Berichten uit de Dorpsstraat

Toen topcrimineel Cor van Hout op vrijdag 24 januari in Amstelveen werd doodgeschoten, lag het nieuws letterlijk op straat. Maar dat wil niet zeggen dat zo'n gebeurtenis zich makkelijk laat navertellen. Geen enkele landelijke krant was foutloos.

Liquidaties worden niet van tevoren aangekondigd. Het is dus echt nieuws als omstreeks half twee 's middags een dodelijke kogelregen wordt afgevuurd op Heineken-ontvoerder Cor van Hout. Dat feit wordt om half drie gemeld door het ANP, al is de identiteit van het slachtoffer dan nog niet bevestigd. Wel wordt meteen gemeld dat er vermoedelijk twee daders zijn en dat er mogelijk een tweede slachtoffer is.

Om kwart over drie meldt het ANP op gezag van de politie dat het inderdaad om Cor van Hout gaat en dat een tweede slachtoffer is overgebracht naar een ziekenhuis. Weer een kwartier later wordt enkele kilometers verderop de vermoedelijke vluchtmotor gevonden.

Omdat de aanslag plaatsvond in de smalle Dorpsstraat zijn er heel wat ooggetuigen die de inmiddels toegestroomde journalisten iets kunnen vertellen. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die een boek over de Heineken-ontvoering schreef en bevriend was met Van Hout, is eveneens ter plekke en geeft collega's desgewenst informatie.

Op de dag van de aanslag blijven de mededelingen van de politie summier. Het persbericht, waarin gemeld wordt dat `C. van H.' is omgekomen bij een `schietincident', telt slechts 204 woorden. Die terughoudendheid is sinds de nieuwe richtlijn van het openbaar ministerie landelijk beleid.

Voor het Algemeen Dagblad, De Telegraaf en Het Parool is de aanslag op Van Hout de volgende dag het grootste nieuws: ze openen de krant ermee en besteden elk zo'n anderhalve pagina aan verslaggeving en achtergronden. Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad doen het iets rustiger: een compact bericht op de voorpagina en een halve pagina binnenin.

De verslaggevers van deze krant, die op dit moment geen fulltime misdaadspecialist heeft, proberen dichtbij de feiten te blijven en waar mogelijk informatie toe te schrijven aan bronnen. Zo wordt op gezag van de politie gemeld dat ,,er sprake [was] van twee daders die op een motor zijn gevlucht''.

Verder vernemen we dat Van Hout met ,,twee kennissen'' had geluncht, dat hij voor de deur is doodgeschoten, dat een van zijn metgezellen zwaar gewond is, dat de kogels en scherven tot veertig meter in de omtrek lagen en dat de politie in de loop van de avond ,,een metgezel van de slachtoffers'' arresteerde, die een ongebruikt wapen bij zich had. De vraag of Van Hout op deze fatale dag een bodyguard bij zich had, laat NRC Handelsblad onbeantwoord.

In hoofdlijnen verschillen de landelijke kranten van 25 januari niet veel van elkaar. Toch blijkt uit een gedetailleerde vergelijking dat soms relevante gegevens over Van Hout ontbreken. En soms zijn er duidelijke fouten. Soms is er verwarring. Zo was in deze krant tot tweemaal toe sprake van een scooter. Dat is onwaarschijnlijk, omdat er in hetzelfde bericht ook gesproken wordt over een rode motor. Er is in ieder geval een vluchtmotor gevonden. Aan de verklaring van omstanders moet dus getwijfeld worden. Tenzij er helpers op een scooter hebben rondgereden. Dat punt wordt echter door niemand uitgediept.

Over de aanwezigheid van lijfwachten bestaat na lezing van de zes genoemde kranten onduidelijkheid: de één weet het niet, de ander vermoedt dat er één bodyguard was, en het Algemeen Dagblad denkt aan twee. Achteraf is duidelijk dat Cor van Hout in gezelschap was van de luxe-botenhandelaar Robert ter Haak, die zwaar gewond werd, en één lijfwacht. Die preciseringen ontbreken in deze krant.

Waarschijnlijk gebruikte alleen de schutter achterop de motor een wapen, ook al spreken sommige kranten over de mogelijkheid van twee wapens of twee salvo's. De NRC Handelsblad-verslaggevers schatten het aantal kogels op 39, anderen spreken van 38 of 40. Volgens Peter R. de Vries hebben 22 à 23 kogels Van Hout geraakt, en vijf à zes de botenhandelaar Ter Haak.

De in misdaadzaken doorgaans goed ingevoerde Telegraaf had een lelijke misser door in een deel van de edities te melden dat Van Hout al bij aankomst bij het restaurant werd neergeschoten. De ooggetuige die in Het Parool vertelde, dat hij nog met de reeds gevelde Cor van Hout had geproken, moet aan nerveuze fantasie hebben geleden.

Grote verschillen waren er in de follow-up. NRC Handelsblad had onder meer een sfeerverhaal uit het Utrechtse café waar Van Hout veel kwam. Andere kranten waren actiever in het speuren naar feiten en reacties. De Telegraaf meldde dat er volgens de recherche meer dan twee verdachten zijn. De Amsterdamse hoofdcommissaris verklaarde in de Volkskrant dat recentelijk negentien liquidaties verijdeld waren. Burgemeester Cohen zon op maatregelen om de `geromantiseerde' criminelen harder aan te pakken, zo mogelijk ook fiscaal.

De biografie van Cor van Hout is er een van gewelddadige beroving, ontvoering, verboden wapenbezit, drugshandel en verdachte activiteiten in de vastgoedsector en de seksindustrie. Die bedrijvigheid sterft niet uit met één vermoorde crimineel. Het verschijnsel is ernstig genoeg om permanent te volgen.