Bunny-oren in de lente

Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard maken een eigen versie van `Le sacre du printemps'. Met pornobeelden en een Marokkaanse maagd.

Wordt er in Nederland eigenlijk nog wel eens spraakmakend danstheater gemaakt? Statements in de dans lijken een schaars goed geworden. De dans kabbelt enigszins voort. Maar daar gaan Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard dan nu verandering in brengen. Hun nieuwe werk I feel good kan zelfs een hot item worden.

Hoe `hot' weet ik nog niet wanneer ik in november de studio van dit choreografenduo binnenstap. Er wordt gerepeteerd. Vijf jonge danseressen en vier dansers rollen zachtjes en soepel over de grond en vormen telkens wisselende paren met poses die verwijzen naar een vrijage. Overigens zonder bijbehorende expressie. Het is een ambachtelijk fysiek vlechtwerk: voeten glijden langs benen, heupen rollen dwars over, bovenlijven worden opgelicht, handen reiken naar halzen, tedere aaien worden wurgende grepen. Jongewaard geeft commentaar, telt hard, moedigt aan, remt af. Als de dans te tam dreigt te worden duikt Bronkhorst pardoes boven op danser Marc van Loon. Of demonstreert even hoe een verleidelijke pose pas echt allure krijgt.

Jongensachtig wild en vrouwelijk trots, precies zoals Truus Bronkhorst altijd performde.

Een week later is de choreografie aanzienlijk uitgebreid. De grondduetten ogen nu vloeiend. Zelfs Karl-Heinz Stockhausens spectaculaire Helikopter Streichquartet, dat dit deel vergezelt, klinkt me niet langer in de oren als indringende geluidsmassa, maar als muziek. De verrassing is het onderdeel dat eraan voorafgaat. Het is gezet op niets minder dan het eerste deel van Stravinski's Le Sacre du Printemps. De Sacre! jubel ik in stilte, als liefhebber van dat geweldige meesterwerk waarop evenveel choreografen stukliepen als hun tophit maakten. Een Sacre van Bronkhorst en Jongewaard, de vijfde van Nederlandse makelij.

In een heldere stervorm zitten vijf danseressen op de grond. Bij herhaling openen ze langzaam hun blote benen tot twee sierlijke bogen en vouwen ze daarna weer snel dicht. Het beeld is dat van ontluikende bloemen, meer nog dat van sensuele jonge vrouwen. Bij hen voegen zich vier mannen, een te weinig. Bij duetvorming zal een van de vrouwen onherroepelijk buiten de boot vallen. En dat betekent bij de Sacre maar één ding, dat ze de `uitverkorene' zal zijn, de pineut die zich opoffert voor de rest.

Rebels

Het was mooi, realiseer ik me na afloop van de doorloop, maar voorspelbaar en zelfs braaf. Braaf! Truus Bronkhorst (1951) en Marien Jongewaard (1951), stonden die niet al vijftien jaar bekend als makers van eigenzinnig, tegendraads en rebels (dans-)theater? Zij was in de jaren tachtig de koningin van de soloperformance die met expressieve gebaren en serene passen de diepzinnigste gevoelens van liefde en leed, en vooral van haar vrouwzijn uitbeeldde: in Lood, Goud, Bloed. Hij was die mimespeler die bij theatergroep Nieuw West uitgroeide tot acteur en regisseur van formaat, in provocatieve veelal fysieke producties zoals Rinus, Jezus/ Liefhebber en KO.

Samen maakten ze voorstellingen waar de woede om alweer een oorlog vanaf spatte. Die seksisme en rassendiscriminatie aan de kaak stelden (Zwarte Bloesem), die mannengedrag hekelden, bravoure toonden en kwetsbaarheid (1,2...1, 2, 3, 4 en The Fall). Die uit solidariteit met hard (ook aan hun emancipatie) werkende moslimmeisjes hun danseressen zwarte hoofddoekjes lieten dragen (Mongoolse dansen). Die vreugde te zien gaven over de geboorte van hun kind (Wonderful World) en gevoelens van rouw om het verlies van haar broer (Goodbye Body). Die `verhalende balletten' maken – zoals ze dat zelf noemen – en wars zijn van abstracte dans, omdat die in hun ogen te vrijblijvend is. Die hun toeschouwers willen ontroeren en tot denken aanzetten via symbolische beelden en muziek, maar vooral via de intensiteit en expressiviteit van de dans. En uitgerekend dit duo zou geen prikkelend antwoord weten op de Sacre?

Tien dagen voor de première zie ik opnieuw een doorloop. Het stuk is nagenoeg af. De vijf danseressen dragen roze Playboy-bunny oren en zingen lekker ranzig `I feel good, so good' waarna ze het podium verlaten. Op de eerste klanken van Stravinsky's `Aanbidding van de aarde' wordt op de achterwand een zwart-wit film geprojecteerd: hijgende, puffende, steunende mannen en vrouwen, van erotisch voorspel tot ferm repetitief gebeuk. Op slag verandert Stravinsky's onschuldige lente-ontwaken in een orgastisch orkestwerk waar elke paukenslag staat voor een nog diepere penetratie en het kopergeschetter niets anders kan betekenen dan een gigantisch klaarkomen. Als de laatste tonen wegsterven is het even heel stil in de studio. Dan volgen de drie resterende aktes; de duetten die nu hun context krijgen, de `danse sacrée' en een epiloog.

