De dood op schoot

In de televisieserie `Six Feet Under' zien we de familie Fisher worstelen met de doden. Hun uitvaartbedrijf is een uitdrukking van de `condition Americaine'.

Dood door een duikplank, dood door een deegkneder, dood in een telefooncel. Elke aflevering van Six Feet Under, een televisieserie over een familie die in Los Angeles een uitvaartonderneming runt, begint met een lijk in spe. We zien de laatste, argeloze minuten van een levende in de volle vaart van zijn bestaan, voordat die vaart gestuit wordt. Het lijk uit aflevering twee was een mooi voorbeeld: ene Chandler, gebruinde, strakgetrainde dertiger, schept aan de rand van zijn zwembad op over Beauty Vision, zijn succesvolle bedrijfsconcept in `Life Management'. Vervolgens toont hij zijn stikjaloerse vrienden een achteloze, gestroomlijnde snoekduik. Helaas ietsje te diep. Chandler komt bovendrijven met een gespleten schedel.

Trivialer leek de dood in aflevering één: de dode in wording stak bij leven achter het stuur een sigaret op terwijl hij met zijn vrouw zat te bellen, waarna hij in volle vaart een druk kruispunt opreed. Alleen betrof het hier de gloednieuwe lijkwagen van Fisher en Zonen, en het lijk in spe was pater familias Nathaniel Fisher. Zijn dood zette het drama in gang.

Op het moment van zijn vaders dood keert de oudste zoon, Nate, met tegenzin naar huis terug uit Seattle, waar hij biologische groenten kweekt en vriendinnen afwerkt; als het telefoontje komt bevindt hij zich voor een seksueel intermezzo in een schoonmaakkast op het vliegveld. Dochter Claire heeft net een stevige portie amfetaminen geslikt en is volledig van de wereld. Tijdens de uitvaartdienst bekent moeder Ruth een verhouding te hebben met haar kapper. De jongste zoon, David, vult in zijn eentje het plaatje van toegewijde zoon en opvolger, ware het niet dat hij op andere wijze in de kast zit – hij komt het liefst los in de armen van de zwarte politieman Keith. Pa ligt nog niet in de grond of de concurrent vestigt een discount-crematorium aan de overkant van de straat. Rustige rouwverwerking is de Fishers, kortom, niet gegund.

In Amerika is Six Feet Under inmiddels aan zijn derde seizoen bezig, de serie is er onder meer bekroond met twee Golden Globe Awards en zes Emmy's. Nederland kreeg deze week pas aflevering drie voor de kiezen, maar waar al dat enthousiasme vandaan komt blijkt meteen. Vooral aflevering één was ijzersterk; een combinatie van harde begrafenishumor (die soms doet denken aan Evelyn Waughs begrafenissatire The Loved One, of aan The Undertaker, de literair/funeraire schetsen van de Amerikaanse dichter en begrafenisondernemer Thomas Lynch), bizarre reclame-intermezzi voor Living Splendor Embalming Fluid en Wound Filler plamuur en briljant spel. In de volgende afleveringen is het absurde helaas teruggebracht ten gunste van het drama, maar de humor is gebleven, van gesjor met lijken tot zakelijke wisecracks als `in the deathbusiness, it's consolidate or die'.

De grootste kracht ligt nu in de personages, de jongste zoon David voorop. Met zijn angstaanjagend hoge voorhoofd en zijn jukbeenderen als messen lijkt hij een levende dode, op het eerste gezicht een clichématige kraai. Je vraagt je af hoe lang hij nog in de plooi blijft bij de zich opstapelende catastrofes. Het omgekeerde speelt bij Nate, in aflevering één nog een vitale, vlotte vent die met zijn handen in de zwarte aarde van zijn vaders graf wroet. Nates ongeschoren kaken lijken in elke aflevering smaller, zijn joggingshirt bezweter – als hij hardloopt, is het alsof iets hem op de hielen zit.

Bot

De vrouwen in de serie vormen drie sterke krachten waarvan de invloed niet te voorspellen is. Kersverse weduwe Ruth Fisher lijkt vooral heel erg genoeg te hebben van haar gezin. Zus Claire bewijst in aflevering drie dat ze tot alles in staat is en de botte duidingsdrift van Nates vriendin Brenda, eerder zijn partner in de schoonmaakkast, is funest voor elke emotionele uitbarsting.

Ook de consequente stijl maakt indruk; de stijlvolle groen/grijzige titels van de serie (goed voor een van de Emmy's), waarin kraaien en bleke voeten met kaartjes-aan-de-teen figureren, de lengte en rust van de scènes, en niet te vergeten het kleurgebruik – ook de levende spelers zien er uit alsof ze uit de koeling komen.

Anderzijds komt veel van Six feet under je bekend voor; in de eerste aflevering heeft jongste zoon David visioenen als was hij Ally McBeal. Sommige humor is van typisch South Park-kaliber en Brenda's seksuele assertiviteit doet denken aan Sex and the city. In Six Feet Under komt simpelweg veel samen van de recente verworvenheden van Amerikaanse comedy, al hebben de Fishers ergens natuurlijk het meeste weg van de goeie ouwe Addams Family.

