De opsnijder raaskalt

Met de roman De patriot heeft schrijfster/beeldend kunstenares Dirkje Kuik opnieuw gezocht naar een vorm om haar onuitputtelijke kennis van de Napoleontische tijd te etaleren. Al sinds haar poëziedebuut 45 gedichten (1969), toen nog onder de naam William D. Kuik, geeft ze blijk van haar bewondering voor Napoleon, een fascinatie die na haar transformatie tot vrouw eind jaren zeventig onveranderd is gebleven. Haar verhalenbundel Piranesi & zijn dochter (1994) getuigde daarvan, evenals de roman Broholm (1998) die werd bekroond met de Multatuliprijs. Ze liet een groot inlevingsvermogen en een aanstekelijke vertelkunst zien.

In De patriot, net als haar vorige boeken verluchtigd met niet te versmaden eigen pentekeningen, verplaatst Kuik zich niet zozeer in het eind achttiende-, begin negentiende-eeuwse Frankrijk, als wel in de psyche van iemand wiens identificatie met die historische periode met hem op de loop gaat. Denken dat je Napoleon bent (of welke andere grootheid dan ook) schijnt een erkende afwijking te zijn en Dirkje Kuik heeft zo iemand geportretteerd. Althans, zo interpreteer ik haar verhaal over baron Pieter de Snaayer, bastaardzoon van een Achterhoekse grootgrondbezitter, die door Napoleon is benoemd tot admiraal en na de restauratie in talrijke functies vier Franse koningen heeft gediend.

Dat deze De Snaayer stapelgek is en beschikt over een ongebreidelde fantasie blijkt al meteen aan het begin van de roman, als hij beweert op de maan te zijn geweest, afgeschoten met een daartoe speciaal vervaardigd kanon (aha, hij heeft kennelijk Jules Verne gelezen: hoe kan dat?). De Snaayer is, zoals zijn naam al suggereert, een enorme opsnijder. Hij bevindt zich in een `Maison de Santé', waar hij naar eigen zeggen is opgesloten wegens naaktloperij, en werkt daar aan zijn voor veel hooggeplaatste Fransen compromitterende memoires.

Met deze gegevens zou een schrijfster met het talent, de fantasie en de kennis van Dirkje Kuik een boeiende historische roman hebben kunnen afleveren, maar het lijkt erop dat zij met alle geweld heeft willen voorkomen dat De patriot ook maar in de verte op een historische roman lijkt. Het boek zit vol opzettelijke anachronismen en de historische personages praten in de taal van populaire tv-talkshows. Om de haverklap ziet De Snaayer iemand `niet zitten', noemt hij iets `gelul', spreekt hij van `klootjesvolk' of heeft hij het over `het sein- en communicatiegebeuren' dan wel `een afschuwelijk gebeuren'.

Tegen het einde van het verhaal begon me, ondanks eerdere aanwijzingen, pas goed te dagen dat ook hier opzet in het spel moet zijn. De arme De Snaayer blijkt aan wanen te lijden en zijn arts en andere verzorgers doen hun uiterste best hem in die wanen te laten. Vlak voordat hij onder valse voorwendsels zal worden overgebracht naar een gekkenhuis, ziet hij in een helder moment zijn toestand onder ogen: `Ik weet nu ook precies hoe lang ik dit hospitaal bewoon, iets meer dan vier jaar. Mijn hele leven is dus onzin, een waandenkbeeld, vier jaar is echt geen kattenpis.'

Het verdient aanbeveling om De patriot na deze mededeling opnieuw te gaan lezen. Dan blijkt dat deze roman niet de gefingeerde autobiografie van een krankzinnige begin negentiende-eeuwer is, maar het dagboek van een hedendaagse gek. Overigens wordt het boek door die wetenschap niet interessanter dan het geval zou zijn geweest als Dirkje Kuik, zoals zij in haar voorgaande werk wél deed, gewoon een goed verhaal had willen vertellen. Nu zoekt ze het te veel in onsamenhangende anekdotes. Naar mooie historische portretten, bijvoorbeeld van Talleyrand of Fouché (gezant bij de Bataafse republiek en vanaf 1799 minister van Politie), die in de fantasieën van De Snaayer een sleutelrol spelen, is het vergeefs zoeken.

Talleyrand, oud-bisschop van Autun, minister van Buitenlandse Zaken onder Napoleon, medewerker van Lodewijk XVIII, tegenstander van Karel X en gezant in Londen onder Louis Philippe, figureert in De patriot onder het initiaal T. Hij is niet alleen de beste vriend van De Snaayer, maar tevens zijn alter ego. Ze doorlopen vergelijkbare carrières. Talleyrand, die net als baron De Snaayer uitvoerige memoires naliet, is ondanks zijn intriges, zijn corruptie en verraad de geschiedenis ingegaan als `een goed patriot' en vooral aan hem spiegelt Kuiks hoofdpersoon zich.

Aardig bedacht allemaal, maar te fragmentarisch en bovendien ontsierd door grammaticale fouten en mislukte beeldspraak. Daardoor haalt de roman niet het niveau dat we van deze schrijfster gewend zijn. Blijven over de aandoenlijke tekeningen, waarin kunstenares Kuik haar obsessies en fantasieën wel op een aansprekende manier heeft uitgeleefd.

Dirkje Kuik: De patriot. De Arbeiderspers, 279 blz. €18,95