De koekoek kan veel

`Ik houd erg van Edward Lear' zei Jan Hanlo in mei 1954, toen hij nog niet zo heel erg bekend was, in een gesprek met Adriaan Morriën. Behalve van Lear hield Hanlo ook van Morgenstern, nog zo'n lichte en speelse geest met een gezonde hang naar nonsens. En van Noordstar. En van de vroege poëzie van de experimentelen, uit de tijd van Braak en Blurb, toen ze nog grappig waren. `Ik kan alleen iets lezen wanneer het gemengd is met humor. Hanlo was ook erg gesteld op Engelse nursery-rhymes. Hij gaf als voorbeeld dit rijm over de koekoek die in de maand mei nog de hele dag zingt, in juni stilvalt en in juli alweer vertrekt:

Cuckoo in May sing all day

In June change his tune

In July away fly

Hanlo: `Dat is buitengewoon mooi van klank en van alles. Vooral door het gekke weglaten van die s in de derde persoon enkelvoud. Dat ik daar eindelijk eens van verlost ben. Mijn leerlingen moet ik eeuwig inprenten dat zij die s niet mogen vergeten.' Hanlo was toen leraar Engels, in Amsterdam, bij Schoevers, waar hij vooral de problemen van de handelscorrespondentie zal hebben moeten onderwijzen, en niet de bevrijdende ongrammaticaliteiten van kinderkoekoeksverzen.

Om het cuckoo-citaat hangt de sfeer van pril begin, dat zal Hanlo er ook aan bevallen hebben. Het is een probeerselrijm, waarin de mogelijkheden van taal en rijm worden afgetast. Het is een beginnerslied, voor kinderen, die nog fouten mogen maken. De charme van de afwijking zit erin, het keurslijf knelt nog niet. Het is daarbij ook nog eens een voorjaarslied: na de winter mag alles weer opnieuw beginnen, de eerste roep van de koekoek geldt (vooral in Engeland) als de aankondiging van de lente. En ook in de tijd heeft het nog iets onbegonnens: de regels hebben geen auteur, ze zijn eeuwenlang mondeling overgeleverd; ze dateren uit een tijd waarin lied en gedicht, zang en dans nog veel dichter bij elkaar stonden.

Bij zulke volkse kalenderrijmen horen allerlei tekstuele varianten. Het is dan ook niet zo vreemd dat Hanlo's versie nergens letterlijk zo in de boeken terug te vinden is. Meestal begint de koekoekskalender eerder, in april, en eindigt hij later, in augustus:

In April come he will

In May sing all day

In June change his tune

In July prepare to fly

In August go he must

Er zijn ook versies waarin de `he' een `she' is (biologisch niet juist) en versies waarin de koekoek na een vraag zelf aan het woord komt, met weer enkele kleine varianten:

Cuckoo, cuckoo what do you do?

In April I open my bill

In May I sing night and day

In June I change my tune

In July away I fly

In August go I must.

In beide versies schuilt wat rijmdwang, maar ongrammaticaal zijn ze niet. De versie met de ten onrechte weggelaten s, die Hanlo zo beviel, is vermoedelijk een mengvorm van twee lezingen geweest, of gewoon het gevolg van een zetfout.

In het begin van de jaren zestig werkte Paul Simon, zanger en liedjesschrijver uit Amerika, toen nog niet erg bekend, 's zomers in een club in Swindon, Engeland. Hij had er ook een vriendinnetje, met wie hij eens bij zonsopgang, na een doorwaakte nacht, naar buiten ging, amoureus gestemd. Bij die gelegenheid hoorde hij voor het eerst het koekoeksvers, uit het hoofd opgezegd door de vriendin. Dat maakte indruk. Niet veel later bewerkte hij het, samen met Art Garfunkel, tot een lied – een kort, eenvoudig, verstild, broos, ingetogen lied voor stem en tokkelgitaar, van nog geen twee minuten lang. Voor het eerst te vinden op de langspeelplaat Sounds of Silence (1966), maar ook bekend geworden door de film The Graduate (1967).

Aanvankelijk lijkt het lied de oude anonieme bron te volgen, met wat natuurtoevoegingen. De sneeuw is gaan smelten, de voorjaarsregen is gevallen, de beken zijn vol. Het wachten is nu op de koekoek, die in april zeker zal komen: `April come she will / when streams are ripe and swelled with rain'. En zij zal, net als in het oude liedje, in mei zeker blijven: `May she will stay'. Maar dan volgt er een vreemde toevoeging: `resting in my arms again'. Een koekoek kan veel, maar gaat zij ook rusten in de armen van een Amerikaanse zanger die in de zomer vakantiewerk doet in een club in Swindon? Het zal wel over een meisje gaan. Het lied vervolgt op de oude manier: `June she'll change her tune'. Het meisje gaat van toon veranderen, ze wordt onrustig en gaat 's nachts rondstruinen (`in restless walks she'll prowl the night') en een maand later is de beslissing genomen. Ze wil weg, en ze kondigt haar vlucht al niet eens meer aan: `July she will fly / and give no warning to her flight'. In de vrije natuur stoppen de koekoeken in juni inderdaad met zingen, en als de omstandigheden goed zijn vertrekken de eersten eind juli alweer naar het zuiden. Voor het meisje geldt blijkbaar hetzelfde. Via het beeld van de stilgevallen en zwijgend vertrekkende vogel wordt hier stil liefdesverdriet bezongen.

In het oude lied werd van de koekoek gezegd dat hij in augustus moest gáán, maar bij Simon and Garfunkel is het dan meteen helemaal afgelopen: `August die she must / the autumn winds blow chilly and cold'. De koude herfstwinden blazen haar weg, zodat er in september, de extra maand die hier door Simon nog aan het lied is toegevoegd, niets anders overblijft dan de herinnering aan haar: `September I'll remember / a love once new has now grown old'. Dit voorjaar was de liefde nog pril, nu is zij alweer voorbij. Het klinkt gelaten, en onthutst, aan het einde van dit lied: alsof hier geen liefde van zes maanden is bezongen, maar een bevlieging die maar één minuut en achtenveertig seconden heeft mogen duren – en toen alweer werd weggeblazen. Twaalf seconden intro, per maand twaalf seconden tekst, tussendoor tweemaal zes seconden pauze, twaalf seconden uittro: keurige regelmaat en strakke vorm, maar voor een uiterst vluchtig muziekje.

Het grootste deel van het lied speelt zich opvallend genoeg in de toekomende tijd af. Het is alsof de dichter van te voren wel weet dat het altijd zo toegaat in de liefde, en dat het dit jaar niet anders zal zijn. Aan het slot is er dan opeens het heden en de bijbehorende verbazing: dat deze liefde hem nu toch weer is ontglipt. Fin de saison, opgestapelde stoelen op een gesloten terras, lege handen dat is de sfeer na afloop. Het is de eeuwige gang van de liefde, hetzelfde liedje, jaar in, jaar uit, gevat in nog geen twee minuten. Voor je er erg in hebt is het alweer voorbij.