Wentelwiek

Helikopter. Heeft de watersnoodramp van 1953 er inderdaad toe geleid dat het woord helicoptère niet meer op z'n Frans maar op z'n Engels werd uitgesproken en geschreven? Daarover ging het vorige week. Een lezer vond nog een gezaghebbende bron voor het een en ander. Het gaat om de 27ste druk van Koenens handwoordenboek, uit 1974. Die druk werd verzorgd door J.B. Drewes, een van de voornaamste Nederlandse lexicografen van de 20ste eeuw. Drewes schrijft bij helikopter: ,,De vroeger gangbare, aan het Frans ontleende uitspraak en spelling helicoptère zijn, n.a.v. de door het Amerikaanse leger in de Bondsrepubliek Duitsland tijdens de Ramp van 1953 o.a. met helikopters verleende hulp, onder invloed van de massamedia vervangen door de thans gangbare uitspraak en spelling.'' En dan was er nog een populair jeugdboek dat een bijdrage aan de uitspraakverandering kan hebben geleverd, namelijk Een helicopter daalde van Aleid van Rhijn. Dit boek verscheen in 1953 en beleefde in korte tijd drie herdrukken. Voor de overige reacties zie www.nrc.nl/woordhoek/archief.html.

Wentelwiek. Wat vorige week wegens ruimtegebrek buiten beschouwing moest blijven zijn de Nederlandse synoniemen die voor helikopter zijn verzonnen. Immers, of je het nu op z'n Frans of Engels uitsprak, het bleef een buitenlands woord en sommige mensen zijn daar allergisch voor. De zoektocht naar Nederlandse equivalenten begon bij helikopter al vroeg. Het woord is in 1900 voor het eerst in het Nederlands aangetroffen, in de Militaire Spectator, en in 1939 stelde de Commissie voor Luchtvaart-terminologie voor om er schroefvliegtuig van te maken. Later volgden woorden als hef, hefvliegtuig, hefschroever (met dank aan het Duitse Hubschrauber), hefschroefvliegtuig, molenvliegtuig, vliegmolen en wentelwiek. Laatstgenoemde variant wordt in de Grote Van Dale bij helikopter zonder voorbehoud als synoniem vermeld, maar bij wentelwiek zelf staat dat dit weinig wordt gebruikt, en onder purisme staat de voorbeeldzin: ,,Wentelwiek voor helikopter is een purisme dat geen ingang gevonden heeft.'' Dat is overigens niet helemaal juist, want wentelwiek blijkt de afgelopen jaren nog tientallen malen in kranten te zijn gebruikt. Eén voorbeeld, van augustus vorig jaar: ,,Veel inwoners [van Wadowice] hadden gehoopt dat de pauselijke wentelwiek ditmaal voor een kort bezoek zou landen.''

Majokachel. Een kwestie waar ik niet uitkom. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kookten sommige mensen op een zogenoemde majokachel. Dat was een buisvormig noodkacheltje met een dubbele wand dat bovenop een gewone kachel kon worden gezet. Je had er maar weinig brandstof voor nodig. Volgens het Verklarend oorlogswoordenboek van G.L. van Lennep uit 1988 werd het majokacheltje ook wel duveltje, schevenkachel, rus of Russisch kacheltje genoemd, en elders vond ik nog de naam sovjet-kachel. Maar vanwaar toch de naam majokachel? Een lezer vroeg naar de herkomst van dit woord, maar ik heb er verder niks over kunnen vinden. Wie weet meer?

Lastpak. Tot slot een mini-observatie uit de jeugdtaal. Er moeten in Nederland honderdduizenden kinderen zijn die met een rugzakje van Eastpak naar school gaan, want zonder rugzakje van Eastpak hoor je er niet echt bij. Ik zie steeds meer leerlingen, met name uit de hoogste klassen van de basisschool, die hebben ontdekt dat je Eastpak met een minimale ingreep kunt veranderen in een Nederlands woord, dat bovendien toepasselijk is. Die rugzakjes zijn soms zwaar beladen en de drager tot last. Streep nu met een stift de bovenste loten van de E door, en Eastpak verandert in Lastpak. In een week tijd zag ik ongeveer vijf van die Lastpakken voorbij komen, dus het zal wel in de mode zijn.

(reacties naar sanders@nrc.nl)