Veel oud nieuws tussen saillante bijzonderheden

De toespraak van minister Powell bevatte een combinatie van oude en nieuwe feiten. Vooral de gesprekken tussen Iraakse officieren vielen op.

Veel oud nieuws, maar toch ook saillante nieuwe bijzonderheden. Geen `smoking gun', maar toch wel een reeks heldere aanwijzingen die overtuigend aantonen dat Irak resolutie 1441 van de Veiligheidsraad schendt. Zo is de toespraak van minister Colin Powell in het kort samen te vatten.

Het belangrijkste nieuws dat Powell te melden had is dat Irak actieve pogingen onderneemt om de inspecteurs van UNMOVIC en IAEA te misleiden. Powell gaf sterke voorbeelden van misleidingspogingen uit de periode november tot en met januari, dus uit de tijd dat de VN-inspecteurs al in Irak waren. Het bewijs werd geleverd door bandopnames van telefoon- of radiogesprekken, verklaringen van anonieme overlopers en diverse satellietfoto's. De laatste van tamelijk wisselende kwaliteit, waardoor niet zeker werd of het opnames waren van militaire verkenningssatellieten. Het zouden ook beelden kunnen zijn van commerciële satellieten, al lijkt de resolutie (zo te zien ongeveer een halve meter) iets te mooi voor de Ikonos-satelliet. Maar de QuickBird van DigitalGlobe haalt dat wel.

Het opwindendst, en daarmee tegelijk `emotioneel overtuigendst', waren de drie ten gehore gebrachte gesprekken tussen Iraakse officieren. In het eerste, van 26 november (één dag voor de VN-inspecteurs aan het werk gingen), krijgt een generaal van een kolonel te horen dat de laatste nog een `aangepast voertuig' in zijn bezit heeft. Het blijft onduidelijk wat voor soort voertuig dat is, het was geleverd door het bedrijf Al Kindi (bekend van betrokkenheid bij raketbouw en massavernietigingswapens) maar van belang is dat de generaal er hoorbaar van schrikt. En dat de kolonel laat weten dat verder alles is verwijderd (evacuated). Let wel: verwijderd, onderstreepte Powell, niet: vernietigd of gemeld aan UNMOVIC.

In het tweede, ongedateerde gesprek (`een paar weken geleden' opgenomen) krijgt een officier van een andere officier de opdracht het woord zenuwgas te verwijderen of weg te laten uit alle teksten of radioconversatie (helemaal duidelijk is de strekking niet). In het derde gesprek, nota bene pas vorige week donderdag (30 januari) opgenomen, wordt gereageerd op de vondst door UNMOVIC van de twaalf raketkoppen die geschikt waren voor een chemische lading (16 januari). Een officier, die kennelijk een munitiedepot beheert, wordt bevolen het bericht te vernietigen waarin hem eerder was opgedragen alle verboden munitie te verwijderen.

Kortom: er ís nog zenuwgas, er ís verboden munitie en er zijn verdachte `aangepaste voertuigen', maar de VN-inspecteurs krijgen ze niet te zien. De satellietfoto's die getoond werden vullen dit beeld aan. Het militaire munitiedepot van Taji, dat op zondag 22 december door UNMOVIC werd bezocht, blijkt een paar weken eerder (10 november) druk bezoek te hebben gehad van Iraakse vrachtauto's en ontsmettingsvoertuigen. Men leidt eruit af dat alle verboden chemische munitie toen werd weggehaald. (Powell voegde er vreemd genoeg aan toe dat daarmee de verdenking is ontstaan dat Irak `getipt' werd over het werkschema van de inspecteurs. Toch was het depot bekend uit de UNSCOM-tijd, het lag voor de hand dat ook UNMOVIC er langs zou gaan.)

