De veldjas moest weer aan

Een militair die `waardig een rol heeft gespeeld die niet anders dan miserabel kon uitvallen', zo heeft historicus H.W. von der Dunk opgemerkt over generaal H.G. Winkelman, opperbevelhebber van de land- en zeemacht tijdens de meidagen van 1940. Winkelman had op 6 februari 1940 – hij was toen 63 jaar en al zes jaar met pensioen, het opperbevel aanvaard voor de weinig benijdenswaardige taak ons land tegen een vrijwel zekere Duitse aanval te verdedigen. Het was ook voor hem een onverwachte benoeming geweest. Hij had, zo zei hij na de oorlog, `zijn uniformjasjes al versneden tot tuinjasjes'.

Winkelmans naam is uiteraard verbonden gebleven met de nederlaag van 1940. Maar het is opvallend dat hij er nooit op is aangekeken. Onmiddellijk na de capitulatie ontving hij talloze blijken van sympathie en na de oorlog is zijn reputatie onveranderlijk goed gebleven. Felle controverses hebben zich rondom zijn persoon niet afgespeeld. Dr. L. de Jong heeft in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog de toon gezet: Winkelmans houding was steeds onverzettelijk en voorbeeldig, zijn krijgskundige inzichten waren doorgaans juist, ondanks een aantal verkeerde beoordelingen.

De nu verschenen biografie brengt in dat beeld geen wijziging. Het grootste deel gaat over Winkelmans optreden tijdens de meidagen van 1940. De auteur volgt Winkelman op het Algemeen Hoofdkwartier in Den Haag van uur tot uur en belicht zijn beslissingen tijdens de strijd. Winkelmans krijgsplan ging er van uit dat niet het hele land verdedigd kon worden en dat hij evenmin kon rekenen op een succesvol mobiel offensief optreden van het veldleger. Hij koos daarom voor een statische en defensieve benadering en voor de geconcentreerde verdediging van het westen van ons land, de Vesting Holland.

De bedoeling was de verdediging zo lang vol te houden tot de `bondgenoten' Nederland te hulp zouden komen. Bondgenoten had Nederland natuurlijk niet echt, wegens de tot het eind toe volgehouden neutraliteitspolitiek, maar Winkelman onderhield (evenals zijn voorganger, generaal I.H. Reijnders) via de militaire kanalen contact met de Britten, de Belgen en de Fransen om tot een gemeenschappelijke verdediging te komen. Hoewel geen concrete afspraken waren gemaakt, rekende Winkelman toch op bondgenootschappelijke hulp.

Winkelman heeft tijdens de strijd het hoofd koel gehouden en is beheerst blijven reageren op de ongunstige en tegenstrijdige berichten die hem bereikten. Hij bleef rationeel beslissen en handelen te midden van de toenemende chaos. De Duitsers behaalden vrijwel onmiddellijk belangrijke successen, die niet ongedaan konden worden gemaakt – de verovering van de Moerdijkbruggen en de Waalhaven. De grootste verrassing bleek de Duitse inzet van parachutisten te zijn in de Vesting Holland. Het was een van Winkelmans misrekeningen; hij had louter een grondoorlog verwacht, maar het pakte anders uit.

Vanaf de tweede oorlogsdag nam de chaos toe. Het werd steeds moeilijker overzicht te houden over de actuele ontwikkelingen op de verschillende strijdtonelen. Bovendien verhoogden de alarmerende geruchten over een `vijfde colonne' de militaire nervositeit. Winkelman zelf bleef kalmte uitstralen en nam ook in het kabinetsberaad een steeds prominentere positie in aangezien van de ministers, enkele uitzonderingen daargelaten, weinig daadkracht uitging. Hij hield het kabinet voor dat hij tot het uiterste wilde doorvechten. Zijn mening gaf de doorslag bij de beslissing de koningin naar elders te laten vertrekken. Hij vond dat zij onder geen beding in handen van de Duitsers mocht vallen. Van het kabinet kreeg hij de mondelinge instructie de strijd voort te zetten, maar `niet nodeloos offers te brengen'.