Bepalend voor de toonzetting van deze Sacre is die film, gemaakt door beeldend kunstenaar Boris Gerrets. Hij monteerde beeldmateriaal uit tientallen bestaande pornofilms nauwgezet op de muziek. De beelden zijn boven de gordel gesneden – op een cruciaal fragment na met één vrouw ten overstaan van een kring mannen, wat de suggestie alleen maar vergroot.

Deze `porno-versie' van de Sacre is zeker verrassend, al zijn ook in de vorige eeuw van dit ritualistische offerdrama veelzeggende interpretaties gemaakt. Zoals Pina Bausch' Frühlingsopfer (1975) over de bittere strijd tussen de seksen, met een symbolisch uitgebeelde ontmaagding annex verkrachting op de rulle aarde. Maurice Béjart celebreerde daarentegen de vitaliteit van de daad in een bronstige ballet-rite. Mats Ek bracht een vrouwvriendelijk protest tegen de onderdanige positie van vrouwen in het huwelijk. En de postfeministische Marie Chouinard bood een sensuele ode aan de animale driften, gebed in een archetypisch symbolische beeldtaal. En dan deze porno-Sacre.

Pingpong

In hun studio zitten we bij elkaar. Voor een gesprek over het hoe en waarom, dat meteen ontaardt in een verbaal duet van Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard. Een flitsend pingpongspel dat minder zegt over de inhoud van de voorstelling dan over hun symbiotische relatie: als levenspartners, geestverwante kunstenaars, hardwerkende collega's, die elkaar voortdurend onderbreken en aanvullen. Zij spreekt snel en helder, met een mooie Limburgse `g' die haar scherpe, bijna Franse gelaat onderstreept. Hij lekker lijzig Amsterdams met zangerige Jordaanse uithalen erdoorheen.

Truus: ,,Ons oorspronkelijke idee voor een nieuw stuk Post JFK Dream bleek niet te werken.''

Marien: ,,Dat ging over Amerika, over energie en gefnuikte energie.''

Truus: ,,We zetten de Sacre op, om ons te verlossen van dat blok dat we ons hadden opgelegd.''

Marien: ,,We voelden een parallel omdat we al een deel hadden dat superenergetisch was. Dan besef je dat de Sacre daarover gaat. Over dat ontluiken van het seksuele.''

Truus: ,,We hebben vijf danseressen en vier dansers. Eentje blijft over. Het verhaal klopte met de concrete situatie in de studio. Uiteindelijk is het toch één groot duet geworden.''

Marien: ,,We hielden het idee op man en vrouw. De tijd waarin de Sacre werd geschreven was sterk emancipatorisch. De bevrijding van het lichaam. Dat tref je ook bij de Duitse toneelschrijver Frank Wedekind, bij zijn Frühlings Erwachen (1901) onder meer. Met zijn pleidooi voor immoraliteit, voor ongeremde seksualiteit. Maar ze durfden daar destijds nog niet openlijk over te zijn. Aan de Sacre moest toch een verhaal met oude mannetjes en vrouwtjes te pas komen, een bijeenkomst van stamoudsten, zoals Stravinsky dat in zijn partituur omschreef. Dat seksuele goot ook hij in een gesublimeerde vorm. Nu was het wel eens tijd voor een meer onthullende Sacre.''

Truus: ,,We wilden niet een gewone pornofilm, want daar zit geen expressie in. En we willen toch altijd het menselijke tonen.''

Marien: ,,Wat moeilijk was, want je krijgt vooral het mechanische van de daad te zien. Het zijn acteurs, ze doen wat ze moeten doen. Amoreel en zonder restricties. Ik vind het een sterk kader. Zelfs dat offer zit in de film, als ze in een kring om die ene dame staan en haar hun onderbroeken toewerpen. Je zou de filosoof George Bataille erbij kunnen halen, zijn koppeling van seksualiteit en fysiek geweld, Eros en Thanatos zitten er wel in. Maar dat wil ik niet zo expliciet benoemen. Dat wordt te intellectualistisch. Belangrijker is of ons danstheater de toeschouwers direct aanspreekt.''

Als hij dat niet wil benoemen zoek ik thuis Bataille: kunst, geweld en erotiek als grenservaring uit de kast en tref prompt een passage uit Batailles roman Le bleu du ciel (1936) die geknipt lijkt als motto voor I feel good: `We vielen op de losse grond en ik drong binnen in haar lichaam zoals een goed gehanteerde ploeg in aarde dringt. De aarde opende zich onder haar lichaam als een graf, haar naakte buik opende zich voor mij als een vers gedolven graf. Verdoofd en verbijsterd bedreven we de liefde op een door sterren beschenen kerkhof.' In de Sacre van Bronkhorst en Jongewaard komen ook de offerdaad en de liefdesdaad samen, al is de toonzetting minder scabreus dan die van Bataille en komt hun interesse voor seks en geweld voort uit een hedendaags besef van vrouwenemancipatie; het bevrijden van onderdrukking, van knellende banden. Het zal niet zonder betekenis zijn dat de hoofdrol van uitverkoren maagd wordt vertolkt door een Marokkaanse danseres, die haar hoofddoek allang heeft afgegooid.

`I feel good' van Truus Bronkhorst & Marien Jongewaard. Expo Zaal van Theater de Brakke Grond te Amsterdam: 7 t/m 22/2 (beh. zo, ma, di) Tel: 020 626 68 66. Toernee t/m 31 mei. www.truus-bronkhorst.com .