het laatst is toegepast).

Is In the hand of Dante een roman? Jawel, als je bereid bent de auteur in zijn grote sprongen te volgen. Is het ook een geslaagde roman? Nee. Afgezien van de al genoemde bezwaren zit er iets overdadigs in het schokeffect dat Tosches probeert te bereiken met de juxtapositie van het harde maffia-heden en zijn interpretatie van leven en worstelen van de door hem zo bewonderde Dante. Misschien moet Nick Tosches maar eens een boek schrijven over – waarom niet – de echte Nick Tosches, zijn fascinatie voor de onderbuik van de samenleving, de rock 'n' roll, `de wolven van de andere kant van de rivier die hem opvoedden' zonder dat hij daar een vroeg-renaissancistisch excuus voor zoekt.

Nick Tosches: In the hand of Dante. Little, Brown and Company, 376 blz. €31,95

    • Jan Donkers