Six Feet Under komt van productiemaatschappij en betaalkanaal HBO, dat de laatste jaren veel eer inlegde en Emmy's won met slimme, prachtig uitgevoerde komedies over de `condition Americaine'; de bindingsangst van New Yorkse dertigers bijvoorbeeld in Sex and the City, de midlifecrises van veertigers in The Sopranos. Neurose en menselijke zwakheid werden telkens gecombineerd met een tot dan toe ontzagwekkend en daarom extra geestig milieu (respectievelijk Manhattanse jetset en Godfather-maffia). Deze formule ligt ook ten grondslag aan Six Feet Under. Net zo min als The Sopranos (of zoals in Nederland Hertenkamp) is SFU onder te brengen bij een genre. Zwarte humor en sentimenteel drama gaan er hand in hand, of om met Nate te spreken: de grootste sick joke is nog altijd het leven zelf.

Bedenker, schrijver en coproducent van de serie is Alan Ball (zijn naam verschijnt in de titels op een grafsteen), een Amerikaanse toneel- en scenarioschrijver van wie ook de galgenhumor van Grace under Fire afkomstig is, plus het scenario van American Beauty, de met vijf Oscars bekroonde film van Sam Mendes uit 1999. Het verrassende van die film zat hem onder meer in een heel specifieke combinatie van leedvermaak en warmte; hilariteit over de capriolen van Lester Burnham en een diepe, zelfs sentimentele compassie met de eenzaamheid van ieder lid van zijn gezin.

Sindsdien lijkt het gezin weer eens zo in trek onder scenaristen en regisseurs. De spot in films als Happiness en Non-Fiction van Todd Solondz, One Hour Photo van Mark Romanek, The Royal Tenenbaums van Wes Anderson en binnenkort ook Far from heaven van Todd Haynes lijkt dezelfde als die in American Beauty; de regisseurs benadrukken de fundamentele eenzaamheid van alle gezinsleden en proberen tegelijk uiteenlopende emotionele registers met elkaar te verenigen, met een genuanceerd humanisme als resultaat. Steeds blijken de onooglijke, saaie, bizarre, onaardige, soms zelfs pedofiele familieleden geen idee te hebben van elkaars leven, elkaars plannen en dromen. Soms zijn ze niet geïnteresseerd, soms verafschuwen ze elkaar, maar wij leren toch van ze te houden. Dit in tegenstelling tot de meer traditionele tv-komedies over slecht functionerende families; daarin gaat het om de humor en liefde. De personages schreeuwen, maar blijven eendimensionaal; zie Roseanne of Married with children.

Mooi en sereen

Six Feet Under is zo bezien een serie met de sophistication van een film. Motor én moraal van het drama is net als in American Beauty de dood, nog altijd de beste metafoor voor het leven. In een van de eerste scènes van American Beauty vertelt Lester Burnham in voice over dat hij er geweest is, en in de laatste scène weten we dat die dood bij zijn leven paste. Dat gaat ook in zekere zin op voor Six Feet Under; de taak van de Fishers is immers iemand de begrafenis te bezorgen die bij hem past en de nabestaanden met zijn dood te verzoenen. In Amerika, waar lichamen vaak worden gebalsemd en opgebaard, is het zelfs hun taak de dode er te laten uitzien als zijn ideale zelf; zo mooi en zo sereen mogelijk. Met zo'n opgebaard lijk wordt het begrafenisritueel een vorm van zelfexpressie, de kroon op het zelf ontworpen bestaan. Het gebalsemde lijk als ultieme zelfverwerkelijking; alleen te bereiken met behulp van anderen.

Helaas passen de levens van de Fishers, laat Ball zien, niet bij de manier waarop zij de dood graag ensceneren. Hun levens zijn, net als die geschminkte lichamen, een leugen om bestwil, ter verzachting van onze pijn en die van anderen. Of het ook anders kan, of moet, is vervolgens de grote vraag.

Dat memento mori brengt de serie te midden van alle lugubere geintjes feilloos over. Niet voor niets heeft vader Fisher zijn bedrijf aan huis, met de opbaar-kamer gewoon beneden aan de trap. De Fishers zitten met de dood op schoot. Verder weten ze het ook niet.

De mooiste scènes uit Six Feet Under zijn daarom die waarin de doden langskomen om te kijken hoe het de levenden vergaat. De doden weten het namelijk ook niet, maar die vinden dat niet meer zo erg. En dat schept ruimte. Vader Nathaniel kijkt regelmatig even mee over de schouder van zijn zoons. Bij zijn eerste herrijzenis is hij nog dreigend (`nobody escapes'), later ontspant hij; zijn verschijning geeft David en Nate de geruststelling en troost die ze bij zijn leven moesten missen.

`A way of seeing the world without fear', luidde het motto van Chandlers bedrijf Beauty Vision. Six Feet Under laat zien dat alleen de doden dat kunnen.

`Six Feet Under'(NPS) is elke maandag te zien op Nederland 3.

    • Maartje Somers