Vreemd gedrag in films van Ahtila

Er gebeuren absurde dingen in de films van de Finse kunstenaar Eija-Lisa Ahtila (1959). Voorwerpen en mensen tarten de zwaartekracht door omhoog te vallen, vrouwen hebben mannenstemmen en jonge meisjes beweren dat ze 66 jaar oud zijn. De video-installatie The Wind (2002), een van de werken op Ahtila's overzichtstentoonstelling bij de Amsterdamse kunststichting De Appel, laat zien hoe een vrouw uit pure frustratie haar handen kapotbijt. Op de achtergrond is een man bezig krantenpagina's voor haar te strijken, bang als ze is om bij het lezen zwarte vingers te krijgen.

Waarom de personages zich zo vreemd gedragen, blijft een raadsel. Ahtila maakt geen films met een logische verhaallijn. Haar kunstwerken zijn nog het beste te omschrijven als kruisingen tussen sprookjes en documentaires – waargebeurde verhalen gelardeerd met bovennatuurlijke elementen. Zo is The Wind gebaseerd op gesprekken die de kunstenaar voerde met een depressieve, aan psychoses lijdende vrouw. Ahtila laat zien hoe de hoofdpersoon langzaam haar greep op de realiteit verliest en maakt ons deelgenoot van haar waanbeelden. Maar hoe het met de vrouw afloopt, komen we niet te weten.

Ahtila's films, door haarzelf omschreven als `psychodrama's', zetten de kijker voortdurend op het verkeerde been. If 6 was 9 (1995/1996) bijvoorbeeld, een tien minuten durende film over een groepje Finse meiden van een jaar of vijftien, begint als een typische coming-of-age-documentaire. Als geboren Lolita's vertellen de pubers elkaar met uitgestreken gezichten over hun seksuele ervaringen. Maar dan, na een minuut of vijf, verandert de sfeer plotsklaps. Een van de meisjes onthult dat ze in werkelijkheid 38 jaar is, en na een mislukte carrière als pianiste besloten heeft opnieuw als schoolmeisje door het leven te gaan. Daarmee is alle onschuld in één klap verdwenen.

Het is moeilijk te zeggen wat Ahtila's films, die doorgaans niet langer dan een kwartier duren, zo aangrijpend maakt. Er wordt vaak slecht geacteerd en de scènes hangen als los zand aan elkaar. Vooral de perfecte techniek houdt die de werken overeind. De meeste installaties zijn opgebouwd uit drie videoprojecties, waardoor je dezelfde onderwerpen steeds vanuit verschillende standpunten gadeslaat. Film kijken wordt zo een heel fysieke bezigheid: bij If 6 was 9 is het alsof je tussen de vriendinnen op de bank zit, terwijl bij The Wind waanzin invoelbaar wordt gemaakt.

Inmiddels heeft de Finse wereldwijd erkenning gekregen voor haar oeuvre. Ze nam deel aan de Biënnale in Venetië en won in 2000 de eerste Van Gogh Award voor Europese kunstenaars. De expositie in De Appel is een afgeslankte versie van de grote overzichtstentoonstelling die ze afgelopen zomer in het Tate Modern in Londen mocht inrichten. Een succeswerk als The House (in 2002 te zien op de Documenta in Kassel) is jammer genoeg buiten de selectie gevallen. In plaats daarvan krijgen we het veel oudere Nature of Things uit 1987 te zien, een werk dat door de belabberde beeldkwaliteit en het ontbreken van ondertiteling – in alle films van Ahtila wordt Fins gesproken – nauwelijks het bekijken waard is.

Ahtila's eerste Nederlandse solo heeft daardoor een wat onevenwichtig karakter gekregen. Een groot deel van de ruimte wordt in beslag genomen door de fotoserie Scenographer's Mind (2002). Hierin zijn steeds twee beelden in één lijst samengebracht die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben – een keukenkastje en een bevroren bosbeek, of een portret van twee meisjes en een opname van een vliegtuig. Net als bij haar filmwerken dwingt Ahtila de toeschouwer op die manier zelf verhalen te verzinnen. Je zou haar foto's en video's kunnen vergelijken met trailers voor speelfilms: korte voorproefjes die naar meer smaken. Misschien wordt het tijd dat Ahtila haar talenten aanwendt om eens een langere film te maken.

Tentoonstelling: Eija-Lisa Ahtila. T/m 23 maart in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Open: di t/m zo 11-18u. Inl: 020-6255651.

    • Sandra Smallenburg