Ook het opslagterrein voor chemische wapens bij het omvangrijke militaire complex van Al Musayyib heeft in afwachting van de inspecteurs (die uiteindelijk op 16 december arriveerden) een ontruiming en grondige reiniging ondergaan. Dat blijkt uit satellietbeelden die in mei en juli vorig jaar werden gemaakt. Eerst weer veel vrachtauto's, dan bulldozers die de bovenste aardlaag wegvegen opdat geen spoor van eventueel gemorst materiaal te vinden zal zijn. Het mooie van deze beelden, benadrukte Powell, was dat ze exact overeenkomen met het verslag van een Iraakse overloper die bij het werk betrokken was.

Andere satellietbeelden van plotselinge, ongebruikelijke aanwezigheid van vrachtauto's waren minder overtuigend. Uitvoerig ging Powell in op het vermoedelijke bestaan van mobiele installaties voor de productie van biologische wapens, althans voor het kweken, oogsten en drogen van bacteriën. Vier Iraakse overlopers heben in onafhankelijke verklaringen een beeld geschetst van die installaties dat redelijk coherent is. Kweekvaten (fermentors) voor het kweken van bacteriën zouden zijn gemonteerd in treinwagons en op trailers van vrachtwagens en voortdurend worden rondgereden. Het bestaan van deze installaties, die vreemd genoeg nog nooit zijn aangetroffen, wordt al beschreven in een boek van UNSCOM-inspecteur Scott Ritter (1999). Hij wist er zelfs aan toe te voegen dat de apparatuur waarschijnlijk geleverd was door het Italiaanse OLSA en het Zwitserse Chemap.

Powell gaf een nieuw detail: in 1998 zou zich een ongeluk hebben voorgedaan dat twaalf betrokkenen het leven kostte. Een andere bijzonderheid doet wat vreemd aan. Een overloper verklaarde dat het werk in de installaties altijd pas op donderdagavond begon omdat men er vanuit ging dat de VN-inspecteurs op vrijdag (de islamitische rustdag) niet langs zouden komen. Het is uitgesloten dat men erin zou slagen een bacteriecultuur binnen 24 uur tot redelijke productie te brengen.

De rest van het betoog van Powell bevatte nauwelijks nieuws. Er was een afbeelding van een klein onbemand vliegtuigje (een UAV) dat Irak zelf ontwikkelde. Het zou geschikt zijn voor het versproeien of vernevelen van een chemische of biologische lading en een reikwijdte bezitten van 500 kilometer. Genoeg, in de woorden van Powell, om ook de VS te bedreigen. De beelden die getoond werden van de Mirage F1 die een antrax-achtige bacterie (de onschuldige Bacillus subtilis) verspreidt waren oud. Het CIA-rapport dat in oktober uitkwam heeft er ook foto's van.

Ook het gegeven dat Irak doende is zijn legale bestand aan raketten op te voeren tot het bereik ervan groter is dan de 150 kilometer die is toegestaan in resolutie 687 (1991) heeft al veel aandacht gehad. Het rapport dat de Britse inlichtingendiensten in september uitbracht toonde al de naar verhouding te zware proefstand voor het testen van de raketmotoren. Irak houdt vol dat de raketten in definitieve uitvoering een voldoende klein bereik zullen hebben.

Ook uit de buitenlandse bestellingen van Irak blijkt, volgens Powell, de kwade trouw. Irak kocht natriumsulfide en vinylchloride (of misschien fenylchloride) en dat zouden belangrijke grondstoffen zijn voor de productie van mosterdgas en/of zenuwgas. Maar ze komen niet voor op de lijsten van verboden chemicaliën die de VN hebben opgesteld.

Ten slotte was er weer aandacht voor de beruchte aluminium buizen die Irak in het buitenland heeft besteld. De VS zijn er steeds van uitgegaan dat deze bedoeld waren voor de centrifuges waarmee Irak uranium wilde verrijken. De Britten hebben zich daarvan nooit overtuigd getoond. Anderen stellen dat de buizen bedoeld waren voor fabricage van raketten en dat Irak ze in de jaren tachtig ook al daarvoor had besteld.