Djindjic spint garen bij opheffing Joegoslavië

De grote winnaar van de opheffing van Joegoslavië is Zoran Djindjic: belangrijke critici staan even buitenspel. En dat `even' kan nog flink uitlopen.

Zoran Djindjic, premier van Servië, heeft zich door de verdwijning van Joegoslavië en de oprichting van de unie `Servië en Montenegro' even ontdaan van enkele prominente rivalen. Op de eerste plaats is dat Vojislav Koštunica, president van het land dat niet meer bestaat, Joegoslavië. Koštunica is president van niks. Drie keer, in september, oktober en december, heeft hij een poging gedaan president van Servië te worden. Bij drie verkiezingsronden kreeg hij weliswaar de meeste stemmen, maar steeds bleef de opkomst onder het wettelijke minimum en werd hij niet gekozen. Hij kan slechts hopen bij de volgende verkiezingen meer geluk te hebben, maar als het aan Djindjic ligt komen die er voorlopig niet.

Daarbij komt: Koštunica's reputatie ebt in hoog tempo weg. Na de val van zijn voorganger Miloševic in oktober 2000 is hij steeds de populairste politicus van Servië geweest. Maar steunde toen, twee jaar geleden, tachtig procent van de Serviërs hem, nu is dat percentage nog maar 34. Koštunica is in de peilingen ingehaald door de kopstukken van de G17 Plus, de door Miroljub Labus geleide denktank van hervormers die lang in de regerende coalitie DOS van Zoran Djindjic hebben gezeten maar die met hem hebben gebroken en in december in een politieke partij voor zichzelf zijn begonnen. Internationaal geniet Koštunica evenmin nog veel prestige, door zijn verzet tegen het Joegoslavië-tribunaal en het schandaal van de illegale wapenleveranties aan Irak.

Ook Koštunica's partij, de Democratische Partij van Servië (DSS), deelt in de malaise. Ze is log en inefficiënt en onhandig in de omgang met potentiële partners – geen baken in elk geval voor de partijen in DOS die genoeg hebben van de machtspoliticus Djindjic, en zich wellicht tegen de DSS zouden willen aanschurken als die daarvoor open zou staan.

Een andere rivaal van Djindjic die voorlopig buitenspel staat is Miroljub Labus, Joegoslavië's vice-premier, ex-partijgenoot, later fel criticus van Djindjic en oprichter van G17 Plus. Ook hij is zijn ministeriële baan kwijt. De volgende die Djindjic graag ziet vertrekken is de tweede man van G17 Plus, Mladjan Dinkic, gouverneur van de Nationale Bank van Joegoslavië – die automatisch Nationale Bank van Servië is geworden. Het lag voor de hand Dinkic, die internationaal hoog staat aangeschreven, aan het hoofd van de Nationale Bank van Servië te plaatsen, maar Djindjic wil dat het parlement zich alsnog over de benoeming uitspreekt. De relaties tussen hem en Dinkic zijn slecht sinds de laatste verhinderde dat Djindjic met politieke motieven ging morrelen aan de stabiele koers van de dinar. Bovendien eiste Dinkic dat de premier zijn belofte inlost afstand te nemen van de financiële en bankelite die onder Miloševic het land heeft leeggestolen. Ooit beloofde Djindjic die kliek zwaar te belasten om het geroofde geld weer naar de staatskas te doen terugvloeien. Maar hij doet het tegendeel: hij schurkt regelmatig aan tegen de kopstukken van Miloševic' bewind.

Na de breuk tussen Koštunica en Djindjic markeert het conflict tussen Djindjic en G17 Plus de definitieve breuk in het kamp van de oppositie tegen Miloševic. Het kleurt ook Djindjic in als de machtspoliticus die hij is: er wordt al lang niet meer hervormd in wat nu `Servië en Montenegro' heet. Alles staat in het teken van de worsteling om de macht.

Volgens de historicus Aleksa Djilas – zoon van Milovan Djilas, onder Tito eerst vice-president en later politieke gevangene – gooit Djindjic met zijn machtsspel op de langere termijn zijn eigen ruiten in. Tegen het Servische blad Blic zei Djilas: ,,Djindjic heeft steeds meer macht, maar steeds minder populariteit en steeds minder gezag. Hoe machtiger hij wordt, hoe duidelijker hij straks de schuld zal krijgen voor elke crisis en elke mislukking.'' Als Djindjic visie zou hebben – aldus Djilas – zou hij Koštunica in staat stellen president van Servië te worden. ,,Hij zou de dagelijkse macht in handen hebben en tegelijkertijd Koštunica's autoriteit bezitten om critici af te weren. Hij zou Koštunica ook dwingen verantwoordelijkheid met hem te delen'', aldus Djilas. ,,Het geheim van Servië's herstel ligt bij een goede en gereguleerde politiek. Het grootste obstakel om dat te bereiken is Djindjic. Hij is alleen te redden als zijn hervormingen een spectaculair succes opleveren en de mensen zullen zeggen: Djindjic was perfide, maar kijk hoe we nu leven. En dat zal niet gebeuren.''

Voorlopig loopt Djindjic precies de andere kant uit, richting alleenheerschappij. Nu gaat het even over de vraag wanneer Servië weer een president krijgt. Na drie mislukte stemrondes en bij ontstentenis van een opvolger van de in Scheveningen ingesloten Milan Milutinovic wordt die functie sinds begin dit jaar waargenomen door de voorzitter van het parlement, Nataša Micic, een schoonheid uit Uzice die bekend staat als de Nicole Kidman van Servië.

Koštunica's DSS wil dat zij gewoon een datum prikt voor de volgende presidentsverkiezingen. Maar Djindjic wil uitstel, want zo lang Servië geen president heeft staat Koštunica buitenspel en heeft hij het alleen voor het zeggen. En dus voert hij aan dat Servië éérst zijn grondwet moet aanpassen aan de nieuwe staatsvorm en dat in die grondwet het Servische presidentschap wordt geherdefinieerd. Dat gaat maanden duren. En misschien duurt het dan nog maanden, zo niet jaren voor die nieuwe grondwet wordt aangenomen.

Djindjic kreeg gisteren zijn zin. Micic besliste (en bepaalde aldus en passant de politieke agenda voor de rest van dit jaar): pas na de zomer wordt er een Servische president gekozen. Het zat er dik in, want interim-president Nataša Micic is niet voor niets een trouw lid van Djindjic' Democratische Partij.