Hieraan heeft Winkelman zich gehouden; na het bombardement op Rotterdam en vooral wegens de dreiging van nieuwe bombardementen, nam hij op 14 mei, kort na 17.00 uur de dramatische beslissing te capituleren. Om 18.40 uur maakte hij die beslissing via de radio bekend. De volgende dag wachtte hem de zware gang naar Rijsoord om de capitulatievoorwaarden te bespreken en door zijn handtekening te bekrachtigen. Ook toen bleef hij, in de terechte woorden van Van Middelkoop, de zaken `kalm en doordacht' aanpakken.

Middelkoops relaas wijkt niet substantieel af van het verhaal over de meidagen zoals dat is verteld in de meest omvattende en recente reconstructie onder redactie van H. Amersfoort en P.H. Kamphuis, Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag, 1990). Nieuw is wel de informatie over de familiegeschiedenis van Winkelman en over zijn optreden na de capitulatie en tijdens zijn krijgsgevangenschap in Duitsland. Winkelmans familie gaat terug tot de veertiende eeuw en ook zijn vrouw, Arendina J. Coert, stamde uit een oud en vooraanstaand geslacht, de familie Hooft. Winkelmans voorvaderen waren edelman, ambtenaar, ondernemer en predikant. Er waren weinig militairen bij.

Het gezin Winkelman leidde een welgesteld, maar tegelijk sober leven waarin een streng arbeidsethos centraal stond, zoals blijkt uit de citaten uit de dagboeken van de familie. Winkelman zelf was een echte pater familias, streng, maar altijd beheerst en sterk betrokken bij zijn kinderen en het gezinsleven. Dat kwam ook tot uiting tijdens vakanties met de tent, het zeiljacht of met de auto. De kinderen werd belangstelling bijgebracht voor natuur en cultuur.

Na de capitulatie op 15 mei 1940 was Winkelman belast met het regeringsgezag in Nederland. Dat duurde tot 29 mei, toen A. Seyss Inquart aantrad als rijkscommissaris. Desalniettemin bleef Winkelman zich ook daarna bemoeien met civiele zaken. Het ging gepaard met een toenemend aantal conflicten met de Duitsers. Winkelman deed zich kennen als onverzettelijk en loyaal aan Nederland en de Koningin en stelde zich soms krachtig te weer tegen de Duitse eisen.

Op 1 juli 1940 werd Winkelman gearresteerd en met enkele andere opperofficieren op transport gesteld. De directe aanleiding vormde zijn openbare vertoon van oranjegezindheid tijdens de verjaardag van Prins Bernhard op 29 juni, de eerste verjaardag van een lid van het koninklijk huis na de nederlaag. Winkelman bracht de volle vijf jaar door in krijgsgevangenschap op diverse plaatsen in het Duitse rijk. Hij schreef in deze jaren meer dan vijfhonderd brieven aan zijn vrouw en dochter in Nederland, die een goede indruk geven van zijn leven in gevangenschap. Na terugkeer uit het kamp heeft hij geen belangrijke functies meer bekleed.

Al met al levert het boek een goed beeld op van Winkelman als opperbevelhebber tijdens de meidagen. Over zijn afkomst en over zijn krijgsgevangenschap weten we nu veel meer. Het is geen volwaardige biografie. De eerste 63 jaar van zijn leven worden afgedaan in dertig bladzijden; zijn eigenlijke militaire carrière in amper vijftien. De auteur heeft het niet getroffen met zijn uitgever. Het boek oogt mooi door de vele illustraties, maar de uitgever heeft een redactionele bewerking niet nodig geacht, zodat het wemelt van de fouten, bijvoorbeeld in de namen en in de bibliografie. Ook ontbreekt een index. Afgezien hiervan biedt het boek een goed en geloofwaardig relaas over een van Nederlands meest onfortuinlijke generaals, die op voorbeeldige wijze in de ure des gevaars de rug recht heeft gehouden. Het is alleen daarom al bijzonder lezenswaardig.

Teo van Middelkoop: Een soldaat doet zijn plicht. Generaal H.G. Winkelman, zijn leven en betekenis als militair (1876-1952). Europese bibliotheek, 382 blz. €24,–